Verleidingen

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden

De tuin in Eden die God in de Genesis-lezing aanlegt om daar de mens in te plaatsen, is wat wij wildernis noemen. Puur natuur. Het gebied - als het nog ergens bestaat - waar de mens geen invloed over heeft. Het is God die hen Eden, die wildernis, in stuurt. Een ge¬bied waarin mensen hun houding nog moeten bepalen. Dat kunnen - en moeten - ze vanwege de goddelijke levensadem die hun ingebla¬zen is. Ze doen dat in ons verhaal dan ook.

Iedereen kent de afloop. Als het hele verhaal verteld is, is de verhouding van de een tot de ander danig veranderd. Ze verliezen hun eerste naïviteit achter twee bundeltjes aan elkaar gebonden vij¬genbladen. Het is de naïviteit die we allemaal verliezen op het ogen¬blik dat natuur en cultuur elkaar in ons kruisen.

Als Jezus zich na zijn doop bewust is van de wijze waarop hij door God beademd is, voert die geest ook hem de wildernis in. Een wildernis die nu niet Eden wordt genoemd, maar woestijn. Het is de streek waar de mens traditioneel geen raad mee weet, en die we daarom ook vrijwel onberoerd laten. Als je er ooit overheen vliegt op weg naar de rest van de wereld, kun je dat goed zien. Er is niets, niets dan zand en rotsen. Er is geen enkele ordening, geen lijn, geen paal, geen omheining, alleen maar ongeorganiseerde ruimte, hoog opgeblazen zand dat steeds van vorm verandert, zoals golven in water. Het is daarom nog steeds het gebied waar velen denken de schepper direct tegen te kunnen komen in zichzelf en in Gods werk. Bedoelen we niet steeds - hoe symbolisch dan ook - die woestijn in te trekken als we op retraite gaan? Het is in die nog ongeordende ruimte van de woestijn dat de mens Jezus zijn houding dient te be-palen. Dat doet hij ook, en vandaag lezen we met welk resultaat.

Het verhaal van die afloop is niet zozeer het vertellen van een geschiedkundig feit. Matteüs schrijft zijn evangelie niet alleen om een biografie van Jezus te geven. Dat is wellicht niet eens zijn eerste bedoeling. Hij vertelt zijn verhaal, omdat hij wil reageren op wat er mensen in een joods-christelijke gemeenschap van zijn tijd overkomt. Hij schrijft zijn boek om op hun vragen en moeilijkheden in te gaan. De bekoringen van Jezus zijn de verzoekingen van de kerk waar hij voor schrijft. Er is geen tijd die de kerk scheidt van Jezus. Het zijn bekoringen waar iedere kerk, iedere christen, ieder mens en daarom ook Jezus aan bloot staat.

Het gaat er over, hoe we onszelf en onze gaven in dienen te zetten. Het gaat over drie mogelijkheden. Ze hebben alle drie iets te doen met hoe we ons verhouden tot de ander, en daarom ook ten opzichte van God, de gever van alle goed. Een eerste verleiding is om alleen aan jezelf te denken op een heel materialistische manier: gewoon voor jezelf van alle stenen brood maken. Dat kan. We kun¬nen het zelfs steeds beter, omdat het zo vaak het enige is wat we deden en doen, zonder ook maar in het minst met de ander rekening te houden. In een tweede bekoring houden we wel rekening met de ander, maar op een verkeerde manier. De verleiding is nu om onze talenten zo te gebruiken, dat die ander ons gaat eren, en dat we zelf met die eer gaan strijken. Een eer die alleen de gever van onze ga¬ven toekomt. Het is een direct ingaan tegen God. Een derde verzoe¬king gaat weer een stap verder. Nu gaat het over politieke, militaire, en economische macht. Het gaat over geweld. We gebruiken onze geestkracht om de ander te onderdrukken en te plunderen. Alle drie die houdingen worden verworpen. Jezus geeft aan geen van de drie bekoringen toe. Hij zegt: ‘De Heer uw God, zult ge aanbidden en hem alleen dienen.'

Op het eerste gezicht is het alsof we zo niet verder komen. Als geen van die drie houdingen deugt, hoe moet het dan wel? Wat be¬tekent dat dienen van God? Hoe kunnen we zó leven, en onze gaven zó gebruiken dat het rijk Gods onder ons verwerkelijkt vordt? Paulus geeft ons in zijn lezing een theoretisch antwoord op die vraag, het is de nieuwe menselijkheid die Jezus ons bracht. Jezus geeft ons een praktisch antwoord. Het antwoord is zijn leven, sterven en verrijzen. Het antwoord is niet een Eva en Adam die weer kunnen leven zonder die vijgenbladen. Het is meer dan een terugkeer naar de eerste naïviteit. Het is iets nieuws: Pasen.