De groet op Pasen (2008)

Mgr. Bernard Vanden Berghe, oud-deken van Brussel, stichtte De Open Deur, Brussel Onthaal.  De dienst bevindt zich in de Taborastraat naast de St.-Nicolaaskerk. Bij zijn uiteenzettingen over de spiritualiteit van het onthaal, begon hij gewoonlijk met dit fait divers: "Ik heb de gewoonte twee à drie keer per dag de bus of de tram te nemen. Ik stap altijd vooraan op en groet de bestuurder. Meestal krijg ik een vriendelijk antwoord. Soms komt er geen, of een zuur droog bonjour. In het eerste geval voel ik mij gelukkig, ik word aanvaard; in het tweede ben ik teleurgesteld. Ik wordt niet aanvaard.  Het doet pijn. Ik sta er ongelukkig bij."

Een groet, slechts enkele woorden. Ze hebben zoveel belang en dragen bij tot een goed klimaat. Ze drukken uit dat de andere voor jou bestaat en dat je hem/haar het goede toewenst. De bisschoppen van ons land schreven ooit een brief aan kinderen, verstaanbaar voor klein en groot. Die brief van september 1979 is wellicht hun mooiste brief. Zij gaven vijf leefregels mee aan de hand van vijf eenvoudige woorden:

Goeiedag!
Dankjewel!
Ja, heel graag!
Verontschuldig mij!
Alsjeblieft!

Bij de eerste leefregel kwam volgende uitleg: "Elke morgen zeg je ‘Goeiedag!' aan mama en papa, aan de onderwijzer of de onderwijzeres, aan je vrienden, maar ook aan de Marokkaanse jongen, de kleine Turk, de Kongolees... Zeg je ook ‘Goeiedag!' aan de postboden, de straatveger, aan een oude mens voor het raam, aan het gehandicapte meisje in de rolstoel? Een echte ‘Goeiedag!' is meer dan zo maar iets zeggen. Je zegt eigenlijk: ik wens je werkelijk een mooie dag en ik wil je helpen je dag mooi te maken. Zie je een bedroefd iemand, dan denk je waarom heeft die mens zo'n verdriet? Kan ik iets doen om hem blij te maken?  Doe niet zoals sommige grote mensen.  Ze zeggen ‘Goeiedag!' maar ze wachten niet eens op een antwoord. Daarvoor hebben ze geen tijd  Ze kunnen niet luisteren. Zeg ook ‘Goeiedag' aan Jezus en Maria.  Heb je al ontdekt dat vele gebeden beginnen met ‘Goeiedag!? We zeggen toch: ‘Wees gegroet, Maria!'  En we zeggen ook: ‘Onze Vader, die in de hemelen zijt..."

Elke ochtend ontmoet ik op weg van de zustergemeenschap naar het hoofdgebouw van Caritas/Melle residenten en patiënten. Enkele roepen al ver een goeiedag.  Anderen zeggen niets, ze kijken eerder somber.  Ze zien zelfs niet of de zon al of niet schijnt. In het psychiatrisch centrum werken veel mensen, bijna allemaal sociale beroepen. Niet elkeen zegt een goeiedag.  Dit komt misschien omdat ik pastoor ben. Maar de receptioniste zegt mij dat diezelfde persoon ook haar geen goeiedag zegt.

Waarom is het groeten verminderd? Omdat de andere ons niet meer interesseert? Omdat wij genoeg hebben aan onszelf?  Reinhold Stecher was bisschop van Innsbrück.  Hij hield veel van de bergen.  Ze zijn volgens hem leermeesters. Zij brengen ondermeer warmte in een koude wereld. Op bepaalde tijdstippen kan het boven warmer zijn dan beneden. Soms schijnt boven de zon, terwijl het mistig is in het dal. Dit is ook waar in overdrachtelijke zin.  "In de bergen groet elkeen de ander.  Maar beneden op de parkplaats met 200 auto's is dit al gedaan. Op de wegen razen we snel de anderen voorbij. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat samenwonen in de stad en massificatie de menselijke betrekkingen bevriezen. Vereenzaming en contactarmoede hangen als een koude nevel over de wolkenkrabbers en de stadswijken. Hoe meer de wereld verstedelijkt, hoe meer de aandacht voor elkaar en de bereidheid tot helpen verminderen." Wellicht is dit laatste overdreven.  In de stad groeien initiatieven van buurtgemeenschappen die zich niet neerleggen bij dit anonieme. Het groeten in de bergen is de voorbije jaren eveneens verminderd.

In de Joodse en Arabische cultuur behoort een vredeswens bij de begroeting: Shaloom, salem. Je eerste woord zal vrede zijn.  Jezus vroeg nochtans in zijn zendingsrede om onderweg niemand te groeten (Luc. 10,4). Hij wou aldus reageren tegen het uitvoerig gepraat bij ontmoetingen. De gedrevenheid voor de komst van het Rijk Gods laat niet toe tijd te verliezen.

Matteüs vermeldt op de Paasochtend heel kort de ontmoeting van de Verrezen Heer met de vrouwen. "Jezus kwam hen tegemoet en zei: Wees gegroet" (Mt. 28,9). Johannes geeft het gesprek weer van Jezus diezelfde ochtend met Maria Magdalena. "Ze keek om en zag Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?' vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?'  Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.' Jezus zei tegen haar: ‘Maria!'  Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!'" (Joh. 20,14-16).

Ruddy (Homiletische Suggesties) zei over deze tekst: "Pasen begint met ‘goede dag' te zeggen." Een groet legt een straal op het gelaat van de medemens. Waar mensen stralen, leeft er Paasvreugde. Een gemakkelijke opdracht voor Pasen.  Zeg oprecht een goeie dag en wek een medemens tot leven.