De 'wereld'

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Het evangelie van Johannes leest niet steeds prettig. Het is nogal mysterieus, wat bovenaards, en er worden haast geen con¬crete termen gebruikt zoals in de andere evangeliën. De woorden-schat van Johannes is kleiner dan die van de andere evangeliën. Er zit in Johannes iets dat soms onaangenaam aandoet. Neem zijn verhouding tot de ‘wereld'. In onze tekst wordt gezegd dat Jezus niet voor de ‘wereld' bidt. Het is niet de enige keer dat Johannes moeite heeft met de ‘wereld'. In zijn eerste brief schrijft hij: ‘Houdt niet van deze wereld; als iemand van de wereld houdt, dan is de liefde van de vader niet in hem' (1Joh. 2,15).

Johannes is ook wat sektarisch. Als hij wat verder in dezelfde brief schrijft: ‘Ze verlieten ons maar ze waren niet van ons; want als ze van ons geweest waren, dan zouden ze gebleven zijn; maar ze gingen weg zodat het duidelijk zou worden dat ze met van ons waren' (1Joh. 2,19), is dat precies het soort praat dat je in een sekte hoort over vroegere leden.

Zelfs Jezus' raadgeving bij Johannes: ‘Bemint elkaar zoals ik jullie bemind heb' (Joh. 13,34), heeft wat exclusiefs.

Je kunt je dan bovendien afvragen wat er overbleef van Jezus' aanbeveling om zelfs van onze tegenstanders te houden. Een vraag die des te meer klemt in verband met onze tekst, omdat daarin gesproken wordt over een vijandige ‘wereld'. Johannes had daar wel redenen voor. In de tijd van de eindredactie van dit vierde evangelie zijn de christenvervolgingen in Rome al begonnen. Die wereld is vijandig. Was dat Jezus' idee? Bad hij daarom niet voor de ‘wereld'?

Er zijn mogelijkheden om deze moeilijkheden bij Johannes te omzeilen. Als je de wereld bestempelt als alles wat er tegen zijn koninkrijk van liefde ingaat kun je zeggen, dat het goed is, dat Jezus niet voor die wereld bidt. Dat hij voor die wereld geen gebed over heeft, betekent dan dat hij haar in geen enkel opzicht steunt - hetgeen zeker niet van alle kerkelijke leiders gezegd kan worden!

Je kunt verder een verschil maken tussen de mensen in de fnuikende structuren van de ‘wereld' - en voor die mensen blijf je bidden - en de structuren zelf, die volledig verwerpelijk blijven. Je kunt bij die structuren denken aan apartheid, geweld, discriminatie, exploitatie, concurrentie, materialisme, hebzucht, begeerte enzovoort. Zolang we het over zulke abstracte zaken hebben, kunnen we het daar nog wel over eens zijn. Als het er echter over gaat om dat alles meer concreet in te vullen, dan zijn wij - christenen - het vaak niet eens met elkaar.

Sommigen rekenen het communisme, en anderen het kapitalisme tot die antichristelijke structuren, en paus Johannes Paulus II veroordeelde beide maatschappijvormen. Voor sommigen (vooral bevrijdingstheologen) zijn de ‘multinationals' de baarlijke duivel, en voor anderen (in de Verenigde Staten voor een conservatieve katholiek als Michal Novak) zijn die multinationals juist de onbegrepen ‘lijdende dienaar van Jahweh'!!!

Geconfronteerd met welke vijandigheid, of met welk kwaad dan ook, blijft het verder de vraag of het verjagen en vernietigen ervan de beste manier is om er van af te komen. Als je zoiets verjaagt, blijft het wellicht ergens anders hangen. En als je het vernietigt, ben je zelf gewelddadig.

Zou een andere aanpak niet beter zijn? Zou het niet aan te raden zijn om te proberen het kwaad te veranderen in iets goeds?

Johannes is niet helemaal consequent. Er is bij hem een andere tekst te vinden over Jezus' verhouding tot de wereld. Het is een tekst die in recente scheppings- en ecologische theologieën vaak aangehaald wordt. In Joh. 6,51 zegt Jezus dat hij bereid is zijn leven te geven voor het leven van de ‘wereld'.

Exegeten zullen er wel moeilijkheden mee hebben, om zo'n tekst in ons moderne ecologische verband te zetten. Terecht, wat Johannes ook met dat woord wereld precies bedoelde, hij bedoelde er iets anders mee dan wij nu. Dat doet niets af aan onze dringende taak om niet alleen maar te werken aan een bekering van individuen, een hervormen van de antimenselijke ‘wereld'-structuren, maar ook aan het herwaarderen van de manier waarop we ons verhouden tot de hele wereld, en alles wat daarin trilt en groeit.

Is het niet Johannes die zegt dat alles geschapen werd ‘in hem'?