Biddend wachten op de Geest

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Veronderstel nu eens dat je in een moeilijke ruziesituatie zit en je wilt eruit komen. Dat kan toch gebeuren. Wat doen we dan? Waarschijnlijk zeggen we dan eerst tegen onszelf: wie moet nu de eerste stap zetten? Ik niet, want ik vind dat ik gelijk heb, en dat ik de beledigde partij ben. Nee, dat hoef ik niet te doen. Ofwel? Als ik het niet doe, die ander doet het zeker niet. Dan blijft die toestand zoals die nu is, en dat wil ik ook niet. Goed: ik hoef het niet, en die ander doet het niet. Je komt er dus alleen niet uit.

Dan gaan we naar een ander toe, die natuurlijk wel aan onze kant staat. We gaan niet naar iemand die aan de kant van die ander staat. Daar gaan we advies halen. Dat advies zal dus wel een beetje in onze lijn liggen. Want daarom kiezen we iemand uit, die aan onze kant staat. We vertellen de hele zaak. Die ander denkt na. En misschien komt er een heel goed advies. Bijvoorbeeld dat we een tussenpersoon moeten inschakelen, die het goed kan vinden met ons én met die ander. Die persoon gaat dan praten met ons, daarna met die ander, en op een gegeven moment volgt er een gesprek met zijn drieën. Maar onherroepelijk komt het ogenblik dat één van beiden de hand het eerst uit moet steken, door de knieën moet gaan. Het is nu eenmaal niet mogelijk een ruzie op te lossen zonder dat iemand door de knieën gaat en excuus maakt. De beste oplossing is meestal dat beiden door de knieën gaan en excuus maken.

Is dit nu een goede methode om een ruzie op te lossen? Misschien wel. Toch ontbreekt er iets heel belangrijks. Bij alle stappen en alle gesprekken die we hebben gedaan is er geen moment gebeden. Helpt dat dan? Los je een ruzie op met een gebedje? Nee, niet zonder meer. Maar het zou wel een geweldige schakel kunnen zijn naar de oplossing. Want wat gebeurt er bij gebed? Op de eerste plaats kom je in een gebed in gesprek met iemand die ons een goed hart toedraagt, en ook die ander een goed hart toedraagt. En die bovendien ons niet de kans geeft onszelf wat wijs te maken. Maar vooral gebeurt er dit in een gebed: je wordt stil.

Dus ons gekwetste ‘ik' is niet steeds aan het woord. Je legt jezelf dan op Gods onderzoekstafel, je geeft jezelf helemaal aan Hem over. Dan gaan de röntgenstralen van zijn evangelie door je heen; je mag zelf meekijken. En alleen al dat meekijken is zo belangrijk. Want dan kan het gebeuren dat je dingen ziet in jezelf, die je nooit had gezien. Dingen die moeten veranderen. En als we dat stille kijken volhouden dan groeit het verlangen om te veranderen wat je ziet. En het verlangen om te veranderen is al het begin van de verandering.

Het is misschien toch wel heel jammer dat we zo weinig meer stil in onszelf bidden. We worden er stekeblind van. Volgende week is het Pinksteren. Dat wil zeggen: volgende week kan er zoveel anders worden. Want de Geest die ons geschonken wordt maakt alles nieuw, enthousiast, geestdriftig, blij. Maar het is noodzakelijk dat we die Geest afwachten in gebed. Anders gebeurt er niets.

De apostelen hebben dat gedaan. Die hebben gewacht, terwijl ze in gebed waren. En ze zijn anders geworden.