3de Paaszondag A (2014)

Samen op weg zijn, dat kan nogal verschillen. Je kunt plaatjes zien van vakantiegangers met een caravan, spelende kinderen op een camping, op een piste in de bergen. Samen op weg. Het kan verkeren; twee jonge vrouwen in Zuid Amerika spoorloos. Zoekacties die niets opleveren, familie die door blijft gaan, want hoop doet leven. Samen op weg: Wanneer je soms beelden zie van vluchtelingenstromen, dan zie je ook mensen samen op weg, maar met angst en pijn in hun ogen.

Het volk van Israël heeft het allemaal meegemaakt. Weg uit Egypte. We hebben het in de paasnacht herdacht. De spanning als ze weg kunnen trekken. De angst als de soldaten van Farao ze inhalen en de vreugde wanneer ze veilig aan de overkant van het water komen en het leger van Farao verdrinkt. Maar wie toen dacht dat hij of zij er was, die vergiste zich. Dit was pas het begin. Een hele generatie zou het duren voor ze het nieuwe land in konden gaan.

Samen op weg. Je kunt elkaar bemoedigen en je kunt elkaar de put in praten. Je kunt Gods grote daden herinneren in een geestelijk gesprek en je kunt bij de pakken neer gaan zitten omdat het allemaal tegen zit.

In de woestijn had het volk Mozes, maar het had ook de tent van samenkomst. Het had de vuurkolom als een teken van Gods aanwezigheid en de wolkkolom als een teken van Gods leiding. In het vuur was God aan Mozes verschenen. Daar begon de uittocht. Vanuit de wolk had God gesproken, onzichtbaar, maar zijn Woord kunnen wij verstaan.

Toen Jezus had gezegd: “Ik ben de weg”, klonk dat niet onbekend. De eerste Christenen namen dat gezegde over en noemden zich de mensen van “De Weg”. Zij waren zich bewust dat dit leven een weg is, hier ligt niet ons einddoel. De dood heeft zijn macht verloren, het graf is een rustplaats voor het lichaam, maar de geest leeft door God. Dit leven is een weg.

Wanneer we dat beseffen, krijgt het Evangelie van vandaag meer kleur. Dit was niet een eenmalig gebeuren, toen op weg naar Emmaüs, het is hier en nu. Dit gaat over de Kerk en over de wereld, dit gaat over ons.

Wij zijn op weg en de rustplaatsen onderweg zijn slechts halteplaatsen, maar niet onze definitieve bestemming. Wanneer Jezus zijn leerlingen uitzendt, zegt Hij: “Ik ben met u.” Tegelijk belooft Hij de heilige Geest, die ons alles zal leren en te binnen brengen wat Jezus gezegd heeft.

Wat we zagen in het beeld van de vuurzuil en de wolkkolom, zien we nu terug in de Kerk. Het zijn kleine tekenen: De godslamp, dat kleine lichtje, die minivuurzuil, verwijst naar Gods aanwezigheid in het Eucharistisch Brood in het tabernakel. Daar bewaren wij niet de stenen tafelen als teken van het Oude Verbond, maar het Brood van de Eucharistie als teken van het Nieuwe Verbond. De wierook tijdens de Eucharistie en bij de aanbidding herinnert ons aan de wolkkolom. In de Eucharistie is de Heer in ons midden gedurende onze levensweg; Hij die Weg, Waarheid en Leven is. De Eucharistie wordt ook wel Bron en Hoogtepunt van ons gelovig leven genoemd. Hier vinden wij de ankerplaats, de rustplaats, de oase, maar ook het onderricht, de wijsheid, hier vinden we de liefde en de troost, de hulp en de kracht omdat de Heer in ons midden is en ons nodigt aan de maaltijd van zijn Verbond.

De geschiedenis van de Emmaüsgangers geeft ons een overzicht van onze Eucharistieviering. Net als zij, komen wij samen. Bij de opening begroeten wij elkaar in zijn Naam. In onze schuldbelijdenis spreken we uit waarin we tekort zijn geschoten. En net als bij hen is de heer in ons midden. Dan lezen we uit de Schriften. En net als bij de Emmaüsgangers horen we het woord van Christus door het Evangelie en de uitleg in de preek. Bij de voorbede vragen we de Heer bij ons te blijven en zich over ons te ontfermen. Hij gaat met ons Emmaüs binnen. Dan is Hij in ons midden door de priester die zijn Woord spreekt over Brood en Beker. We zeggen of zingen het lam Gods bij het breken van het Brood. Net als bij de Emmaüsgangers mogen onze ogen open gaan voor deze aanwezigheid van de Heer. En zoals zij daarna vol vreugde en met nieuwe kracht en hoop op weg gaan naar de andere apostelen, gaan wij na de zegen op weg naar naar onze dierbaren om hen te doen delen in de vreugde van de Verrezen Heer.

Samen op weg, dat is ons leven. Hier vinden wij ons proviand, onze leeftocht, ons voedsel voor onderweg. Hier komen wij tot rust voor onze ziel, want deze tocht op aarde is soms mooi, soms moeilijk, soms heel bitter.

Deze dagen na Pasen herdenkt de Kerk hoe Christus na zijn verrijzenis aan zijn leerlingen toonde dat Hij leeft en dat Hij bij hen is. Toch kostte het hen keer op keer moeite om Hem te herkennen. Een tuinman bij het graf, een onbekende aan het strand, een vreemdeling die met hen meeloopt. De kunst is om Christus te herkennen in de bedelaar langs de kant, de mens in nood die een beroep op je doet, maar ook in de je man, je vrouw, je kind, je ouders, je collega's. Hem herkennen, wanneer zijn woord je ineens raakt, wanneer de toevalligheid alles verandert, wanneer de omstandigheid ten goede keert. Dan weet je, het is de Heer. Hij is met ons op weg, ook nu met ons. Amen.