Over de kracht van liefde (2008)

Bezinning

In diepe nacht ging ik op zoek naar mijn zielsbeminde, schreef Johannes van het Kruis. Ik zocht hem, maar vond hem niet, totdat uiteindelijk ik, in een gebaar van overgave en passiviteit, wérd gevonden door die Ene, de Lichtglans voor wie geen hij of zij bestaat. Over deze zoektocht, de vergissingen en zijwegen, die daarbij in de geschiedenis werden gemaakt, en over het uiteindelijke vinden van deze God voorbij namen en beelden als een zee van Liefde gaat deze Paasnacht.

De laatste jaren hebben historici zoals Jack Mills en Karen Aramstrong pogingen ondernomen om de geschiedenis van God te schrijven. Daarbij valt op hoe eerst het volk van Israël en later Jezus en de eerste geloofsgemeente zich geleidelijk van allerlei antropomorfismen moesten ontdoen om uiteindelijk te komen bij de Onnoembare, Diegene van Wie geen beelden bestaan en die ontspringt aan alle namen, maar tegelijk meer dan ooit mensen nabij kwam en in hun hart en hun geschiedenis meeleefde.

God als levenskracht, dat is de diepste betekenis van het Paasfeest. Zo dadelijk zullen we enkele hoogtepunten uit die geschiedenis horen voorlezen. Het zijn bijzondere momenten dat de zoekende mens een tipje van de sluier over God kon oplichten. De verhalen zijn niet absoluut, los van hun historische context te lezen (zoals de creationisten vandaag graag doen), maar grote momenten van een lange zoektocht.

Homilie

Toen we donderdag rond de tafel zaten te eten, vertelde Astrid haar paasverhaal. God is een tovenaar, zei ze, die de steen van Jezus' graf weg rolde. En toen Hij daar Jezus zag liggen, heeft Hij hem omhoog getrokken en was die weer levend. Ik vond het een mooi verhaal van een meisje van 5 jaar voor wie leven en dood eenvoudige, objectieve en verwisselbare gegevens zijn. Het verhaal van de verzegeling van het graf en het plaatsen van wachters, die later werden omgekocht om een leugen te vertellen - dat ze namelijk in slaap waren gevallen terwijl Jezus werd weggenomen - s bijna van het niveau zoals een kindje mij de verrijzenis uitlegt. Matteüs maakt gebruik van een volksverhaal over een leeg graf om daarop zijn verrijzenisboodschap te enten. De joodse bekeerlingen in de gemeente van Matteüs hebben wellicht met de nodige ironie dit verteld, want zo werden de wachters ongewild de eerste boodschappers van het grote nieuws, als ze aan de hogepriesters vertellen dat het graf leeg is.

Misschien moeten we dit en de andere verrijzenisverhalen met andere, hedendaagse ogen bezien en anders gaan begrijpen. Allereerst dit: al deze verhalen zijn geloofsverhalen die geen enkele objectieve bewijskracht hebben. Wie denkt dat het zien van de verrezene of het zien van een leeg graf een bewijs is, gaat uit de bocht net als in het verhaal over zegels en wachters. Ik moet dan terugdenken aan mijn professor van Nieuw Testament, die zich uitsloofde om ons het belang van het Griekse woordje ôftèn, ze hebben gezien, uit te leggen. Tevergeefs denk ik nu. Met de verrijzenis is het zoals met alle belangrijke ervaringen in het leven: rationeel laat zich niets aantonen. Dat is zo met vertrouwen, met belangeloosheid, met verwondering, enz. Alle belangrijke aspecten van ons leven hebben hun eigen evidentie, los van ons denken en voorstellen.

Waarover spreken we dan nog als we het woord verrijzenis gebruiken? Is het een kwestie van een sprong in het duister (credo quia absurdum)? Ik denk het niet. Eerder gaat het om een overtuiging of een levenshouding waarbij je al levend ondervindt dat de kracht van liefde het altijd haalt. Dat kan om heel alledaagse dingen gaan: je zit met elkaar in de shit en denkt 'Het zal voorbij gaan, we zullen elkaar weer vinden'. Het kan om ingrijpender ervaringen gaan waarbij je leven, je gezondheid, de toekomst van je kinderen op het spel staat. Op dat ogenblik een reflex hebben van te vertrouwen heeft met dat moeilijke woord verrijzenis te maken.

Je zou nu de hele Bijbel erbij moeten slepen en alle verhalen samen leggen waar telkens een negatieve, vastgelopen situatie werd doorbroken en men dit in verband met God bracht. Het is de tegenbeweging in onze geschiedenis van op en neergang. Als mensen van een ziekte genezen, als mensen een troostend woord vernemen, als mensen in een uitzichtloze situatie van vernedering kracht ervaren en opstaan, als mensen een onvoorstelbaar en onnoembaar licht in het diepste van zichzelf ervaren, dan gaat het telkens om diezelfde kracht, waarvan men zegt dat ze groter en hoger is dan alles wat wij zijn. Opvallend daarbij is de huiver die deze mensen in hun kwetsbaarheid ervaren in de nabijheid van Gods grootheid (de kabôth Adonai). Zo ondervond Abraham dit onder de immense sterrenhemel, Mozes bij het braambos, de leerlingen bij de wonderen van Jezus. Datzelfde gevoel ervaren de vrouwen als ze staan bij het graf van hun geliefde Jezus. Plots is er de ervaring dat het leven van deze Rechtvaardige niet ten einde is. Het is de overtuiging die door heel de Bijbel gaat, dat het leven sterker is dan de dood en dat God, de huiveringwekkende Andere, zich geeft aan wie wil knielen en zich overgeven.

Over de verrijzenis zelf valt niets te zeggen, enkel over de ervaring van diegenen die erin geloven. Het heeft alles te maken met het vertrouwen dat je in het leven hebt, hier en nu. Vanuit dat vertrouwen en de overgave aan het leven in heel zijn kwetsbaarheid kan een bescheiden maar ook stevig geloof groeien: dat de God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van Jezus Christus, de God van onze voorouders en ouders Kracht is, Onnoembaar Licht, Zielenvonk in het diepste van ons bestaan. We worden uitgenodigd om ons daaraan toe te vertrouwen en tot Hem een bevrijdend Alleluia te zingen.

De volledige viering is terug te vinden op de website van de Filosofenfontein.