Vrouwen en soldaten

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Volgens Matteüs worden er soldaten geposteerd bij het graf. Jezus is dood en weg. Laat het zo blijven. Zo is het goed. Zo is dát gevaar tenminste opge­ruimd. Dat hij ruste in vrede! En dat ook onze vrede nu gegarandeerd mag zijn. Daarvoor staan agenten bij het graf. Om de rust te bewaren staan zij met het geweer in aanslag. Ter plaatse (on)rust.

Vrouwen komen bij het graf. Zij komen met de sterke hoop dat het niet gedaan is. De agenten staan stil bij het graf. De vrouwen bewegen naar het graf toe. De eersten willen de status-quo. De vrouwen wensen dat iets beweegt. De soldaten wil­len het wonder doden. De vrouwen hopen dat het gebeurt. Zij hebben zo hun eigen zintuig, hun intuïtie. Zullen zij met hun ‘zesde' zintuig bedrogen worden... en ons bedrie­gen?

De vraag kan niet scherp genoeg gesteld worden. Steunt ons geloof op de intuïtie van vrouwen? Of steunt de intuïtie van vrouwen op iets wat er te zien was? Hebben zij de verrijzenis gezien of hebben zij de verrijzenis uitgevonden? Om­trent zoiets wezenlijks wil ik me niet vergissen. Ik lees daarom wat er geschreven staat Matteüs is niet een bevlogen getuige. Hij is kri­tisch genoeg om dat niet te zijn.

Matteüs zegt ons dat de vrouwen niet hebben gefantaseerd. Zij heb­ben gezien. Er was dus iets gebeurd vóór hun belijdenis. Hun getuige­nis was méér dan hun aanvoelen. Hun verlangen en hun hoop waren misschien enkel de gunstige voor­waarde om de engel te zien. De engel dus. Dezelfde engel van de beloofde komst, dezelfde engel van de geboorte, de engel van Pasen. Gods engel.

Dit is ons zeker vreemd. Een engel? En daarop zou heel het verrijzenis­geloof en heel het christendom steu­nen? Jawel. Als ik eenmaal aan­vaard dat de diepste dingen van het leven niet met zakelijke mededelin­gen en niet met rationele bewijzen worden bevroed, sta ik voor een vraag. Op welke figuur, op welk in­strument, op welk symbool, op wel­ke mythe zal ik me dan beroepen? Op een engel bijvoorbeeld. Hij mag Gods stem, Gods hand, Gods teken zijn. Dan moet ik echter wel gelo­ven dat mythen geen nonsens zijn. Als het gaat over leven en dood hebben wij geen accurate woorden.

Dan zijn de mythen de enig betrouwbare getuigen. Vóór alle woorden is er de werkelijkheid van de mythe. En de engel is daarvan de representant. Voor de mensen van toen was dat blijkbaar meer toegan­kelijk dan voor ons?

Pasen is voor rationalisten en voor verlichte geesten puur zelfbedrog. Alleen de mens die weet dat hij naar de engel luisteren moet, kan hier zinnig mee omgaan. Op het on(be)grijpelijke hebben wij per definitie met logica alleen geen greep. Alleen een gefundeerde naï­viteit is hier nog zinvol. De vrou­wen waren nog niet zo mis toen ze geloofden in het gebaar van de engel. De agenten hebben natuur­lijk niets gezien. Zij moesten enkel de engel op afstand houden... Wat een mager beroep!

Gods engel is onze waarborg. Met Pasen zijn wij zalig naïef...