Evangelieprikje (2009)

Het verhaal dat ons het ultieme nieuws brengt begint als het nog donker is. In de duisternis van de dood gaat een vrouw naar het graf van Jezus. Het graf ... ook vandaag nog voor veel mensen een plek waar ze graag naar toe gaan om even bij hun geliefde gestorvene te zijn. Bij het graf aangekomen merkt ze dat de zware steen die de wilde dieren er van moet weerhouden de overledenen op te peuzelen. Dat de steen weggerold is doet haar vermoeden dat men Jezus heeft weggehaald uit het graf en ergens anders heeft gelegd. De ontzetting moet groot geweest zijn. Stel je voor dat jij naar een graf gaat en je merkt dat het graf weg is en alleen een lege put overblijft. Ze keert terug naar Petrus en Johannes en doet het relaas. Ze snellen naar het graf en constateren daar dat Jezus inderdaad weg is maar de linnen doek en het mooi opgerolde hoofddoek doet vermoeden dat het geen grafroof is. Bij Johannes begint het verrijzenislicht dan al door te breken: Jezus is verrezen!

Dit en alle andere verhalen die proberen te getuigen over de verrijzenis zijn zeer eenvoudig, hetgeen waarvan ze willen getuigen is dat helemaal niet. Wat hebben wij als christenen te zeggen over de kern van ons geloof? We geloven dat Jezus verder leeft, op een andere manier dan voorheen, maar toch ... We geloven, maar onomstotelijke bewijzen zijn er niet. Ik weet het, er zijn ook geen onomstotelijke bewijzen dat het niet zo is, maar dat is maar zwak als bewijs. Ik probeer al een paar dagen voor mezelf uit te maken waarom ik geloof in de verrijzenis. Het is geen gemakkelijke opgave, vooral omdat ik een paar eeuwen na de feiten geboren ben.

Toen ik begon na te denken over verrijzenis kwam ik nogal vrij vlug bij de lekkere wafels van mijn moeder uit. Toen ik nog thuis woonde en het wafelenbak was, dan mocht (in die tijd ervaren als 'moest') ik het deeg helpen klaarmaken. Dat werd toen in potten gegoten en voor het vuur gezet. In dat deeg zat weinig leven, het was maar door het toevoegen van gist dat er leven in het deeg kwam. Leven brengen in een van nature "dode" materie, een mooie aanzet om na te denken over verrijzen.

Ik ben het in mijn leven ook al tegengekomen dat mensen en/of gebeurtenissen me totaal van de kaart brengen. Eigenlijk ben je dan op sterven na dood. Men kan je daar pilletjes voor geven, maar die lossen enkel de symptomen op, niet de kwaal. Het enige wat je uiteindelijk weer zin kan geven in het leven, is de vriendschap en liefde van mensen. Zij zijn het die je een hand kunnen reiken waarmee je weer kan opstaan. In die zin is het waar dat de kracht van vriendschap en liefde niet te onderschatten is. Als dit al kan tussen mensen, wat moet God dan niet kunnen met Zijn liefde? God die groter is dan wij, die een groter hart heeft dan wij, die moet ook de ultieme verslagenheid van de mens kunnen ongedaan maken. Daarom geloof ik in de verrijzenis. Ik zie wat onvolmaakte mensen als jij en ik kunnen doen uit de kracht van de liefde, die ook niet volmaakt is. Ik geloof dat God wel volmaakt is en ook Zijn liefde. En laat het nu uitgerekend Jezus zijn die ons is komen vertellen dat die God die volmaakte liefde is, ons wil liefhebben.

Maar een mens heeft natuurlijk meer nodig dan een denkschema om te kunnen geloven in de verrijzenis. Dat meer vind ik in de getuigenissen van de leerlingen van Jezus en van alle anderen, soms grote, soms kleine heiligen die in Zijn spoor hun leven gegeven hebben om te getuigen dat God het volle leven wil voor iedereen. Een illusie kan een christenvervolger niet veranderen in een fervent missionaris. Een fabeltje kan de angst voor de kruisdood niet overwinnen. Er is meer nodig dan massahysterie om Lourdes te begrijpen, wie het meemaakt weet dat daar iets is. En ik kan zo nog door gaan ... Al eenentwintig eeuwen lang hebben mensen het beste van zichzelf of is het het beste van God aan de mensen gegeven omdat ze in het verhaal van Jezus geloven: het lijden en de dood heeft niet het laatste woord, Gods liefde wel. We moeten geen grote theorieën verzinnen om de sceptische buur of vriend te overtuigen van ons geloof, we moeten gewoon uit ons geloof de kracht putten om op te staan uit onze miserie en om anderen overeind te helpen als het leven hen neerslaat. Ons geloof moet het niet (alleen) hebben van vrome bespiegelingen, dan had God gerust in Zijn hemel kunnen blijven. Ons geloof moet het vooral hebben van ons getuigenis bij mensen in nood. Jezus is mens geworden om ons te tonen hoe wij broer en zus zijn van elkaar, hoe wij elkaar zorgzaam moeten nabij zijn. Die zorg wordt niet altijd beloond, integendeel zelfs, daar getuigt het kruis van. Mar christenen geloven niet dat het daar stopt, Gods liefde laat het dode lichaam van Jezus (ver)rijzen. Dat we dit als mens mogen geloven, moet ons tot lofprijzing brengen. "Prijs de Heer", in het hebreeuws: "alleluja". Zalig Paasfeest!