Paaswake

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Iedereen in het evangelie is ervan overtuigd dat Jezus dood is. Maria Magdalena en die andere Maria gaan naar het graf kijken. Daar verwachten ze natuurlijk niet een levende te zien. Bij een graf verwacht je een lijk. Dat zegt de evangelist Matteüs ook met grote nadruk: zij zoeken Jezus, de gekruisigde. Maar Matteüs zegt er even duidelijk bij: je zult hem hier niet vinden, niet bij een graf. Als je op zoek bent naar de gekruisigde word je verwezen naar de verrezene in Galilea. Dat is een heel eind daar vandaan. Helemaal in het noorden, aan de andere kant van het land. Daar waar Jezus ooit begonnen is, en waar hij zijn leerlingen hun zending heeft gegeven.

In feite wil Jezus zeggen: blijf nu niet verdrietig zitten staren naar een graf, maar ga alsjeblieft aan de slag zoals ik je gezegd heb: ga mensen bevrijden, ga zieken genezen, ga naast ongelukkige mensen staan, ga melaatsen aanraken en weer opnemen in de gemeenschap, ga doen wat ik deed, en wat ik jullie heb opgedragen te doen: dan zul je mij zien, dan zul je merken dat ik leef en dat ik met jullie meewerk.

Eigenlijk zitten wij ook met zoiets. Wij zeggen: ik ga naar de kerk. En daar bedoelen wij mee dit gebouw. Vandaar dat veel mensen niet meer naar de kerk gaan, want zoveel is er niet te beleven aan dit gebouw. Het is zo dood als een pier. En wij, die wel naar de kerk gaan spreken dan over die mensen met een zekere afkeuring: die gaan niet meer naar de kerk.

Maar eigenlijk betekent kerk iets heel anders. Het betekent: geroepen en gezonden worden. Pas later kreeg kerk de betekenis van: de plaats waar je wordt geroepen en gezonden. En nu heeft helaas die tweede betekenis zozeer de overhand gekregen, dat die eerste betekenis bijna helemaal verdwenen is. Daarom gaan zoveel mensen niet meer naar de kerk, en ze bedoelen dan het kerkgebouw, want daar is niets te beleven; dat is zo dood als een pier.

Wij moeten weer terug naar de oorspronkelijke betekenis van kerk. Dus geroepen en gezonden worden. Als wij weer gaan beseffen dat dit de plaats is waar we samenkomen om naar aanleiding van het evangelie plannen te maken en ons toe te rusten in de eucharistie om die plannen ook uit te gaan voeren, dan zullen wij ook de jeugd weer kunnen interesseren om naar de kerk, naar de samenkomst te gaan. Want dan zegt onze jeugd niet meer: het is zo'n dooie boel in de kerk.

Ga naar Galilea: daar zullen jullie mij zien. Dat is de paasboodschap van Jezus. Dus: ga plannen maken hoe je het milieu kunt redden. Ga plannen maken hoe je anderen in de gemeenschap kunt opnemen. Wie gaat er zorgen voor de zieken, dat die niet uit de boot vallen? Wie gaat bejaarden opzoeken? Wie gaat er van de week met invaliden rijden? Wie zorgt er voor tafeltje-dek-je?

Wie gaat naar de schrijfavond van Amnesty? Wie gaat iemand helpen die hulp nodig heeft? Wie neemt een kind voor zijn rekening, met of zonder Foster Parentsplan? Wie geeft er bloed? Wie vult een donor-codicil in? Kortom: wie doet wat, waar, wanneer en hoe? Dat is de vraag waar we als kerk telkens voor staan, iedere keer dat we naar de kerk gaan, dus iedere keer als we worden geroepen en gezonden.

En pas als we met die vragen bezig zijn, zullen we merken dat Jezus leeft. Want Hij is dan met ons en Hij werkt met ons mee...