zien of Zien (1999)

Donderdag waren we met een paar collegaâs bij elkaar. Dan komen al snel de paaspreken ter sprake. De meesten waren het erover eens dat je in deze dagen niet kunt preken zonder Kosovo te noemen. En één collega had deze vraag in gedachte: Kun je in deze dagen nog wel preken op het feest van Pasen? Kun je nog wel spreken over leven, als je voortdurend beelden ziet van geweld, angst, terreur, brandende steden en dode lichamen?

Een goede vraag. Want of je kind bent, of volwassene, jongere of reeds op jaren. Niemand ontkomt aan die beelden.

Ik moest er ook aan denken bij die tweede lezing vanavond over de tocht uit Egypte, de doortocht door de zee, een volk op de vlucht, in doodsangst, ervaart Gods hulp. Farao Milosevic van Klein-Joegoslavië blijft halstarrig, geen plaag is groot genoeg om hem op andere gedachten te brengen. Verwoed drijft hij zijn soldaten achter de vluchtende mensen aan. En, ......... komt God nu ook te hulp?

Op de kaft van ons boekje staat als titel: zien of Zien; zien met een kleine letter en Zien met een Hoofdletter. Hoe komen we daarop? We hoorden hoe de vrouwen bij het graf komen. Zij zoeken Jezus van Nazareth. De engel zegt: Hij is niet hier, Hij is verrezen, zoals Hij gezegd heeft; kom en zie de plaats waar ze Hem hadden neergelegd.

Kom en zie de plaats waar ze Hem hadden neergelegd. Dan kijken ze en ze zien een leeg graf. Is dat nu zien met een kleine letter of Zien met een Hoofdletter? Ze kijken, ze zien, gewoon een graf, leeg. Maar dat zegt nog niets. Zijn lichaam kan gestolen zijn, het kan in een ander graf gelegd zijn omdat de eigenaar van dit graf het niet goed vond en misschien is er nog wel een andere mogelijkheid. Dat is zien met een kleine letter.

Maar blijkbaar zien ze nog iets, wat je niet met je ogen kunt zien, want ze gaan weg met haast en in grote vreugde, ze gaan Goed Nieuws vertellen aan de leerlingen: ãWe zullen hem Zien in Galileaä, en dat is Zien met een hoofdletter. Dat is Zien door het geloof.

In de weken voor Pasen heb ik aan de leerlingen op school het verhaal verteld van het meisje dat gestorven was, het dochtertje van Jaïrus. Toen de mensen kwamen zeggen dat ze al dood was, dat het dus te laat was, zei Jezus tegen haar vader: ãblijf gelovenä. Want wie gelooft, zal dingen zien die we niet zien als we niet geloven.

We zien oorlog, we zien bommen, we zien geweld en veel lijdende en zelfs dode mensen. Kan daaruit nog iets goeds komen? Kan uit dit kwaad, dit grote kwaad, uit de dood ook iets goeds gemaakt worden. Voor wie gelooft, mag het antwoord alleen ja zijn. Niet iets goeds omdat een oorlog iets goeds kan bewerken, maar iets goeds omdat het goede zal overwinnen, omdat God steeds iets nieuws zal scheppen.

Ik zie mensen in Albanië die uitdelen wat ze hebben, gewone mensen, gezinnen die alles geven wat ze kunnen geven, ik zie het Rode Kruis met alle kracht zich inspannen, ik zie Artsen Zonder Grenzen zieken opvangen en tenten bouwen, ik zie in Europa allerlei hulpstromen op gang komen van gelovigen en ongelovigen, waar eens grenzen gesloten waren, zeggen nu regeringen, u kunt komen, we zullen soepel met de regels omgaan, we zien dat Farao niet eindeloos zijn spel kan spelen, we zien in zoveel kwaad gaandeweg iets goeds komen.

Het is Pasen. Als er één dag is waarop we God mogen vragen om die verrijzeniskracht opnieuw te laten zien, dan is het vandaag.

Máár ....., dan vraagt God ook iets aan ons. Dat wij meedoen met het goede, met het geven, met het open zetten van onze harten, van onze deuren en onze portemonnaie. God vraagt dat wij verrijzen uit ongeloof, uit lauwheid, uit kleinzieligheid. Dat wij meedoen met zijn grote plan van liefde. Dan zal eens heel deze wereld tot leven komen. Amen. Zalig Pasen.