Pasen A 2011

Tekenen, de afgelopen nacht was er vol van, duisternis en licht, dood en leven, water als een levensbron, een nieuwe schepping, een nieuwe dag, een nieuw volk, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe mens.

 

Dat laatste, daar gaat het om. Die aarde wordt nieuw omdat de mens nieuw wordt, de hemel wordt nieuw omdat de Nieuwe Adam de hemel is binnengetreden. Tekenen, een nieuwe mens, u en ik.

 

Wat zouden we soms graag die nieuwe wereld zelf kunnen maken, met kennis, met techniek, met wetenschap, met menselijk vernuft en menselijke inzet, met nieuwe ideeën, nieuwe vindingen, nieuw elan, nieuwe idealen, we zouden elkaar prijzen en toejuichen, elkaar feliciteren zoals bij de eerste maanlanding, na een veilige terugkeer. Maar eeuw na eeuw, zien we het andersom gebeuren. Nieuwe vindingen keren zich tegen ons, nieuwe ontwikkelingen hebben een zwarte keerzijde die niemand had bedacht. Onze techniek en onze cultuur, de handel die ons rijk maakt en de welvaart die we creëren; de keerzijde wordt keihard zichtbaar. Generatie na generatie moeten we erkennen dat wij die nieuwe wereld niet in onze macht hebben, en als we de nieuwe schepping in onze macht nemen ..., dan slaan we Hem aan het kruis.

 

Zo is het gegaan en zo gaat het. De oude wereld verzet zich tegen de nieuwe wereld. Zo gaat het bij de wet van de sterkste, zo gaat het in een blinde evolutie, maar zo gaat het niet in Gods koninkrijk.

 

In talloze vormen en uitwerkingen hebben we de afgelopen weken het verhaal gehoord, Jezus Christ Superstar in de Jozef, de Mattheüs Passie in heel het land, de Passion in Gouda, muziek, dramatiek, het verhaal vertaald en hertaald, en steeds weer die paar zinnen: “Hij droeg onze zonden. Hij stierf om ons te verlossen. Hij betaalde de prijs. Hij droeg ons kruis. De onschuldige werd veroordeeld om de schuldigen te sparen en te redden.”

 

Het kan niet anders of u hebt over deze zinnen nagedacht. Zoals zoveel mensen in zoveel tijden. Steeds klonken er andere gedachten. Ons verstand en gevoel verzet zich. Waarom laat God een rechtvaardige, een goede mens, iemand die zonder zonde is, sterven in een valse rechtspraak, met verraad en bedrog, omkoperij en leugens. Hoe kan God nu verlossing bewerken door zo'n reeks van kwaad en zonde? Hoe kan dat?

 

Hebt u het antwoord gevonden, deze veertigdagentijd, deze Goede Week, deze nacht? Misschien hebt u gedacht dat een antwoord niet nodig is, omdat ons verstand te klein is, dat geloof genoeg is, vertrouwen, hoop en liefde. En misschien hebt u gelijk, misschien moeten we niet eindeloos doordenken, maar aanvaarden dat door deze onbegrijpelijk tegenstellingen God ons bevrijdt.

 

Maar zou dat de bedoeling zijn? Zou God ons verstand geven om ons daarna een onbegrijpelijk verhaal voor te houden, of mogen we Hem vragen ons verstand te verlichten en met zijn Heilige Geest ons meer te doen verstaan?

 

Alles van waarde is weerloos, dat geldt voor onschuldige kinderen, dat geldt voor de natuur, dat geldt voor de Kerk, dat geldt voor gewoon winkelend publiek in Alphen aan de Rijn, dat geldt voor vrijheid van drukpers, voor meningsuiting, voor eerlijke politieke keuzes, alles van waarde is weerloos.

 

Maar ergens in ons leeft een drang om te bezitten, om te beheersen, om te nemen in plaats van te geven, om te hebben in plaats van los te laten, om te begrijpen door te grijpen, om te beheersen door te heersen in plaats van te dienen door te bedienen en geven door te vergeven. Die harde kracht, die ons in die evolutie in de genen is meegegeven verzet zich tegen een innerlijke kracht, het vlees verzet zich tegen de Geest, tegen die milde kracht die dieper in ons leeft dan al die oppervlakkige krachten die in de evolutie werkzaam zijn, die innerlijke kracht waardoor de schepping niet alleen egoïstisch is, maar ook altruïstisch, waardoor we naastenliefde reeds in haar eerste vormen in de dierenwereld vinden. Diep in ons is een milde kracht aanwezig, die oersterk is, die sterker is dan al die krachten aan het oppervlak. Een zachte, milde, innerlijke kracht, die dieper gaat dan ons verstand, dieper dan onze wil, dieper dan onze kennis en dieper dan onze wetenschap.

 

Die kracht, die spreekt in ons geweten, die wij verstaan als ons hart in vrede is, die kracht die zo groot is dat Hij kan dienen, die zo sterk is dat Hij niet dwingt, die zo eeuwig is dat Hij kan wachten, die kracht die ieder mens kent en herkent, als hij of zij daarvoor de tijd neemt, die kracht kan je toelaten of weigeren, kan je aannemen of afstoten, die kan je volgen of tegenhouden.

 

Wij mensen moesten God in ons midden doden, wij konden niet anders. Want God had zich al die eeuwen in ons leven getoond door de tekenen van macht, van kennis, van invloed, door de wet van Mozes, door de machtige tekenen door de zee en op de berg, met oorlogen, geweld en bloedvergieten. Onze dove oren en onze blinde ogen waren alleen bij machte Hem daarin te zien. Zo verlangden we een machtige messias, een met wapens en glorie, met heerschappij en triomf.

 

Maar omdat God zich niet langer zo wilde openbaren, omdat God zich wilde laten zien zoals Hij is, in zijn Zoon, omdat God een nieuw begin wilde maken, moest het oude sterven. Om ons te laten zien dat het Beloofde Land van Abraham nog niet het Rijk Gods is en dat de Wet van Mozes nog niet Gods genade heerschappij is, om ons te laten zien dat wat wij zuiverheid noemden nog lang niet zuiver was, wat wij heilig noemden nog lang niet heilig was, moest het oude beeld sterven. Wij doodden God omdat Hij weigerde god naar onze maat te zijn. Maar door die dood, stortte ook het oude godsbeeld ineen. Nu bleek dat dit leidde tot de dood van de rechtvaardige. De moord op Jezus sloeg ons alles uit handen. Dit was zonde in zijn uiterste consequentie. De Messias, de Zoon, moest sterven door onze handen, en daarna verrijzen door Gods kracht. Opdat wij eens en voor al zouden beseffen dat het leven met God niet in onze macht ligt, maar alleen ontvangen wordt als wij in eenvoud van hart luisteren naar de zachte stem van God in ons hart, als we de stilte weer aandurven en meer luisteren naar zijn Woord dan naar de wereld.

 

Dit is een repeterende valkuil. Ja. wij wilden een rijk, rooms leven. We wilden de grootste kerk, de meeste kerkgangers, de grootste gezinnen, de mooiste cultuur, de rijkste liturgie. En we heersten door angst, angst voor de zonde, angst voor de straf, angst voor kerkelijke maatregelen, angst voor God. We groeiden niet meer in liefde, liefde voor God en de naaste, liefde voor Gods schepping. We deden steeds meer mee met de wereld, terwijl we dachten reeds in Gods Koninkrijk te wandelen.

 

Moest de Messias dat alles niet lijden en zo zijn glorie binnengaan. Pasen is nu en morgen, elke generatie opnieuw moeten we Hem ontdekken in ons diepste innerlijk. We gaan Hem verstaan door zijn Zoon, zijn Kerk, zijn Evangelie, zijn Sacramenten. Wij worden nieuwe mensen, ook vandaag weer. Amen. Zalig Pasen.