Het nieuwe begin

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Het verrijzenisverhaal van Matteüs liegt er niet om. Het is dra­matischer dan de andere verhalen die we kennen. Er zijn niet alleen maar de vrouwen, Maria van Magdala en de andere Maria, die ‘s morgens vroeg al op weg zijn om Jezus zo snel mogelijk een pas­sende begrafenis te geven, er gebeuren allerhande onverwachte dingen. Plotseling is er een aardbeving, een hevige aardbeving, hoog op de schaal van Richter, en dan komt er een engel uit de he­mel. Hij straalt als een bliksemschicht en zijn kleed is zo wit als sneeuw. Hij rolt de Steen weg en gaat er op zitten. De soldaten die het graf bewaken raken in paniek en vallen van pure schrik buiten westen. De engel begint tegen de vrouwen te spreken en zegt hun Jezus niet op een lege plaats te komen zoeken. Hij vraagt hun om aan zijn leerlingen te zeggen dat Jezus op weg is naar Galilea, en dat ze hem daar zullen ontmoeten. De vrouwen verlaten dan het graf, tegelijkertijd bang en blij, om dat nieuws aan de leerlingen in Jeruzalem over te brengen. Terwijl ze dan op weg terug zijn komt Jezus hun tegemoet. Hij zegt: ‘Gegroet.' Zij gaan naar hem toen, omklemmen zijn voeten, en vallen voor hem op hun knieën. Hij zegt hen dan: ‘Wees niet bang. Ga aan mijn broeders (en zusters) het nieuws brengen dat ze naar Galilea moeten gaan, en daar zullen ze me zelf ook zien.'

In dit verhaal trekt Matteüs een aantal thema's door dat hem, zijn hele boek door, van groot belang geleken moet hebben voor zijn specifiek lezerspubliek. En misschien bij het horen van het verrijze­nisverhaal meer dan ooit. Was er bij zijn lezers toen al het gevaar van een hol triomfalisme, zonder de taak die Jezus achterliet aan te pakken? Let er eens op hoe Matteüs zijn verhaal vertelt! Jezus ver­schijnt eerst aan vrouwen. De engel en hijzelf vragen hun getuigen te zijn van zijn verrijzenis. Maar het getuigenis van een vrouw telde officieel niet! Het telde wel voor die engel en voor Jezus! En precies hier maakt Jezus het verschil. Een verschil dat als een hoofdthema door het hele evangelie van Matteüs loopt. Jezus komt uit een offici­eel verachte streek, en hij begint zijn zending onder een officieel verachte groep mensen in Kafarnaüm.

Jezus kwam om aan de ‘armen' in deze wereld de plaats te geven waar ze recht op hadden. Dat eerst verschijnen aan die vrou­wen moet dat in die tijd al duidelijk gemaakt hebben! Niet alleen om­dat hij aan die vrouwen verscheen, maar ook omdat hij hun uitdruk­kelijk opdroeg om de mannen het nieuws van zijn verrijzenis te gaan vertellen. Als Jezus over die mannen spreekt tegen die vrouwen, noemt hij ze ‘broeders'. Dat houdt in dat de vrouwen die hij toe­spreekt hun en zijn ‘zusters' zijn. Sommige commentatoren menen dat dit de eerste keer is dat Jezus zijn leerlingen ‘broeders' noemt, en ze hechten daar nogal wat betekenis aan. Toch is dat niet waar. Jezus had die term al eerder voor zijn leerlingen gebruikt (bijvoor­beeld in 18,15), maar hij blijft dat doen nu na zijn verrijzenis. Nu is het pas helemaal waar! Wij vormen samen met hem een familie, een gemeente. Wat hem gebeurde, gebeurde aan ons!

Onmiddellijk bouwt Matteüs zijn tweede waarschuwing in. Ook hier dreigt weer een zich verliezen in een triomfalisme dat ons onze wereld en onze taak doet vergeten! Die ‘broeders en zusters' van hem, of in andere woorden ‘zijn familie', moeten naar Galilea toe om hem daar te ontmoe­ten. Galilea is het ‘Galilea van de heidenen' (4,15). De familie kan niet beperkt worden tot hen die er nu in Jeruzalem al bij horen. Het gaat hier niet over een dergelijke familie-'affaire'. Het gaat over de gehele wereld die gereorganiseerd moet worden tot een grote familie. Een wereld waarin dat wat mogelijk is in een func­tionele, normale familie, mogelijk wordt voor de hele wereld. Zo krijgt zijn gemeente vanaf het allereerste begin een alomvattende sociale rechtvaardigheidsleer mee.

Het moet voor zijn nieuwe familie, zijn broers en zussen, een hele opgave geleken. hebben. Ze kunnen op dat ogenblik de om­vang ervan nog niet voorzien hebben. Maar dit verrijzenisverhaal en de verrijzenisopdracht die ze kregen, bereidde hen al voor op de missie die ze veertig dagen later van Jezus bij zijn hemelvaart zou­den krijgen. Ze kunnen niet thuisblijven om dit allemaal leuk en aar­dig te vieren. Ze moeten er op uit, tot aan de uiteinden van de aarde, om de gehele mensheid, om de hele schepping bij elkaar te brengen in de erkenning dat we allemaal dezelfde goddelijke afkomst hebben, tezamen als één geschapen zijn, en gedragen worden door het­zelfde goddelijke leven.

Zoals we in het begin van deze meditatie al opmerkten: het verrijzenisver­haal van Matteüs liegt er niet om!...