1e zondag Veertigdagentijd (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 477 niet laden

De woestijn is de plek waar dood en leven met elkaar strijden. De plek waar het leven zijn vanzelfsprekendheid verliest, waar het bestaan onzeker wordt en de dag van morgen een avontuur dat nieuwe uitdagingen in zich bergt.

Jezus gaat de woestijn in en treft daar zijn tegenspeler. De verleidingen die Hij op zich af krijgt zijn heel natuurlijk en hebben te maken met de natuurlijke behoeften van de mens: honger, machtshonger en overmoed of letterlijk hoogmoed: vanaf een hoe berg neerkijkend op de wereld en haar mensen.

 

De verleidingen die Jezus ondergaat zijn van een andere orde dan de eenvoudige verleidingen die wij meestal voorgeschoteld krijgen in deze vastentijd. Deze verleidingen in de woestijn zijn voor Jezus een oefening voor het leven dat voor hem ligt, sterker nog het is een oefening voor het sterven dat voor Hem ligt. In het evangelie van Lucas staat geschreven dat de tegenspeler nadat hij afdruipt na zijn mislukte pogingen in de woestijn, nog een keer terug zal komen. We denken dan aan de scène van de doodsangst van Christus in de hof van Olijven wanneer de tegenspeler opnieuw zijn ultieme poging zal doen om Jezus van zijn weg af te houden. Tevergeefs.

De verleidingen in de woestijn gaan om dood en leven. Het gaat om de aanwezigheid van God. De dood, de echte dood, duiden wij aan als de volstrekte afwezigheid van God. Het is niet de fysieke dood waar het hier om gaat. Het is natuurlijk duidelijk dat in de woestijn de dood de mens meer bedreigt dan in de oase, maar de grootste bedreiging is hierin gelegen dat de mens de weg van God vergeet en zijn leven dus losraakt van het mysterie van God.

Jezus ondervindt de verleiding om zijn eigen God te zijn, om de Schriften naar zijn hand te zetten en zijn eigen spoor te trekken. Anders gezegd Hij krijgt de verleiding voorgelegd om de band met de Vader los te laten en zijn macht uitsluitend te gebruiken voor zijn eigen verlangen en behoeften.

We zullen de vastentijd zelf niet zozeer als een strijd op dood en leven ervaren. Ik hoop niet dat U zulke strenge afspraken met Uzelf heeft gemaakt. Toch is het bedoeld als een oefening om te leven. Centraal staat de vraag van de aanwezigheid van God in uw leven. Alleen wanneer we ruimte maken voor die aanwezigheid in ons bestaan, in ons denken en ons hart, zal het geheim van het leven aan ons duidelijk gemaakt worden. Het leven is immers niet van onszelf, geen bezit, geen verworvenheid en al helemaal geen verdienste.

We creëren voor onszelf een soort woestijn. In die woestijn plaatsen we ons als het ware in de afwezigheid van God. De luiken van de hemel zijn als het ware even gesloten zoals de luiken van het altaar achter mij deze weken gesloten zijn. We leven heel bewust in ballingschap om zuiverder onze bronnen aan te boren. Wat er blijft er dan nog over? Het is onthullend om te zien hoeveel bronnen er dan opdrogen. De bronnen van het dagelijkse, vanzelfsprekende plezier, van de luxe en de veiligheid die we in ons land ervaren. Als die bronnen opdrogen, wat blijft er dan over? Is er dan niets meer? Is God dan ook afwezig? In dat geval is werkelijk leven zoals de Schiften ons dat voorhouden, niet meer mogelijk.

De vasten is een oefening ten leven om weer opnieuw te realiseren dat er geen leven mogelijk en zinvol is zonder verbondenheid met God die de bron is van het bestaan. Het kan daarom een vreugdevolle tijd zijn waarin we nieuwe rijkdom opdoen, nieuwe gezichtpunten opdoen en ervaren hoezeer we juist in onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid veel rijkdom en kracht en liefde ontvangen die we aan God zelf mogen ontlenen. Moge het vasten en het afzien van deze veertig dagen ons rijker en liefdevollere mensen maken, die geraakt worden door de aanwezigheid van God en op die manier kracht ontvangen om te leven in de volle bijbelse zin van het woord.

Amen