Verbonden met God (2008)

Johannes, die dit Evangelie over Jezus schrijft, is een mysticus. En hij wil zijn jonge parochie in Efese in Klein-Azië zo graag iets vertellen over het geheim van Gods aanwezigheid. Want sinds hij Jezus kent, ervaart hij die nabijheid intens en daar is hij heel gelukkig mee.
Hij gebruikt daarvoor plechtige woorden als verheerlijking, heerlijkheid, eeuwig leven en zo.
De gewelven van deze kerk zijn wel gewend aan zulke grote woorden. Maar wat moet u er op máándag mee? Misschien kunnen we elkaar wat helpen, want het gaat hier toch om iets wat heel kostbaar is.


In de bijbelverhalen kom je vaak de uitdrukking eeuwig leven tegen. Vroeger dacht ik dat dat ging over het leven na de dood. Of over een soort eindeloze tijd. Maar nu weet ik dat met eeuwig leven in de bijbel bedoeld wordt:
leven met de Eeuwige, een bestaan met goddelijke kwaliteit en daardoor
met een blijvende betekenis. Het is leven met een Godsvonk in je ziel. Op een andere plaats noemt Johannes dat gewoon: Liefde, met een hoofdletter. Want als wij liefhebben woont God in ons. Hijzelf is bron, hart, kern van alle belangeloze liefde.

Vandaag wordt in dit verband ook verschillende keren het woord heerlijkheid gebruikt. Het Hebreeuwse woord betekent zoiets als uitstraling, uitstraling van innerlijke kracht. Wat een heerlijk mens, zeg je wel eens. En dan zie je met bewondering en respect hoe iemand weet te leven, echte vitaliteit laat zien. Wat een uitstraling! Nou, daar gaat het hier ook over. Het wezen van God, zijn innerlijke kracht of zijn Geest, zijn liefde wordt in schriftverhalen vaak heerlijkheid genoemd, glorie, uitstraling.
Hij is de eindeloze Bron, waaraan alles zijn vitaliteit en zijn glans ontleent. Als je een hechte band hebt met God, dan neem je vanzelf iets van die innerlijke kracht over. Dan begint die vonk van zijn aanwezigheid in jou op te lichten.
En dat is beslist aan je te merken.

De leerlingen van Jezus ervaren dat hun leermeester zó vertrouwelijk omgaat met God, dat Hij diezelfde uitstraling krijgt; dat hij liefdevol is zoals God. Vol van zijn licht en zijn kracht: een heerlijk mens! Gods licht breekt in Hem door. Prachtig gewoon! Daarom kan Hij ook met recht zeggen: Ik ben het licht. En het is zijn vurigste wens dat wij net zo'n diepe verbondenheid met God mogen hebben. Dat wij gegrepen worden door diezelfde warme liefde
en dat we diezelfde uitstraling zullen hebben. Als God licht is, dat wij dan weerglans zijn van dat licht.
Als God liefde is, dat wij dragers van die liefde zijn.
Als God bron van leven is, dat wij dan de bedding zijn voor die levensstroom.

Over die kostbare ervaring van Gods nabijheid spreken ook de grote mystici als Ruusbroeck, Johannes van het Kruis, Theresa van Avila, Hildegard van Bingen, Eckhart, Hadewych, Theresia van Lisieux, Etty Hillesum en andere verliefde dwazen. En wat mij betreft gaat het ook bij de grote wijzen als Confucius en Lao Tse en Boeddha en Gandhi en de Dalai Lama om diezelfde goddelijke aanwezigheid waaruit zij leven en die hen letterlijk tot verlichte mensen maakt.
Want wie wij ook zijn: als wij Liefde tonen, verblijft God in ons. En dat is een fantastische ervaring voor jezelf en voor anderen. Dat probeert Johannes hier te zeggen.

Nu hoeven wij het niet allemaal in ons eentje te doen. Ze bleven eensgezind volharden in het gebed, staat er. Want dat is de weg: saamhorigheid en gebed. Dat bidden is heel wezenlijk. Want dat drukt ons diepste verlangen uit
om verbonden te blijven met de werkelijkheid van God. Hij is zelf dat leven in ons. Als je bidt, alleen of samen met anderen, dan maak je om zo te zeggen een reis naar binnen. Je oriënteert je opnieuw op de Bron van je bestaan.
Je zoekt weer je leven met God te delen. Tenminste, zo zou ons bidden moeten zijn: dat je van tijd tot tijd stil wordt; dat je je ziel weer opent voor Gods aanwezigheid; dat je meer en meer deel krijgt aan die bron, die geestkracht; en dat daardoor iets van Gods heerlijkheid zichtbaar wordt in jou. Dat God als het ware van je gezicht is af te lezen en op je huid geschreven staat.

Precies dát is het geheim van Jezus' leven. En dat ervaren wij van tijd tot tijd toch ook in onze geloofsgemeenschap hier op 't Zand. Dan worden we weer warm van binnen. Dan zijn we heel gelukkig met de nabijheid van de Eeuwige. Dan zijn we trots op de levensvisie van Jezus, trots ook op onze christelijke cultuur, die daaruit voortgekomen is, trots op de eeuwenoude traditie, op de mystiek, de symbolen.

Wij kennen natuurlijk ook die andere momenten, als er grote vragen op ons af komen over de toekomst. Hebben wij het vroeger dan helemaal mis gehad, dat ze het tegenwoordig allemaal anders willen doen? Of erger nog:
dat ze er helemaal niks meer aan doen? Waar zijn de jongeren in de kerk? Het lijkt soms wel of wij de laatste van de Mohikanen zijn! Met name de ouderen onder ons moeten in dat opzicht heel wat meemaken!
Maar misschien moeten we de toekomst toch ook een beetje in goed vertrouwen overlaten aan de mensen die na ons komen. Letterlijk op hoop van zegen. Wij zijn een schakel in de lange keten van het leven, onmisbaar, zeker!
Maar wij zijn niet de hele keten. Zij die na ons komen vormen de volgende schakel. Pas als we aanvaarden dat wij onze dienst hebben verricht en dat we eindig zijn, net als onze ouders en voorouders, pas dan vinden we vrede; gaan we het gewóón vinden dat mensen na ons het anders doen, andere accenten leggen, andere ideeën hebben over kerk en geloof, andere godsbeelden.

We gaan dan ook een beetje door de buitenkant van de kerk heen kijken. Want die is toch veel minder belangrijk dan het wel eens lijkt. De binnenkant wordt belangrijker: onze spiritualiteit, onze band met God, ons vertrouwen in zijn heerlijke aanwezigheid en van daaruit leven. Ook in de nieuwe tijd laten mensen zich echt wel raken door Gods aanwezigheid en proberen ze, met God in hun ziel, intens en bewust te leven. Wat dat betreft mogen we de tijd die achter ons ligt best wat relativeren en loslaten, het leven op ons af laten komen zoals het komt, vertrouwend op God,
die ons toch altijd heeft vastgehouden en die ons heeft geleid en behoed tot hiertoe.
De kerken maken beslist moeilijke tijden mee, met name als gevestigde instituten, die ooit zoveel macht hadden en zoveel in het leven van mensen bepaalden. Ze hebben nu alle gelegenheid om te ontdekken dat dat niet langer werkt
en dat ze er goed aan doen om opnieuw te worden wat ze zouden moeten zijn: een liefdesgemeenschap die samen met Jezus leeft uit God die liefde is en die juist staat voor bevrijding van mensen. En we hebben voorlopig geen nieuwe theologie nodig. Het gaat allang niet meer om theologische constructies, maar om religie, en gevoel van diepe verbondenheid met God en mensen.
De kerk van de toekomst wordt gevormd door mensen die ontdekken dat het hun bestemming en ook hun vreugde is om open te gaan voor die heerlijkheid van God, dat die in ons kan wonen. Mensen die zich ervoor inzetten dat mede door hen heel de aarde vol wordt van zijn glorie. Zo moge het zijn.