Op het kruispunt

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
"Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb", zegt Jezus op Witte Donderdag.

Het is een wonderlijke avond, Paasavond. Een avond vol beelden. Daarom zou ik u willen uitnodigen met mij een tocht te maken terug in de geschiedenis. Er was eens een avond: toen schoolde een volk samen in de nacht, omdat ze op het punt stonden opstand te gaan plegen. Opstand tegen hun heren, door wie ze jaren en jaren in sla­vernij gehouden waren. Ik bedoel de Farao en zijn wreedaardige Egyptenaren.
Dat Joodse volk had eindelijk moed en durf geput om op te staan. Nu zou het gebeu­ren, hun uittocht zou beginnen. Nu zouden ze het niet langer dulden, dat er slavernij over hun volk werd uitgeoefend; dat hun volksgenoten werden gedood en gemarteld; dat hun kinderen werden verdronken; dat hun jonge mannen moesten ploeteren en werken voor te weinig eten en te laag loon.

Op die avond gaan ze met elkaar een lam slachten en eten. De jood begrijpt ten volle, dat het lam model is en beeld van hem zelf. In dat lam legt hij neer, dat hij zich­zelf aan God wil geven, dat alles uit Gods hand komt. Wij kunnen het leven niet bemachtigen. "Heer God", zo lijkt de Jood te zeggen, "Heer God, ik ben van U, hier ben ik." Maar ik kan mij niet letterlijk op het altaar leggen, daarom neem ik een lam in mijn plaats. Maar ik ben dit wel. Als ik dit lam aan U offer, zeg ik: "Ik wil uw weg gaan.
En wat is die weg? De weg, waarvan ze geen vermoeden hebben, die avond, maar waarvan ze later elk jaar weer opnieuw vertellen: het is de weg door het water van de Rietzee heen, waar alle ellende wordt weggespoeld. Het is de weg door de woestijn van droogte en dorheid, van verdriet en onmacht naar de Smal, naar de wetgeving des Heren. Vanaf de Smal verder naar het beloofde land, waar de wet eindelijk zal worden waargemaakt, waar eindelijk die nieuwe gemeenschap zal ontstaan. Een gemeenschap, niet meer van machtigen en slaven, van gebrekkigen en gezonden, maar waar de onderste boven komt liggen, waar de arme rijk zal zijn, de blinde ziende en de dove horende. Dat vieren ze, dat hopen ze en daarmee spraken zij elkaar meer dan drieduizend jaar geleden moed in. Dit hebben ook de leerlingen beleefd ergens in een bovenzaal in Jeruzalem, terwijl ze op het punt stonden opstanding te gaan meemaken.

Dit herinneren wij ons. En wij zeggen ‘t Hem na, terwijl we eten en drinken, terwijl we opstaan en gaan. De opstand van Jezus zal ook onze opstand zijn. Wij zijn samen die tochtgenoten uit dood en chaos, uit armoe en ziekte, uit rijkdom en armoede.
Moge het beloofde land in ons groeien, moge de steppe gaan bloeien, samen zingend tegen het duister, het licht tegemoet...