Pinksteren 2011

Een paar weken geleden waren wij nog eens jarig. Het gebeurt ieder jaar opnieuw, en toch is het een goed moment om even bij stil te staan. De verjaardagskaartjes hangen nog altijd aan een draad in de woonkamer. Fijn dat een aantal mensen ons nooit vergeten.

Het viel me weer op: die ondertekening met drie kruisjes, drie x-jes erbij.

Drie dikke kussen! Niet een of twee. Altijd drie kruisjes.

Als om dat feestelijke, niet alledaagse van een verjaardag te onderlijnen. Één kus kan je zonder bezwaar elke dag geven. Twee kusjes, daar sta je toch even bij stil. Maar drie, …

 

Het deed mij even denken aan de zending van Petrus: Jezus die vraagt: "Petrus, je houdt toch van me?” "Natuurlijk" zei Petrus "anders zou ik toch al die jaren niet ..." "Dat is waar" zei Jezus.

Een eindje verder vraagt Jezus opnieuw: "Je meent het toch, Petrus?"

Waarom zo aandringen, dacht die. "Dat weet u toch wel beter", zei hij.

En nog na een tijdje: "Hou je echt van mij, Petrus?"

Die stond stil. Het schokte hem. Het raakte hem tot in het merg. Hij knikte en veegde even met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd.

"Dan vertrouw ik ze jou allemaal toe", zei Jezus, "Hen daar, en allen die in mij zullen geloven. Als je echt van me houdt, dan zal je ook van hen houden ..."

 

Drie kruisjes! Eigenlijk hebben wij zo als christen al meer dan eens drie kruisjes mee gekregen: eentje met Kerstmis, eentje met Pasen, en eentje met Pinksteren! Telkens opnieuw stelt Jezus ook aan ons die vraag: “Je houdt toch van mij, ook al ben Ik maar een pasgeboren kind.” “Hou je van mij, ook al ben Ik gestorven op het kruis.”

“Hou toch van mij, nu Ik je vraag om mijn taak hier verder te zetten.”

 

In de eerste lezing uit de Handelingen goochelt Lucas met getallen. Hij heeft het over de vijftigste dag, de penta-costa. Johannes in het evangelie heeft blijkbaar op een andere manier leren tellen. Hij heeft het over de avond van de eerste dag van de week. En toch bedoelen zij allebei hetzelfde moment. Vanwaar dan dat verschil?

Eigenlijk gebruiken ze allebei symbooltaal. Allebei willen zij met hun cijferwerk het verband benadrukken tussen Pasen en Pinksteren. Lucas benadrukt dat, door precies evenveel tijd te laten verlopen tussen Jezus bekoring in de woestijn en zijn opstanding, als tussen Pasen en Hemelvaart. Johannes verwijst naar Pasen, letterlijk, alsof het gisteren was.

 

Wij gebruiken de zegswijze: “als Pasen en Pinksteren op één dag vallen” om iets uit te drukken dat onmogelijk is. Johannes gebruikt diezelfde woorden om juist te zeggen dat bij God alles mogelijk is.

Ook Lucas gebruikt sterke symbolen om de aanwezigheid van Gods’ Geest aan te duiden: hevige wind en vurige tongen zijn een uitwendig teken om te tonen dat er aan de binnenkant iets gebeurt.

Ik hoorde ooit over een dove die aan de deurbel in zijn huis, een ventilator met lintjes aan verbonden had. Als de bel ging, sloeg het molentje aan en kwamen de lintjes in beweging. Zo kon hij zien en voelen, dat er iemand aan de voordeur belde. Een teken aan de binnenkant om te tonen dat er aan de buitenkant iets gebeurt.

Op dezelfde manier wil Lucas ons het gebeuren van Pinksteren uitleggen: wind en vuur als teken van de Geest, de helper die binnen aan het werk is.

 

Ik kreeg voor mijn verjaardag een lekkere fles cognac cadeau. Er staan daar ook drie sterretjes op. En misschien is dat niet toevallig. Ik dacht niet meteen aan Pinksteren, maar misschien is het een aanwijzing dat er wel geest, spiritus, in aanwezig is.

Ik heb even de betekenis van die drie sterren opgezocht. Het blijkt een aanduiding dat de drank minstens twee jaar heeft liggen rijpen in eikenhouten vaten. Alsof ze er, ieder jaar opnieuw, een kruisje opzetten en zeggen: “laat deze nog maar wat liggen!”

 

Ergens las ik dat die drie sterretjes oorspronkelijk zouden verwijzen naar de kapitein die de vaten brandewijn vervoerde. Drie sterren, zoals hij die zelf ook op zijn uniform draagt. Een teken van vertrouwen dus.

 

Waarom zouden onze drie christelijke kruisjes: Kerstmis, Pasen en Pinksteren, dan geen teken van vertrouwen mogen zijn. Misschien móéten zij ook wel een teken zijn, om aan de buitenkant te tonen dat de Geest aan de binnenkant bezig is.

Ieder huisje heeft zijn kruisje. De kruistekens die wij maken, de wegen die wij met mensen kruisen, de kruisen die wij soms te dragen krijgen. Ieder kruisje is als een geheugensteuntje, dat ons er aan herinnert dat ook wij door Jezus gezonden zijn: “zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie!”.

 

Neem nu dit Pinksterweekeind. Op zaterdag wordt Milliam, die zich al zo lang voorbereid op deze stap, door onze bisschop gevormd in de kathedraal. En op zondagmiddag worden 20 jonge mensen door onze deken gevormd in onze Sint-Anna-ten-Drieënkerk.

De vormheer legt hen allen de handen op en zalft hen met een kruisje. Een teken om aan de buitenkant te tonen dat de Geest aan de binnenkant bezig is.

Amen.