- Zusters en broeders,
Pinksteren is een feest van eenheid in verscheidenheid. We kunnen verbonden zijn, ondanks diepe verschillen. Kijk maar naar de opsomming van volkeren in de eerste lezing: een hele resem verschillende volkeren wordt vermeld. Allemaal spreken ze een andere taal, maar toch zijn ze één, want ze luisteren allen naar wat de apostelen vertellen. En daarmee doen de apostelen wat Jezus hun bij zijn hemelvaart heeft opgedragen: ‘Maak alle volkeren tot mijn leerlingen, doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leer hun onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.’ Die opdracht voeren de apostelen nu uit. Vijftig dagen geleden waren ze nog als bange hazen op de vlucht geslagen toen Jezus werd aangehouden. Petrus had Hem zelfs driemaal verloochend. Maar zoals Jezus had beloofd, is nu zijn Geest over hen gekomen, en stormen ze naar buiten om enthousiast over Gods grote daden te vertellen. En dat is meteen het wonder van Pinksteren: de apostelen zijn niet meer bang, integendeel, ze vertellen enthousiast over God, over Jezus. En het tweede wonder is dat de Geest, dwars door de verschillen heen, tussen al die volkeren, een verbinding schept: ze luisteren enthousiast naar wat de apostelen vertellen.
Wat een boodschap is dat voor onze tijd! We leven in een wereld die vaak splitst langs lijnen van afkomst en geloof, arm of rijk, man of vrouw. Talloos zijn de scheidingslijnen die de wereld hard en wreed maken. En daartegen zegt Pinksteren: ‘De Geest van God is sterker dan wat ons verdeelt. Waar wij muren bouwen, bouwt de Geest bruggen.’ Dus moeten we ons de vraag stellen: durven wij die bruggen oversteken? Aanvaarden wij verscheidenheid, of sluiten we ons af voor anderen, zeker als het vreemdelingen zijn?
We zijn immers geen heiligen. Soms hebben we vuile handen, omdat we dingen hebben gedaan die het licht niet mogen zien. Soms doen we gewoon niets. Soms raken we de weg kwijt, omdat we ons op onbekende, soms duistere wegen begeven. Soms is ons leven kil en liefdeloos. Dan is het goed dat de Geest ons helpt. De Geest die de kracht is van God die in ons woont, die alles weer levend maakt, die ons in beweging brengt.
We moeten daarvoor geen krachtpatsers zijn en ook geen heiligen. Kijk maar naar de apostelen: een allegaartje van vissers, tollenaars, twijfelaars. En nu spreken ze met een vuur en vlam over God, over Jezus. En zo laat Pinksteren zien dat God niet alleen werkt met machtigen en geleerden, maar ook met gewone mensen, zoals wij. Ook aan ons geeft Hij de kracht en de gaven om over Hem te getuigen, en zijn rijk van liefde en vrede uit te dragen.
Zusters en broeders, Pinksteren is geen herdenking van een feest dat heel lang plaatsvond en dus allang voorbij is. Nee, het is feest dat zich elke dag afspeelt en ook elke dag werkelijkheid wil worden. Het feest dat Gods Geest altijd over ons komt, en ons aanspoort om over onze grenzen heen te gaan, naar al onze medemensen, ook als ze van vreemde afkomst zijn, en anders zijn dan wij. De Geest die ons ook aanspoort om alle gaven te gebruiken die we van God hebben ontvangen om te geloven in nieuw leven, ook als we geconfronteerd worden met tegenslag, ziekte en dood. Laten we bidden dat de Geest het vuur van Gods liefde in ons doet branden. Amen.