De ene bom is de andere niet

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Eerst was er het paradijs. Toen ging de mens erin wonen en toen was het met het paradijs gedaan.

Zo zou je een sprookje kunnen beginnen, maar mooie sprookjes duren niet lang. En bovendien: dat sprookje staat niet in de bijbel. Het paradijs is namelijk niet zo paradijselijk en de mens is niet zo boos of dom, dat hij zijn lusthof zomaar in brand steekt. Er is met het paradijs en met de mens blijkbaar iets anders aan de hand.

In die tuin van Eden staan er namelijk twee bomen: de boom van het leven én de boom van goed en kwaad. En... er is ook nog de slang.
De mens is niet zo idyllisch omgeven, als hij tenminste menswaardig wil leven. Hij moet kiezen, ja zeggen en neen, spelen binnen zijn grenzen. Dan pas wordt het goed met hem. Als hij buiten zijn grenzen treedt, zal het leven al zijn speelsheid verliezen en taai worden en stroef en droef.

Zo gezien lezen wij hier niet zomaar een sprookje, maar eerder een roman over wie de mens is. Zal hij paradijselijk leven of zal zijn gek verlangen hem parten spelen? Zal hij vrij worden en koninklijk heersen in eigen tuin of zal hij gehoor geven aan een stem die hem wegroept, die hem maakt tot een vreemde voor zichzelf? Zal hij vuur maken om warmte te geven of zal hij met vuur spelen? Zal hij vrede nemen met de vruchten van de goede boom of zal hij geloven, dat de verboden vrucht per definitie altijd beter smaakt?

Volgens de eerste bladzijde van ons Boek zijn dat vragen van leven en dood, vroeger, nu en altijd. En de mens moet met schade en schande leren, dat het goede antwoord niet vanzelf gegeven is. Dat antwoord komt er pas als hij geleerd heeft, dat gehoorzaamheid nog zo gek niet is. En dat is een weg, die niet vanzelfsprekend is.
Integendeel zelfs. De mens is immers een streber, een veroveraar. Hij wil altijd groter zijn dan hij is. Daartoe laat hij zich bekoren op de meest 'onschuldige' of op de meest grove manier. Hij is zelfs bereid te kruipen voor de slang! En dan houdt hij op te zijn wie hij (geworden) is: een mens rechtop. Toen hij nog geen mens was, was hij een kruipend wezen. In plaats van vooruit te gaan, keert hij dus terug. Steeds verder weg van zijn eigen erestatuut. Als hij een engel wil zijn, wordt hij een beest. Zo zei toch Blaise Pascal ? En die heeft nóg van die wijze dingen gezegd...

Zo staat het ongeveer - met oude woorden - in de bijbel. Als de mens zichzelf en anderen de wet wil dicteren en alles voor het zeggen wil hebben, kan hij nooit de ander mens ontmoeten als broeder of zuster. Hij hult zich in kleren, verbergt zich achter zijn masker en kan niet meer onbevangen 'naakt' zijn. Hij wordt een speler in een verkleedpartij. Zonder dat gewaad is hij niemand, en treurt hij. Hij speelt bij de verkeerde boom!

Gelukkig mag hij telkens opnieuw horen, dat de boom des levens er nog altijd staat. Zelfs in volle bloei. Maar dan moet de mens wel rechtsomkeer maken, een andere weg inslaan.
Daarom krijgen wij nu veertig dagen de tijd. Om de boom te vinden, waarop iemand hangt, die de slang, de verleider, het zwijgen heeft opgelegd. Hij heeft gekozen om mens te zijn ten einde toe. Maar daarmee was de kwalijke boom nog niet uitgeroeid. Hij werd op zijn weg naar de goede boom gedwarsboomd.

Mens-zijn, broeder-zijn, zuster-zijn is nooit evident. De slangenbeet heeft ons diep vergiftigd.

Als wij elkaar nu al Zalig Pasen toewensen, dan is het een wens met een uitnodiging: mens, verzorg intussen je wonde en leer te spelen bij de goede boom.
Eens kan die in volle tooi staan!