Pasen wordt het langzaam

Beste vrienden,

„Er is me een steen van het hart gevallen!“ is een uitdrukking die we wel eens gebruiken wanneer een zwaar probleem dat op ons gemoed drukt opgelost wordt of wanneer een acute gevaarlijke situatie een goede afloop kent; Kortom: wanneer we ons plots bevrijd voelen van een zware lichamelijke of geestelijke last.

Deze nacht zou er dan een grote steen van ons hart moeten vallen, want wat ons hier wordt beloofd is zo groots dat we allemaal in gejubel zouden moeten uitbreken. De duisternis licht op, de nuchterheid, de droefheid en de bedrukkende stilte van Goede Vrijdag lijken voor altijd overwonnen en we wensen ons allemaal van harte een “Zalig Paasfeest”. 

Maar hebben we er al eens over nagedacht wat het eigenlijk betekent wanneer we elkaar een “Zalig Paasfeest” wensen? En ik weet ook niet of wij werkelijk allemaal zo vrolijk kunnen zijn als in de liederen van deze dag wordt weergegeven. Sommigen onder ons leven misschien ook vandaag nog in grote duisternis en hebben helemaal geen oog voor de vele flakkerende paaslichtjes. Voor hen blijft er in deze paasnacht nog altijd een Goede Vrijdaggevoel hangen omdat ze nog geen einde aan hun eigen persoonlijke leed kunnen zien en hun gedachten nog worden beheerst door duisternis en vertwijfeling. Het is stille zaterdag, de tijd van de rust in het graf, maar nog niet echt Pasen, de doorbraak is er nog niet, na al dat doorstane leed kunnen we nog niet echt feesten. 

Ik heb soms het gevoel dat Pasen, na al het lijden en de brutaliteit van Goede Vrijdag, voor mij iets te vlug komt. Maar als ik er dan wat dieper op inga, dan merk ik dat in al die berichtgeving van de Evangelisten over de verrijzenis niet Jubel en vreugde het stemmingsbeeld beheersen. In tegendeel: Kijken maar even naar Mattheus, wiens Paasboodschap we juist hebben gehoord. Zijn relaas is eerder nuchter en de gebruikte beelden doen ons wat vreemd aan. Er is sprake van een zware aardbeving en van wachtposten die bibberend en bevend van angst bij het graf waken en dan plots als dood neervallen. De stemming onder de vrouwen is ook niet beter: nadat ze naar de boodschap van de engel hebben geluisterd verlaten ze vol schrik het graf.. Trouwens, Mattheus is de enige evangelist die buiten de angst ook de vreugde van de vrouwen in beeld brengt.

Marcus zegt het nog veel drastischer: “Angst en ontzetting had hen in bezit genomen.”  

Zo heeft Goede Vrijdag zijn spoor getrokken. De vrouwen leven nog volop in de treurnis en de wreedheid van die dag. Daarom kan ik me hun reactie op de boodschap van de Engel ook heel goed inbeelden: Angst en vrees over een nieuw feit dat ze amper kunnen geloven … en van de andere kant: ook een steeds meer toenemende vreugde over zo veel hoop die in die boodschap is vervat.  Dat gebeurt allemaal in de ochtendschemering – het is nog niet helemaal dag, maar ook niet meer helemaal duister – een overgangstijd. In dat stemmingsbeeld van het ochtendgrauwen bij het graf kan ik goed inkomen; het past bij mijn eigen ervaringen met het lijdensverhaal en de verrijzenis van Jezus – en het past ook bij onze eigen levens- en leedervaringen.

Leed, pijn, ziekte, twijfel, een onvervuld of niet werkelijk gelukt leven, allemaal dingen die tijd nodig hebben om verwerkt en doorstaan te kunnen worden; die tijd van schemering en overgang is nodig om tot een aanzet van nieuw leven te kunnen komen.
Uit ervaring weet ik dat het maar langzaam Pasen wordt – voor de vrouwen aan het graf en ook voor de leerlingen. Pasen wordt het maar langzaam – ook voor ons. We hebben allemaal tijd nodig om onze eigen leedervaringen zo te kunnen verwerken dat er terug nieuw leven kan ontstaan.

Ik denk daarbij aan een man uit mijn kennissenkring voor wie het, zoals hij het zelf uitdrukt, al een heel jaar Goede Vrijdag is – zonder enig uitzicht op Pasen. Hij vertelt over pijn en verdriet in de relatie met zijn vrouw, over lang onderdrukte en onuitgesproken conflicten die naar boven zijn gekomen. En nu ze aan het licht zijn gekomen en openlijk zijn uitgesproken, is er geen terugkeer meer mogelijk naar een eerlijke harmonie. In die openheid ziet ook hij zijn grenzen, zijn onvolkomenheid en zijn schuld. Hij lijdt erg aan zichzelf, aan zijn eigen schaduwkanten. Hij voelt zich dikwijls miserabel in dat labyrint van wantrouwen en angst, van wederzijdse kwetsuren en mishandeling.   De kleine paaskaars die hij vorig jaar uit de paasdienst mee naar huis heeft genomen heeft hij nooit meer aangestoken. En toch, zo zegt hij, staat ze bij mij op bureel als een teken van hoop. 

Hij gelooft eraan dat hij nog zou kunnen veranderen – dat hij nog wel een nieuw en intensief leven zal kunnen aanvoelen, dat er ook voor hem, midden in dit eindige leven, toch een soort verrijzenis mogelijk is. En hij vertrouwt daarbij op het woord uit Psalmen: “ Wie onder tranen zaait zal onder jubel oogsten.”  Een dergelijk diep vertrouwen en geloof raakt mij diep. Maar het bevestigt ook mijn these: Pasen wordt het langzaam.  

Goede vrienden, in deze nacht vieren wij het licht dat alle duisternis overwint, en we nemen ook de hoop die ons daardoor wordt gegeven in ons op. Maar het kan soms veel langer dan ons lief is duren, vooraleer onze Goede vrijdag ervaringen van leed en verdriet, door het licht van de verrijzenis worden omgevormd in nieuw leven en nieuwe hoop. Dat het zal gebeuren, daar ben ik van overtuigd. Want Christus is voor ons allemaal, voor U en voor mij, gestorven en verrezen. En voor die boodschap moeten wij de getuigen zijn. Op die boodschap moeten wij vertrouwen en we moeten aan de kracht die ze in zich draagt ook de nodige werkingsruimte in ons leven geven. We kunnen elkaar vertellen over onze ervaringen van bevrijding en van nieuw leven, net zoals de Joden elkaar telkens weer opnieuw vertellen over hun Exodus, hun bevrijding uit de slavernij van Egypte. Zo geven ze elkaar ook telkens weer nieuwe hoop en levensmoed. De boodschap van deze nacht is geen boodschap van eeuwige rust op het kerkhof, maar een unieke gelegenheid om elkaar terug moed in te spreken en te vertellen over de mogelijkheden tot opstaan en opnieuw beginnen in ons leven. Op die manier kunnen we dan misschien een glimp opvangen van wat verrijzenis aan het einde van ons leven zou kunnen betekenen.

Want wat betekent het wanneer we ons deze nacht een “Zalig Paasfeest” toewensen?

Ik koppel dat aan de wens dat in ieder van u de hoop op een nieuw leven zou mogen oplichten, ook wanneer je door louter angst, vertwijfeling en ontelbare ervaringen van leed en verdriet vandaag geen uitweg uit je situatie kan zien. Ik wens u toe dat je de moed mag hebben om de afgronden van het leven, je eigen Goede vrijdag, te doorstaan, leed en pijn niet toe te dekken, niet te negeren, niet te bagatelliseren en toch aan een nieuw begin te geloven.   

Voor mij is die wens een uitdaging aan ons allen, aan de ganse gemeenschap van mensen die in Jezus Christus geloven. We mogen elkaar dat “Zalig Paasfeest” niet zo maar toeroepen, maar we moeten voor elkaar tot engelen worden die de andere bij de hand durven nemen, hen bijstaan en hen moed inspreken. Moed om te geloven aan Pasen en aan de heropstanding van het leven. In die zin wens ik u allen een “Zalig Paasfeest”.  Amen.