In de woestijn bekoord (2005)

Bekoring is een ouderwets woord, maar een zeer eigentijds gebeuren. 'Ik heb me weer eens laten verleiden' horen we dikwijls van een vrouw die thuis komt van de supermarkt.
Ze heeft meer gekocht dan ze van plan was. Wekelijkse schreeuwerige reclameblaadjes lokken mensen naar de grootwarenhuizen. Het gaat altijd om goedkope prima producten en nieuwe aanbiedingen. Ter plaatse word je nog eens verleid met eenmalige gunstkoopjes voor spotprijzen.
De reclame is de overal aanwezige grote verleidster.

Het evangelie van deze dag heeft het over nog grotere en vergaande verleidingen die ons voor een levenskeuze stellen. De bekende schilder Jeroen Bosch heeft in de vijftiende eeuw 'de bekoringen van St.-Antonius in de woestijn' op doek gezet. Je voelt de spanning van iemand die geestelijk hevig weerstand moet bieden, in de woestijn van het leven, aan zoveel aantrekkelijkheden die zo menselijk begerenswaardig zijn. Je kiest wel voor het ene, maar je moet tegelijk het andere achterlaten. En dat andere blijft bekoren. Het voor en tegen blijven in ieder mens elkaar bestrijden. In dit evangelie gaat het om de Geest Gods en de boze geest, duivel of Satan genoemd. Ook ouderwetse woorden met niettemin een hedendaagse lading. Duivel (diabolos) betekent letterlijk: splijter, scheider. Mensen scheiden. In groten getale. Of worden gescheiden. Uiteengejaagd. Tegen elkaar opgezet. Worden tegenstanders van elkaar. Satan is 'tegenstander'. De diabolische kracht om tegen onze eigen roeping in te gaan. Om onze verantwoordelijkheid tegen te spreken. 'Ik heb er niets mee maken.' - 'Wat kan ik er aan doen?' - 'We hebben het niet geweten. Allemaal duivelse uitspraken waardoor mensen in de steek worden gelaten. Waardoor kansen tot redding en heil gemist worden.

De verleidingen gebeuren in de woestijn. Dat is niet de Sahara. Dat is de woestijn van de miskenning, de vereenzaming, de depressie, de isolering door ziekte, door verlies, of door een gebroken relatie. Woestijn is leegte. Niemand hebben. Het niet meer zien zitten. Er alleen voor staan. Troosteloosheid. Mensen kunnen harde woestijntijden meemaken! Dan is de bekoring groot om er de brui aan te geven. Dan moet je geestelijk sterk staan om staande te blijven. In je geloof, in je vertrouwen, in de liefde.

Ook Jezus wilde er niet aan ontsnappen. Hij wou solidair zijn met zijn volk Israël dat veertig jaar in de woestijn doorbracht. Veertig jaar ontbering. Veertig jaar beproeving. Het volk Israël dat 'zoon van God' werd genoemd. Een titel die gegeven werd aan wie op een bijzondere wijze door God bemind werd. Geloof dat maar in die woestijn! Mozes deed het. Hij geloofde Hij bracht veertig dagen en nachten door op de berg Sinaï. In biddende Godsnabijheid. Jezus is voor de evangelist de nieuwe Mozes. Hij zal zijn volk, ook ons, bevrijden uit de woestijn. Hij zal ons voorgaan in de woestijntijd en in het weerstaan aan de verleidingen. Zo zal hij DE zoon Gods zijn, bij uitstek.

'Honger is de beste saus.' Een oppervlakkig culinair gezegde. Goed voor de horeca-sector. Honger is iets anders na een zelfgekozen vasten of een hongerstaking. Zeker als je moet overleven in een situatie zoals in Zuid-Oost Azië of ergens in Oost-Congo op de vlucht in het woud. Maar er is ook onze honger naar 'lekker smullen' in gulzigheid en overdaad. De verleider nadert op onze zwakke momenten en kent onze zwakke plekken. Jezus werd verleid om van woestijnstenen lekkere broodjes te maken. 'Als je de zoon van God bent', zei de duivel. Maar Jezus wilde dat zoonschap zo niet invullen. Het heeft voor hem niets te maken met groteske spectaculaire wonderdoenerij. Zeker niet als het gaat om 'brood'. Een symboolnaam voor alles wat een mens nodig heeft om menswaardig te leven. Brood dat door hard werken verdiend wordt . Ons 'dagelijks brood'. Brood dat Jezus wilde breken en delen. Solidair met hongerige medemensen. 'Broederlijk delen'. Nu in deze veertigdagentijd. Nu voor die slachtoffers van de vloedgolf of van burgeroorlogen in Darfur of Congo. Kunnen we echt niet één dag in de week ons brood delen en aan den lijve honger voelen als 'de beste saus' voor solidaire medemenselijkheid?
Het bekoringsverhaal gaat verder. Jezus staat op de bovenbouw van de tempel. En de verleider daagt hem uit om naar beneden te springen en citeert een schriftwoord uit psalm 90: "Engelen zullen je op handen dragen zodat je je voet niet stoot aan een steen."Een 'zoon van God' moet onkwetsbaar zijn. Hij moet groot gaan op zijn zoonschap. Hem kan niets overkomen. Hij moet voor niemand onderdoen. Petrus kon ook al geen lijdende Messias dulden. Jezus wees hem ook terecht met een 'Ga weg ...Satan!' En op het kruis werd Jezus opnieuw uitgedaagd om er van af te komen en daardoor te bewijzen dat hij 'zoon van God' was. Jezus heeft zijn zoonschap echter niet beleefd vanuit de hoogte in ontoegankelijke beschermende afzondering. Hij was niet immuun tegen lijden en tegenspoed. Hij liet zich niet bewieroken als een hoogwaardigheidsbekleder. Hij knielde neer om vuile voeten te wassen. Hij gedroeg zich als deemoedige dienstknecht van de minste mens. Hij stierf de kruisdood uitgejouwd als een misdadiger. De 'zoon van God' was weerloos en machteloos. Zo is de liefde.
Dat blijkt andermaal bij de derde bekoring, als Jezus van op een hoge berg alle koninkrijken worden getoond en wordt verleid tot absolute wereldheerschappij. Jezus koos voor een leven dat leidde naar die andere berg: Golgotha. Hij heeft uitdrukkelijk en radicaal ieder perspectief van welke heersersmentaliteit dan ook, afgewezen . Juist daardoor openbaarde hij zich als DE 'zoon van God'. Hij stond voor Pilatus in zijn waarachtige koninklijke waardigheid,sereen en zonder aanmatiging. Niet als een triomferende superman die heldhaftig alle pijn en ontluistering trotseert, maar zwijgend. Als de waarachtige mens. Sterk in vertrouwvolle overgave aan zijn en onze God-Vader.

Onze aandacht voor eigen persoontje, onze zucht naar eer en aanzien, ons verlangen naar bevestiging en naar zovele vormen van persoonsverheerlijking, het zou allemaal als sneeuw voor de zon moeten smelten oog in oog met de ware 'zoon van God'. De wijze waarop wij de verleidingen weerstaan, in onze woestijntijden, zeggen ons hoezeer, of hoe weinig, wij op hem gelijken die we, zo zeggen we toch, willen navolgen.