Afwezigheid (2008)

Ik denk nog iedere dag aan hem, zei de dochter nog jaren na het overlijden van haar vader. Vader is niet meer, maar toch is hij nog altijd aanwezig. Fysiek afwezig, maar nog springlevend in de herinnering van zijn dierbaren. Afwezig en toch present. En op de schoorsteen staat een foto, met een kaarsje erbij. Iedere dag even naar kijken.
De bezorgdheid van een moeder die enkele dagen op reis gaat. Is alles wet goed geregeld ? Zijn de boodschappen gedaan ? Is het opdrachtenlijstje voor de achterblijvers wel compleet ? Is er niets vergeten ?
En duurt het nog lang ? Blijft moeder lang weg ? Wanneer komt vader weer terug ? Afwezigheid voel je dubbel, de tijd duurt twee keer zo lang. Wanneer hij of zij er is, dan voel je het niet. Het is zo gewoon, zoals altijd. De dagen vliegen om. Opeens is hij er niet meer, en dan voel je de afwezigheid. Die lege plek thuis. Opeens zo stil. En dan duren de dagen veel langer. En dan ga je aftellen. Nog negen dagen. Nog acht dagen. Nog zeven dagen.

De liturgie van onze Kerk geeft ons in deze dagen ook zo'n gevoel. Een onbehaaglijk gevoel van afwezigheid. Hij is er niet meer. Ja, sinds zijn Verrijzenis was Hij al zo anders. Soms onherkenbaar. Zo vreemd. En nu helemaal aan het zicht onttrokken. En wij maar naar de hemel kijken... Zo'n raar gevoel van afwezigheid.
Met dat rare gevoel van afwezigheid zijn de apostelen, de vrouwen en de broeders, samen met Maria, in de Hoogzaal bijeen. Hij is er niet meer. Maar er móét nog iets komen. Dat weten ze. Dat was Zijn belofte.
En daar herinneren ze zich die laatste toespraak van Jezus bij het Laatste Avondmaal. Jezus weet dat Hij terug gaat keren in de Heerlijkheid van Zijn Vader: "Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk Uw Zoon". Maar niet voor Zichzelf bidt Jezus, Hij bidt voor de Zijnen, die in de wereld blijven: "Ik bid voor hen. Niet voor de wereld bid Ik, maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt"...

Jezus bidt. De apostelen bidden. Maria bidt. Negen dagen lang bidt Maria te samen met de apostelen. Het is de eerste noveen uit de geschiedenis van de kerk. Negen dagen lang bidden om de komst van de Geest, om de vervulling van de belofte, de komst van de Helper die Jezus zendt om ons bij te staan, tot aan de voleinding der wereld.
Wachten op de vervulling van de belofte. Wachten is niet zoals wachten in de wachtkamer van de tandarts, of bij de kapper, alleen maar wachten zonder iets om handen, voor zich uit staren, of uit verveling maar een glossy blad van vier jaar oud lezen. Nee, wachten is ‘verwachten', naar iets uitzien, weten dat iets belangrijks komt, dat men er op kan rekenen, en er actief naar toe leven.

Zo verwachten de apostelen, Maria en de broeders de belofte van Jezus, de gave van de Heilige Geest, niet door alleen maar te wachten, - ze weten immers dat Jezus Zijn belofte gestand zal doen, hen de Heilige Geest zal schenken, en hen nooit in de steek zal laten -, maar door de tijd van wachten door te brengen in gebed. Bij deze noveen mogen wij ons vandaag aansluiten.
Dan wordt het gevoel van afwezigheid gevuld met een gloed van verwachting: "Kom, Heilige Geest, vervul de harten van Uw gelovigen, en ontsteek in ons het vuur van Uw liefde".