Paaswake (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Schrift die mensen oorsprong schrijft. Schrift die mensendagen schrijft. Schrift die mensen toekomst schrijft." Dat hebben we gezongen na de eerste bijbellezing in deze paasnacht, de lezing uit het boek GENESIS. Schrift die onze oorsprong en onze dagen en onze toekomst beschrijft. Ik denk: zó wordt de bijbel goed gekarakteriseerd.

Waar kom je vandaan? Wat is jouw begin? Wat gebeurt er allemaal in je leven? En waar ben je naar op weg? Dát zijn de vragen waar het uiteindelijk om gaat - in de bijbel en in het leven van ieder mens.
Dat we de bijbel niet letterlijk moeten nemen in de zin van: "het is allemaal precies zo gebeurd als beschreven", zal hopelijk duidelijk zijn. Wetenschappelijke kennis, bijvoorbeeld over het ontstaan van de kosmos, van de aarde en van planten, dieren en mensen; zulke kennis had men in bijbelse tijden niet. Wél was er ook toen sprake van allerlei voorstellingen, ideeën en vormen van geloof. De Ene God was in dat verband voor het Joodse volk, voor Israël, het centrale gegeven. Hij staat aan de basis van alles. Hij is achter, onder, boven en in alles. Is dat geloof, dierbare gasten en parochianen, nu we in wetenschappelijke zin steeds meer en beter weten "hoe de vork in de steel zit"; is dat geloof nu overbodig geworden? U zult begrijpen: ik denk het niet. Anders zou ik hier nu uiteraard niet staan. Maar wat is dan de zin van God anno 2011? Wat hebben we aan God?
Blijft staan, voor mij: God is onze oorsprong. "Er moet licht zijn!" hoorden we in Genesis. En dat licht hebben wij ontstoken in deze paasnacht. We hebben het gedaan, buiten op het plein. Elk jaar weer denk ik: dat paasvuur is de rituele herhaling van de oerknal. En dan hoorden wij hoe in zeven dagen ons aardse huis werd ingericht: de verlichting, het water, het groen en alles wat vrij over het aardoppervlak en in zee bewegen kan. Wijzelf verschijnen pas laat ten tonele, op de zesde dag. Daarbij frappeert mij altijd de parallel met wat de wetenschap ons leert. Want die zegt hetzelfde: dat er al miljoenen jaren leven was op aarde, voordat wij ontstonden. "De aarde was woest en leeg ... en de geest van God zweefde over de wateren." Kijk, dat is belangrijk: Ons leven op aarde is méér dan materie. Het leven op aarde is bezield. Dat leven verloopt niet mechanisch. Wij ervaren vrijheid. En dan het refrein van Genesis: "Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zoveelste dag." "En God zag dat het goed was". Ik denk: het wordt telkens herhaald opdat wij het in onze oren knopen, zoals feitelijk ook gebeurd is, want iedereen kent dat regeltje wel. Of ben ik nu te optimistisch? In ieder geval kent elke trouwe kerkganger het. En ik denk: daarvoor stáán wij dan ook samen als kerk: om op aarde het geloof hoog te houden dat het allemaal in wezen goed is en prachtig en oneindig waardevol: dat alles en iedereen er is.

Dan EXODUS. Het verhaal van de uit-weg, de uit-tocht. Mensen die een miserabel leven hebben, een rotleven. Je daaraan ontworstelen. Dat achter je laten. Je vrijheid zoeken. God is het die je ertoe roept. En God verzekert je: Het kan. Jij kunt het - zoals Mozes het kan. Hij is een voorbeeld. God die mensen de kracht geeft om het onmogelijke mogelijk te maken tégen allerlei bedreigingen van de natuur (de zee, in het verhaal) en van mensen (in het verhaal de Egyptenaren) ίn. Jij kúnt al die tegenkrachten van jouw vrijheid overwinnen. Ik denk: wat we dezer dagen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten zien gebeuren (in Egypte, in Libië, in Syrië enzovoort), dat heeft hier alles mee te maken.

Dan EZECHIEL, de profeet. Een fantastische passage is het die wij van hem hoorden. Het gaat over dorre beenderen. Het gaat over mensen die niet meer in zichzelf en in elkaar en in het leven kunnen en willen geloven. Het gaat over mensen die levend dood zijn. "Ik ga uw graven openen; Ik wek u in grote aantallen uit de dood op" spreekt God bij monde van de profeet. Een tijdje terug heb ik met iemand, een gepensioneerde huisarts, gesproken over iemand over wie ik mij ernstig zorgen maak en waarvan ik merk: ίk kan die persoon niet helpen. Ik heb alles geprobeerd wat in mijn vermogen ligt, maar het lukt mij niet. De gepensioneerde huisarts was vol vuur. Hij geloofde er in. Hij gelooft in de persoon over wie ik met hem was komen spreken. "We zullen het leven er eens terug in blazen" zei hij. De woorden herinneren aan die van Ezechiël.

Naar het EVANGELIE is het tegen deze achtergrond maar een kleine stap. De door het leven verpletterde Jezus, Hij is niet langer in het graf. Het leven in Hem, God in Hem, is zó sterk, dat een graf Hem onmogelijk kan vasthouden. Dat gaat gewoon niet samen: Jezus en een graf. Het beste bewijs daarvoor zijn wij denk ik zelf. Er zijn omstandigheden en mensen in onze levens die zwaar op ons kunnen drukken, zoals een steen kan drukken op een graf. En als we het allemaal zelf moesten doen, dan zouden we er misschien niet uitkomen, uit zo'n graf. Maar Jezus' levenskracht is óók in ons. Al tweeduizend jaar raken wij over Hem niet uitgepraat. Al tweeduizend jaar ontvangen mensen Zijn woord en Zijn Lichaam en Bloed. En die gaven Zijn in ons als dynamiet die elke grafsteen kan laten springen.

In het heilig DOOPSEL, zo mogen wij geloven, krijgen wij de volle beschikking over Christus' kracht. Het doopsel, zo schrijft Paulus daarover in zijn brief aan de Romeinen; het doopsel dat is: delen in Jezus' dood. Het is: een vorm van sterven. Sterven met Hem. Maar het is ook: verrijzen met Christus. Het is ook: een nieuw leven beginnen, met Hem in je hart en je hoofd. En nu richt ik mij even speciaal tot onze dopeling van deze paasnacht, Mai Thieme. Beste Mai, jij hebt met God, met Jezus en met Zijn kerk al een lange geschiedenis. Vooral je oma, de moeder van je moeder, is daarin voor jou belangrijk geweest. Op een dag, twee jaar terug, maakten jij en ik kennis. En op diezelfde is jouw zoon, de zoon van Rutger en jou, Dolf geboren. Een mooie samenloop van omstandigheden. Jij hebt je gerealiseerd dat je een onstilbaar en een onblusbaar verlangen hebt om aan Dolf én aan de vrucht die nu nog in je schoot is dóór te geven wat jij zelf ontvangen hebt. Ik denk: dat is God's Geest in jou, die van Jezus. "God zag dat het goed was, zeer goed". Jij bent het. Jouw oorsprong is het. De mensen uit wie je voortkomt en met wie je leeft zijn het. God's Geest, die van Jezus, roept je tot vrijheid. Hij roept je tot het leven dat sterker is dan de dood. Het zal ons een eer en een vreugde zijn om jou dat heilig doopsel toe te dienen.