Christus staat aan de kant van het leven

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Wij hebben zojuist de paaskaars gezegend. Zij is getekend door het ze­gevierende kruis en aan weerszijden van dat kruis staan de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet: de alfa en de omega. Zij zijn een teken van Christus. Onder het kruis staat het jaartal 20.. Daardoor moet duidelijk worden dat de verrijzenis niet alleen een gebeurtenis is die in het verleden heeft plaatsgehad, maar een gebeurtenis die ook ons, die in het jaar 20.. leven, nog aangaat.

De tijden van het onbegrensde optimistische geloof in de techniek zijn voorbij. Wij beginnen de grenzen van de welvaartsmaatschappij te ontwaren. De techniek heeft het leven een groot stuk aangenamer ge­maakt, maar zij bedreigt ook ons leefmilieu door de vervuiling van de bodem, het water en de lucht. De scheppende kracht van de mens blijkt ook in staat te zijn de mensheid in haar geheel te vernietigen. En ondertussen krijgt het staatsapparaat steeds meer greep op het privé-le­ven van de burger en ontneemt de enkeling een groot deel van zijn per­soonlijke vrijheid. Een donkere schaduw hangt over de wereld: de vrede wordt op allerlei wijzen bedreigd; miljoenen mensen zijn onder­voed of sterven van honger. Het optimisme dat de vorige generatie kenmerkte, is bij velen omgeslagen in pessimisme. De toekomst tekent zich eerder donker af. Met angst en zorg zien velen de toekomst tege­moet. In deze situatie vieren wij deze nacht het Paasfeest. Bij het zege­nen van de paaskaars spraken wij de woorden: ‘Christus, gisteren en vandaag, begin en einde, alfa en omega. Aan Hem behoort de tijd en de eeuwigheid, aan Hem is de macht en de heerlijkheid'. Deze woor­den zijn een geloofsbelijdenis in de verrezen Heer Jezus Christus.

Een oud sprookje vertelt hoe een koning de geleerden van zijn rijk samenriep en hun  opdracht gaf voor hem een wereldgeschiedenis te schrijven. Na veertig jaar legden de geleerden de koning resultaat van hun arbeid voor in een werk van honderd lijvige boekdelen. Maar de koning, die intussen zestig jaar geworden was, zei: ‘Ik heb geen tijd meer om in mijn leven nog honderd boeken te lezen. Kort alles in tot het wezenlijke'. Na tien jaar hadden de geleerden de geschiedenis van de mensheid samengevat in tien boekdelen. Maar de koning zei: ‘Dat is nog te veel. Ik ben nu al zeventig jaar oud. Schrijf alleen het wezenlijke'. De geleerden zetten zich opnieuw aan het werk en vatten het wezenlijke in één band samen. Ze kwamen ermee aandragen toen de koning op sterven lag. De koning wilde ten minste het wezenlijke uit het werk van de geleerden nog verne­men. Daarop vatte de voorzitter van de commissie de hele geschie­denis in één zin samen: ‘Zij leefden, zij leden, zij stierven'.

‘Zij leefden, zij leden, zij stierven'. Is dat alles wat wij over ons eigen leven en dat van de mensheid te zeggen hebben? Als dat inderdaad alles zou zijn, zou het menselijk bestaan een erg troos­teloos verhaal zijn. De verrijzenis van Jezus toont ons echter dat het wezenlijke van het leven van Jezus met deze drie woorden niet omschreven kan worden: Hij leefde, Hij leed, Hij stierf. Je moet erbij voegen: Hij is verrezen, Hij leeft. En die verrijzenis van Jezus gaat niet alleen de persoon van Jezus aan, zij gaat ook ons aan. Door Hem wordt onze geschiedenis heilsgeschiedenis.

In het boek Openbaring van Johannes lezen wij: ‘Vrees niet. Ik ben de eerste en de laatste. Ik was dood en zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen. En ik heb de sleutels van het dodenrijk en van de dood' (1,18). De sleutel is het teken van de macht. Jezus kan de deur van de dood naar het leven openen en Hij is daar als eerste doorheen gegaan. Hij heeft de deur geopend voor alle doden. Hij is de bewerker van het leven, ook voor ons. In deze hoop, die dit Paasfeest ons geeft, kunnen wij leven, ook in tijden van zorgen, van ziekte en leed, ook in het zicht van de dood.

Geloven in de verrezen Heer is geloven in het leven. Het leven moet heersen, niet de dood, de vrijheid, niet de onderdrukking, gerechtigheid, niet het onrecht, vrede, niet oorlog. Alle mensen zijn geroepen tot leven. Met Christus stellen wij ons aan de kant van het leven.

Het geloof in de verrijzenis van Christus doet ons hoopvol de toe­komst tegemoet zien. Het jaartal op de paaskaars 20.. maakt dui­delijk dat ook deze tijd Hem toebehoort. Aan Hem behoort de tijd en de eeuwigheid, aan Hem is de macht en de heerlijkheid...