1e zondag in de veertigdagentijd A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Bij het begin van de veertigdagentijd lezen we het verhaal over de bekoringen. Er bestaat een tendens om het uit te hollen, om het hart ervan uit te vreten. Jezus zou alleen met zichzelf in strijd zijn. De duivel bestaat niet. De duivel weet in elk geval dat wij bestaan. Als Jezus niet door de duivel bekoord is, door wie is Hij dan bekoord? Als de Geest de Messias naar de woestijn leidt om tegen een illusie te vechten, welke god aanbidden wij dan? Christus' openbaring is openbaring van de duivel. Jezus betekent Overwinnaar en Satan betekent tegenstrever. Wie liever niet goed onderscheidt tegen wie of wat hij vecht, kan de twijfel omtrent de duivel beamen. Hij staat al buiten het evangelie. Hij volgt de Messias al niet van bij het begin. Hij kan gaan vergaderen, gaan manifesteren, gaan filosoferen, zich gaan amuseren.

Na veertig dagen en veertig nachten vasten krijgt Jezus de laatste, de echte honger: na veertig dagen zijn alle reserves op en wordt het lichaam zelf aangevreten. Op dat ogenblik treedt de tegenstrever op Hem toe en wil hij Hem enkele stenen in brood doen veranderen. Het is eigenlijk God die Jezus op de proef stelt, de gevallen Lucifer blijft een fijn instrument. God had zijn zoon, Israël, uit Egypte geroepen en hem in de woestijn honger leren kennen, maar hem ook vlees en manna te eten gegeven. In de ontbering heeft Israël zijn God verwenst en in de overvloed Hem vergeten.

Jezus leeft van Gods woord. Hij is het Woord, van in het begin. Hij stelt God niet op de proef in de ontbering van de woestijn. Hij verliest Hem niet uit het oog aan de rijke tafels van zijn openbaar leven. Hij zal allen tot God brengen. Hij zal de honger stillen van de armen die zich bekeren en de hebzucht temperen van de rijken die in Hem geloven. "Niet van brood allden leeft de menr, maar van elk woord dat komt uit de mood van God".

Waarom geeft God de armen geen brond? Waarom leeft gij niet van elk woord dat komt uit de lond van God? Ge zoudt God eren die u op de proef stelt dn aan vele armen zoudt ge brood geven. Volg Jezus na in de woestijn.

De Messias, sterk door Gods woord, wordt nu door een psalmwoord beproefd. De psalm spreekt van het vertrouwen van de koning die op God steunt in de strijd. God zal hem beschermen waar hij ook gaat. De engelen zullen hem op de handen dragen zodat hij op zijn weg niet struikelt. Jezus is de nieuwe koning van Israël. God zal Hem beschermen en zijn engelen zullen Hem dienen, zoals hier bij het einde van de bekoringen, en sterken, zoals in de hof van Getsemane. Maar Hij zal zijn strijd niet wegtoveren. Mens onder de mensen zal Jezus strijden in vertrouwen op de Allerhoogste. "Ge zult de Heer uw God niet op de proef stellen". Ge zult zijn gebod onderhouden en zo door Hem gezegend en beschermd worden. Israël had God op de proef gesteld. In de woestijn zijn ze allen ten onder gegaan. Adam en Eva hadden God op de proef gesteld. De Messias gehoorzaamt.

Waarom maakt God geen einde aan al het kwaad? Waarom maakt gij geen einde aan úw kwaad door aan God te gehoorzamen? Ge zoudt God niet op de proef stellen en veel kwaad in u en rondom u ongedaan maken. Volg de Messias na in de woestijn.

In de derde bekoring wordt de geschiedenis ontwricht. De "leugenaar vanaf het begin" neemt de Christus mee naar "een hoge berg", vanwaar "alle koninkrijken der wereld in hun heerlijkheid" te zien zijn. Het is de Olympus van de Grieken, de Safoon van de Hebreeuwse psalmen, de berg waar de goden wonen. Hier maakt Jezus de naam van zijn vijand bekend. Hij is de satan, die zelf wil aanbeden worden. Jezus geeft zijn laatste antwoord: "De Heer uw God zult ge aanbidden en Hem alleen dienen".

Waarom neemt God de verwarring niet weg? Waarom aanbidt gij niet alleen de Heer maar ook de goden Geld, Macht en Plezier? Aanbid God alleen en de engelen zullen ook u dienen.