Evangelieprikje 2014

Nog niet gepubliceerd

Ik weet niet of u de sitcom “The Big Bang Theory” kent. Het gaat over vier jonge wetenschappers, nerds eigenlijk en hun vrienden. Eén er van gaat zo op in de wetenschap dat hij moeite heeft om met mensen om te gaan, gevoelens te uiten. Ik kan me zo voorstellen dat die Sheldon samen met zijn vriendin Amy op de sofa zit en zij tegen hem zegt: “ik sta nu in vuur en vlam”. Zijn antwoord zou dan iets zijn als” tiens, ik zie geen vlam, je moet mensen niet in paniek brengen.” Moest die scene ooit getoond worden, de lachband wordt er bijgehaald want dit is grappig omdat Sheldon hier niet aanvoelt dat het niet letterlijk moet genomen worden. Als het over Bijbelteksten gaat, kent onze wereld heel wat Sheldons. En zo komt het dat het schilderachtig tafereel dat ons geschetst wordt in de Handelingen van de apostelen van het Pinksterfeest verkeerd begrepen wordt en men van een innerlijk gebeuren iets uiterlijks maakt. De evangelist Johannes is minder theatraal over het gebeuren maar gaat meteen ook wat dieper. Zoals God de eerste mens de adem inblaast, zo ademt Jezus nu over Zijn leerlingen en begint de nieuwe schepping. In het begin van het evangelie van vandaag zat men nog in de oude schepping. In die oude schepping is angst troef, in het geval van de leerlingen angst voor de joden omdat ze bij die Jezus die gekruisigd is, hoorden. Omwille van die angst zijn de deuren gesloten, maar angst houdt Jezus niet tegen en zo komt Hij in hun midden. Voor de twijfelaars verhaalt Johannes vlug hoe Jezus zijn wonden toont. Belangrijker is wat Jezus zegt: vrede. Vrede is het woord dat de verrezen Christus altijd gebruikt wanneer Hij verschijnt. Geen vrede in de betekenis van geen oorlog, maar een diepe innerlijke vrede, dat is het wat Hij zijn leerlingen en ook ons toewenst. Die diepe innerlijke vrede verdrijft angst. Het is je hart laten volstromen met Gods liefde en zo vol vertrouwen, vanuit een diepe innerlijke vrede de wereld tegemoet treden. Het is met die vrede in het hart dat de leerlingen gezonden worden en dus ook wij.

Wie er in slaagt echt vanuit die innerlijke vrede de wereld tegemoet te treden, die doet dat niet op een agressieve manier, die doet dat in de geest van Jezus: weldoend. Een tijdje geleden riep Kris Peeters zijn campagnevrienden op om in de geest van Jean-Luc Dehaene campagne te voeren. Dat betekent: zoals Jean-Luc het zou gedaan hebben. Weldoend rondgaan in de geest van Jezus is dus ook rondgaan zoals Jezus het zou gedaan hebben, maar het is meer. Het is niet alleen rondgaan in de geest van maar ook rondgaan met de geest van. Vandaag vieren we dat we als gelovigen de heilige Geest mogen ontvangen. Het is door het ademen van Jezus over zijn leerlingen dat zijn leerlingen de heilige Geest ontvangen en de nieuwe schepping kan beginnen. Die nieuwe schepping is ook ooit bij ons begonnen door ons doopsel en vormsel. Ik heb die beide sacramenten ontvangen op momenten in mijn leven dat ik niet ten volle besefte van wat er aan mij gebeurde. Is dat erg? Ik vind persoonlijk van niet omdat ik denk dat we niet in staat zijn de volle rijkdom van het doopsel en vormsel te kennen; Belangrijker is ons de vraag te stellen wat we er mee doen.

Een belangrijke vraag daarbij is: laten we Gods Geest in ons leven werken? Staan we open voor de werking van Gods Geest in ons leven of zitten we ook opgesloten achter onze eigen deuren? Ik vind het geen slechte gewoonte om mijn ochtend- en avondgebed te starten met een vraag om de Geest. Ik heb dat niet uitgevonden, de rijke gebedstraditie van de Kerk heeft me dat aangereikt. In het begin vond ik dat misschien tijdverlies, ik had de pretentie te denken dat ik zelf wel kon bidden. Ik hoop dat God mij die pretentie vergeven heeft, maar ben vooral blij dat ik nu eerst om de Geest vraag en eigenlijk die Geest in mij laat bidden. Dat helpt om vanuit een zekere innerlijke vrede te kunnen bidden. Maar Gods Geest in je leven laten werken is natuurlijk meer dan er om vragen in het gebed. Gods Geest laten werken in je leven betekent bijvoorbeeld dat je niet bang bent om vanuit je geloof te spreken en te handelen. Ook al weet je dat het niet bonton is om op te komen voor het ongeboren  of dementerende leven, toch zal je er niet over zwijgen. Maar je zal dat altijd doen vanuit een diepe vrede, niet met een veroordelende en agressieve toon. Als ik in mijn eigen leven kijk, dan merk ik dat die veroordelende en agressieve toon wel nog aanwezig is. Vaak wordt die ingegeven door angst: angst dat we het pleit niet gaan winnen, dat mijn mening weer aan de kant zal geschoven worden of afgedaan als belachelijk. Als het weer eens zover is, weet ik dat het tijd is om te bidden. Met de jaren voel ik dat die zachtmoedige Geest meer werkruimte krijgt in mijn leven, ik kan alleen maar blijven bidden dat het blijft groeien. Want leven in Jezus’ Geest is alleen maar mogelijk als we kunnen leven met of vanuit die Geest. Het is het die Geest die ons in vuur en vlam kan zetten om Blijde Boodschap te worden voor de mensen die God op onze levensweg plaatst. En om niet vlug uitgeblust te geraken, moeten we er blijven voor bidden …