7e zondag in de paastijd A (2008)

Beste Dorpsgenoten,
Een drukke dag! Heibloemse kermis, Dodenherdenking. Genoeg om over na te denken. Bovendien is het ook nog de zevende zondag van Pasen. En om dat te vieren bent u in de kerk. De eerste lezing, uit de handelingen der Apostelen, eindigde met een veelbelovende zin: "Zij, dat waren de elf apostelen, bleven eensgezind volharden in het gebed samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders."
Een veelbelovende zin want behalve de apostelen, hoorden ook de vrouwen, goede vriendinnen van Jezus, samen met diens moeder, en familieleden van Jezus, tot het gezelschap zonder dat er gekeken werd of het ging om echte broers of neven van allerlei aard. Een gemeenschap bij wie Jezus zich helemaal thuis zou voelen. Zo begon de kerk waar wij ook bij horen.
Maar er is een groot verschil; al heel lang bestaat er in de kerk van Jezus een grote en duidelijke afstand tussen de opvolgers van de apostelen en "anderen", met name vrouwen. Het zinnetje blijft niettemin veelbelovend.
In plaats van "eensgezind volharden in het gebed samen met", hoe we dat ook verstaan, ontwikkelen opvolgers van de apostelen nieuwe parochiestructuren als hun en hèt antwoord op de grote veranderingen in de maatschappij. En nog wel in de hoop dat de kerken weer opgezocht worden en dat er weer mannen priester willen worden.
Daarmee is van "samen met" zoals beschreven staat in dat aangehaalde zinnetje, geen sprake. In plaats van nieuw structuren voor parochies, uitgedacht door vaklui, zou eensgezind luisteren naar en leren van betrokken en geïnteresseerde mannen en vrouwen, zeker ook uit jongere generaties, een nieuw antwoord op een nieuwe tijd zijn. Die mensen zien we wel niet meer in de kerk. Toch zijn er onder hen die eensgezind willen denken en zoeken naar nieuwe manieren om het Goede Nieuws van Jezus te herontdekken en het in hun leven waar te maken. En zo zouden die oude gewijde woorden "eensgezind volharden" na eeuwen helemaal tot hun recht komen in eensgezind samen leven en zoeken.
En dan het stuk evangelie. Vroeger heette het een stuk te zijn uit het Hogepriesterlijke gebed, een benaming die in nieuwe bijbelvertalingen niet meer voorkomt. Ik heb het altijd een heel onverstaanbaar stuk gevonden, hoe diepzinnig bijbelgeleerden het ook uitlegden. Het zegt meer over de schrijver dan over Jezus. Hij heeft vermoedelijk een visioen gehad, of hallucinaties. Hij was in trance of in extase toen hij het schreef. Hij verkeerde in een "andere" werkelijkheid.
Ik ben met dat stuk verzoend sinds ik dezer dagen een artikel las over een Zwitserse geleerde, Albert Hofmann, deze week gestorven, die in 1943 lsd ontdekte, een chemische substantie die heel beroemd en berucht geworden is om haar verschillende uitwerkingen.
Ik geef het woord aan de krant:
"Decennia later wist Albert Hofmann nog precies waar het gebeurde : op een bospad op de Martinsberg, boven het Zwitserse Baden. Het was een ochtend in mei en hij was nog een kind. Hij wandelde door het groene bos, dat vol was van het geluid van zingende vogels en dat beschenen werd door de ochtendzon. Opeens zag alles er uit alsof het in een ongewoon helder licht stond. Dat vervulde de kleine Albert met een onbeschrijfelijke vrolijkheid, eenheid en verrukte zekerheid.
Die jeugdervaring vormde hem. Achter de dagelijkse werkelijkheid, wist hij van toen af, lag een wonderbaarlijke, krachtige, onpeilbare werkelijkheid. Alleen wel jammer dat het gevoel zo snel weg was.
Heel veel later in zijn leven schreef hij een paar boeken over zijn ontdekking en de overweldigende gevolgen er van. Zijn uiteindelijke boodschap is dat een stof als lsd je een hogere realiteit laat zien - en dat er geen reden is waarom een geestelijk stabiel mens er, onder de juiste omstandigheden, niet van zou mogen genieten. Net zoals hij als kind in het bos had genoten." Tot zo ver de krant.
"Een hogere realiteit zien. "Met die woorden van Hofmann mogen we het stuk evangelie van Johannes omschrijven. Wat de evangelist schrijft en beschrijft gaat ons ver te boven. Daarmee krijgen we wel het goede nieuws mee dat er een werkelijkheid bestaat die boven ons uitgaat en die ons wil meenemen, die ons wil troosten, zegenen, bemoedigen. En als we ons daarin laten meegaan, blijven we achter "met een onbeschrijfelijke vrolijkheid, eenheid en verrukte zekerheid. " Komen we dan niet heel dicht bij het woord "verheerlijken" dat we vijf keer gehoord hebben?
U kent de uitdrukking "aandachtig bidden." Nu weten we dat aandachtig leven ons tot ervaringen kan brengen waar we geen naam voor hebben.
Dat gun ik u van harte.