Pinksteren A - 2005

Zusters en broeders,

In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u. Ontvang de heilige Geest.”

Zo lezen we in het evangelie. En in de eerste lezing, genomen uit dat heerlijke boek over de handelingen van de apostelen, maken we kennis met de kracht van die Geest: er is sprake van gedruis, hevige wind, vuur, vreemde talen, verbazing. De komst van de Geest gaat niet onopgemerkt voorbij. Dat blijkt ook uit wat Paulus in de tweede lezing schrijft: ‘Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest.’ En ook: ‘Wij allen, joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van één en dezelfde Geest door de doop één lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met één Geest.”

De Geest, altijd opnieuw de Geest. In de vorige weken hoorden we dat Jezus aan zijn leerlingen beloofde: ‘Ik zal u niet als wezen achterlaten, maar u een helper zenden, de Geest van waarheid.’ Vandaag vieren we de komst van die helper, die Geest. En hoe beeldrijk die komst ook verhaald wordt, toch blijft die Geest onvatbaar, veel onvatbaarder dan Jezus, die als mens onder ons geleefd heeft. Die Geest: wie is Hij? Wat is Hij?

Traditioneel spreken we van de gaven van de Geest. Die werden voor het eerst geboekstaafd door Jesaja, in zijn visioen over de Messias, op wie de gaven van de Heer rusten: de geest van wijsheid en inzicht, van beleid en sterkte, van kennis en respect voor de Heer. En in het mooie lied over de goede vruchten van de Geest dat we (misschien) al gezongen hebben of nog zullen zingen, hebben we het over ‘de liefde en de vreugde, de vrede allermeest, geduld om te verdragen en goedertierenheid, geloof om veel te vragen, te vragen honderduit.’ Hier horen we dan weer Sint-Paulus, in zijn brief aan de Galaten. Daar vermeldt hij ook nog goedheid, trouw, zachtmoedigheid, ingetogenheid.

Wijsheid, kracht, liefde, vreugde, vrede, geduld, verdraagzaamheid, vriendelijkheid, geloof, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid. Zusters en broeders, dat is een heel mooi programma. Een programma waar, zoals Sint-Paulus zegt, ‘geen wet tegen bestaat’, omdat het alleen maar positief is. Hoezeer positief komt nog het best tot uiting wanneer we het tegendeel ervan onder ogen zien, en ook dat vinden we in de brief aan de Galaten, waarin ook de vruchten van de zelfzucht worden opgesomd: ‘losbandigheid, afgodendienst, vijandschap, afgunst, uitbarstingen van woede, intriges, ruzies, partijdigheid, jaloersheid, drinkgelagen en meer van die dingen.’

Nee, geef me dan maar het programma van de Geest, het programma waar geen wet tegen bestaat. Het programma waarin we zonder enige moeite Jezus herkennen. Jezus die in woord en daad de belichaming is van de Geest, Jezus die zijn hele leven lang de gaven van de Geest heeft voorgehouden en heeft voorgeleefd. Geef me dus maar zijn programma. Want wie wil nu niet wijs zijn, en wie wil niet graag zien en graag gezien worden? Wie beleeft nu liever ellende dan vreugde? Wie leeft liever in twist en tweedracht dan in vrede? Wie is liever hard dan zacht? En wie verkiest ontrouw boven trouw? Zonder aarzelen zal iedereen hier voor het positieve programma kiezen, niet voor het negatieve. Enfin, dat denk ik toch.

Want tegelijk merk ik dat minder en minder mensen zich door dat programma aangesproken lijken te voelen. We zien het aan de lege plaatsen in onze kerken, we ondervinden het in onze dagelijkse omgang met medemensen, we worden ermee geconfronteerd in de media, in de politiek, in de wereld: het positieve programma van de Geest moet het heel dikwijls afleggen tegen het negatieve programma van de zelfzucht. Ontrouw ondermijnt relaties, gegeven woorden worden gebroken, politiek is dikwijls ��n grote leugen, tweedracht uit zich in oorlog en terrorisme, zachtheid wordt verdacht gemaakt, partijdigheid ondermijnt de verhoudingen tussen de volkeren: tussen blank en niet blank, tussen arm en rijk, tussen Noord en Zuid. Verbazingwekkend is dat, want nog eens: wie verkiest nu twist en tweedracht, ellende, hardheid en ontrouw boven vrede, vreugde, zachtheid en trouw?

En wat misschien nog meer verbazingwekkend is: waarom zijn velen echt t�gen Jezus en zijn programma van de Geest? En waarom staan ook zovelen die in geloof zijn grootgebracht nu uitgesproken vijandig tegenover dat geloof en tegenover die Geest? Misschien onze eigen kinderen, onze vrienden en kennissen, onze buren; of mensen die zich vroeger actief voor God en zijn kerk hebben ingezet als lector, lid van de parochieploeg, catechist, kerkkuiser; koster en noem maar op: waarom zijn zovelen onder hen nu dikwijls uitgesproken tegen?

Zusters en broeders, meer dan eens heeft Jezus gezegd: ‘De wereld zal u haten omwille van mijn Naam.’ Jezus zelf ziet dus een tegenstrijdigheid tussen zichzelf en de wereld, tussen zijn Geest en heel veel mensen. Maar misschien is er nog een andere oorzaak voor de afkeer van velen tegenover dat prachtige programma van de Geest van Jezus. Misschien, zusters en broeders, beleven wijzelf dat programma niet oprecht genoeg. Misschien zijn wijzelf niet liefdevol genoeg, misschien zijn onze vreugde en vrede, ons geloof en onze goedheid, ons geduld, onze verdraagzaamheid, onze trouw, zachtheid en ingetogenheid niet echt wat ze zouden moeten zijn. Misschien zijn we niet echt zoals de eerste christenen, van wie in de Handelingen van de apostelen uitdrukkelijk gezegd wordt dat ze bij het hele volk in aanzien stonden om hun manier van leven en hun omgang met hun medemensen.

Zusters en broeders, moge dat ook voor ons zo zijn. Moge de Geest van Jezus ook van ons bezit nemen, opdat ook wij een teken zouden zijn van Gods Geest in deze wereld. Amen.