1e zondag van de veertigdagentijd A - 2011

Zusters en broeders,

Adam en Eva hadden een lange vakantie geboekt in een 5-sterren de luxe all inclusive aan de kust van Libië, niet ver van Benghasi. Bij hun aankomst werden ze hartelijk verwelkomd door de directeur. Hij wenste alle gasten een schitterende vakantie toe, en verzekerde dat hij en zijn personeel er alles aan zouden doen om het hun naar de zin te maken. Hij vergeleek het vakantiedomein met de tuin van Eden. Het was een weelderige oase te midden van de troosteloze woestijn. Ze konden het domein dus maar beter niet verlaten. Hij wees er ook op dat het verboden was niet-gasten mee naar binnen te brengen. Het was immers all inclusive, alleen gasten hadden dus recht op gratis eten en drinken en genieten van de vele sport- en ontspanningsmogelijkheden die het resort bood. En het moet gezegd: het was genieten. Prachtige, ruime kamers met alles erop en eraan, heerlijke buffetten, alle mogelijke drankjes, en personeel dat stond te springen om de gasten te mogen bedienen. Een van hen, Kali, zou in zijn dienstbaarheid letterlijk door het stof gekropen zijn. Als een slang. Adam en Eva moesten nog maar denken dat ze een drankje wilden, en hij boog al voor hen, net of hij hun gedachten kon lezen.

Na een paar weken was hij erg vertrouwd geworden met hen, en op een avond vertelde hij hun dat het in Benghasi nog veel leuker was dan hier. Daar was pas het echte leven. De directeur wilde niet dat ze erheen gingen, omdat hij het plezier voor zich alleen wilde. Maar hij, Kali, wilde hen er graag naartoe brengen. Ze gingen er dus heen, en zagen de grauwe krotten en de armoede, maar ze hoorden ook de vrolijke muziek op de pleinen. Ze werden omstuwd door jongeren die hen hongerig aankeken, hopend op een betere toekomst. En Adam dacht: Zo’n jong ding, dat heeft wel wat, dat is eens iets anders. En Eva dacht: Zo’n arm ding, dat doet alles wat ik zeg. Eens thuis hoef ik geen klop meer te doen. Ze keken elkaar aan, en zagen de leugen in elkaars ogen: de ontrouw bij Adam, en de uitbuiting en het machtsmisbruik bij Eva, en ineens zagen ze dat ze naakt waren. Maar ze negeerden de leugen en de naaktheid, en ze glimlachten vals naar elkaar. Ze dachten dat ze de directeur wel zouden kunnen omzeilen, dus trokken ze  met zo'n jong, arm ding terug naar het resort. Bijna op hun kamer liepen ze recht in de armen van de directeur. ‘Ik had het nog zo gezegd,’ zei hij, ‘je mocht hier niemand mee binnenbrengen. Het spijt me, ik moet jullie eruitzetten. Nu staan jullie er alleen voor.’

Adam en Eva konden dus niet weerstaan aan de verleiding van de leugen, de ontrouw, het machtsmisbruik, de donkere hunker naar meer hebben en meer zijn. Dus lieten ze hun duistere zelf de vrije loop. Dat doet Jezus niet. Wat de duivel Hem ook voorspiegelt, Hij blijft trouw aan Zichzelf, aan zijn zending en aan God. Hij wil geen spektakelmessias zijn die brood maakt uit stenen, Hij wil God niet op de proef stellen, en Hij wil zeker niet in de plaats treden van God, ook niet wanneer de duivel Hem de heerschappij over wereld belooft. Maar de wereld van de duivel, dat is precies de wereld van de ontrouw, de hebberigheid, de uitbuiting, de machtswellust.

Zusters en broeders, waar staan wij in dit verhaal? Waar staan wij bij het begin van de vasten? Week na week zullen we uitdagende lezingen horen, verhalen die we op ons eigen leven kunnen leggen, en die ons zullen confronteren met onszelf. Welke weg willen we gaan?, zullen we ons telkens opnieuw moeten afvragen. De weg van de vrede, de hoop, het geloof, de liefde? De weg naar God en naar onze naaste? Of de weg van de hebberigheid, van de ontrouw en de macht? De weg die alleen maar naar ons eigen duistere zelf kan leiden? De weg naar de troosteloze woestijn? De keuze is aan ons, en Jezus wil ons daarbij helpen.

Ook Broederlijk Delen wil ons daarbij helpen. Het zal aan onze deur en aan ons hart kloppen ten voordele van Burundi. Dat land probeert te herstellen van een jarenlange burgeroorlog. Het is opnieuw op zoek is naar eigenwaarde en zelfrespect. En het is ook op zoek naar leven voor alle Burundesen. Leven dat wij via Broederlijk Delen kunnen geven.

Zusters en broeders, al eeuwen probeert de duivel ons wijs te maken dat God brood zal maken uit stenen. Jezus daarentegen leert ons dat we brood kunnen delen met elkaar, en dat we ook onszelf kunnen delen met mensen in nood. Laat dit onze vasten zijn: de wil om er te zijn voor God en voor elkaar, en om te delen met mensen in nood. Amen.