Woenstijn

De vasten begint elk jaar met Aswoensdag.

Aswoensdag herinnert ons aan broosheid en kwetsbaarheid, ons gebonden zijn aan materie, aan stof en as.

Vandaag, op deze eerste Vastenzondag luisteren we naar het wondere verhaal van de Schepping.  Ook daar komt het stof van de aarde terug. Jezus boetseert er de mens uit.

 

En ‘de goddelijke levensadem’ wordt in hem geblazen en er wordt voor hem een tuin van Eden aangelegd.

Je mag in deze wereld staan als in een prachtige tuin, aanlokkelijk om te zien, met heerlijke vruchten. Geniet er van!

Er is wel een waarschuwing: ‘Eet niet van de boom van de kennis van goed en kwaad’.

Er zijn normen van wat goed is en kwaad. Een mens kan daaraan niet tornen.

Als mens kan je, noch mag je, bepaalde grenzen en regels overschrijden.

 

Ruk je niet los uit de verbondenheid met God en met elkaar om alles naar je hand te zetten. Want het paradijs wordt dan een woestenij vol gewinzucht, uitpersing, geweld.

Helaas, dat is waar het op uitdraaide; kijk naar Afrika: het zou een paradijs kunnen zijn, maar is eeuwenlang leeggeroofd door mensen, die zich voor ‘goden’ hielden.

 

Niet ingaan op bekoring en verleiding… daar gaat het om, zowel in het scheppingsverhaal als in het evangelie.

Met het scheppingsverhaal ontvingen we de belasting of de druk van de erfzonde, daar hebben ze ons toch wel lang mee stil gehouden.  Als ik denk aan de verhalen uit onze jeugdjaren.  Er was geen betere manier om een schuldgevoelen aan te kweken.

Gelukkig kunnen we dit nu relativeren en bekijken we het scheppingsverhaal met heel andere ogen en zo ook de ‘erfzonde.

 

We verlaten de eerste lezing en staan even stil bij het evangelie.

Hier is vandaag het begrip bekoring en verleiding’ sterk aanwezig.

Hebt u ook deze week op de radio dit bericht gehoord?

Meer dan 10.000 personen, meestal jongeren, schreven zich in via Facebook voor de actie “dagen zonder vlees”. Dit is toch wel opvallend, het begrip ‘vasten’ zoals wij dit heel ons leven gekend hebben, spreekt jonge mensen niet meer aan, maar zo regelmatig een dag zonder vlees dan weer wel.

 

Ze zullen misschien niet beseffen dat dit gebruik nog komt uit de “vastentijd van onze jonge jaren...”.

Toen was het evident: “dagen zonder vlees”.

Nu is de motivatie: de ecologische voetafdruk - d.w.z. de tol die onze planeet betaalt om vlees te consumeren - om die ecologische voetafdruk te verlichten in ons milieu. Op zich niet slecht natuurlijk maar echt vasten is het niet.

De religieuze praktijk van het vasten komt voor in haast elke godsdienst. In de grond zijn er zelfs geen grote verschillen. Of je nu vast in onze godsdienst, of je noemt het ramadan of Jom Kippoer zoals bij de Joden.

 

Ik las in het parochieblad van deze week een artikel over Jonas Slaats, iemand die heel consequent een vastenweekend organiseert.

In zijn vastenweekends laat hij aan den lijve te ondervinden wat armoede is om van daaruit solidair te worden met wie in armoede leeft.

Een van de bezielers van het vasten was Gandhi.

Hij ging nog verder.

Hij gebruikte het vasten als een sociaal middel om onrecht te doorbreken. Begrijp het niet als een hongerstaking om een of ander voordeel voor jezelf af te dwingen.  Gandhi zette met zijn vasten niet zijn tegenstander onder druk maar hij spoorde zijn medestanders aan om bijvoorbeeld geen geweld te gebruiken tegen andersdenkenden, in dit geval Moslims.

 

Zien wij vasten dan nog als een spirituele oefening? 

Eigenlijk zou het moeten betekenen: de overschot even opzij leggen, niet alles onmiddellijk willen consumeren, even afzien, doorbijten, niet toegeven aan de honger of goesting. Zo leer je op een innerlijke manier strijden tegen belangrijke verleidingen. 

 

Je kweekt zelfdiscipline van de ziel.

Jonas Slaats stelt zich er toch vragen bij wanneer “solidariteit” beperkt wordt tot het inzamelen van geld en goederen. Als het enkel dat nog maar is. Wat leren onze kinderen daarbij?

 

Hoe kun je tot solidariteit bewogen worden als je niet weet hoe het voelt om behoeftig te zijn, als je niet weet hoe het voelt dat je niet genoeg hebt om rond te komen…

We zouden in deze vasten het woord consumeren beter veranderen in consuminderen. Dat zou een goede uitgangspositie zijn om onze ecologische voetafdruk lichter te maken.

 

Beste vrienden, waar staan wij in dit verhaal? Waar staan wij bij het begin van deze vasten?

Week na week zullen we uitdagende lezingen horen, verhalen die we op ons eigen leven kunnen leggen, en die ons zullen confronteren met onszelf.

Welke weg willen we gaan? De weg van de vrede, de hoop, het geloof, de liefde?

De weg naar God en naar onze naaste? Of de weg van de hebberigheid, van alles naar zich toetrekken?

De weg die alleen maar naar ons eigen duisternis kan leiden? De weg naar de troosteloze woestijn? De keuze is aan ons, en Jezus wil ons daarbij helpen.

 

De woestijn is toch wel een plek van uitersten: zand,eindeloze vlakte,

brandende hitte overdag… bittere kou in de nacht

bar en onherbergzaam is die plek.

Licht dat pijn doet aan je ogen,

duisternis die bang maakt.

Droogte, doodswind, onvruchtbaar oord…

Kan een mens daar in overleven?…

 

Woestijn is ook een plek van dorre eenzaamheid.

Niemand kom je er tegen, behalve jezelf of God of de duivel.

Je kunt er anderen ontvluchten,

maar aan jezelf ontkom je niet.

 

Woestijn is ook een plaats van bekoring,

Verleidende woorden van de satan in jou:

Wil je groot zijn? Zorg dat je macht hebt!

Wil je aanzien? Zet mensen vast in armoede.

Laat ze eten uit jouw hand!

Wil je rijk zijn? Wees en leef als God!

Woestijn is een plek waar mensen zichzelf en mekaar de duivel aan doen!

Maar woestijn is ook een plaats van ommekeer, confrontatie, van pijnlijke bewustwording een plek om te vasten.  Bewust of onbewust.

In de woestijn van het leven worden mensen wakker geschut.  Daar ziet men God als een vuurzuil of als een wolk.  Een fatamorgana in ons geloof. 

 

Vrienden, al eeuwen probeert de duivel ons wijs te maken dat God brood zal maken uit stenen.

Jezus daarentegen leert ons dat we brood kunnen delen met elkaar, en dat we ook onszelf kunnen delen met mensen in nood. Laat dit onze vasten zijn: de wil om er te zijn voor God en voor elkaar, en om te delen met mensen in nood.

Laat deze veertig dagen ons gegeven worden om weer “honger” te krijgen.

Honger om de leegte, de woestijn in ons leven te voelen. Honger om te beseffen dat de aarde en de vruchten van de aarde ons gegeven zijn als een geschenk om te gebruiken maar niet om misbruikt te worden.

Zo’n vasten wens ik je toe

veertig dagen lang.