7de Zondag van Pasen A (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 131 niet laden
Zusters en broeders,

Schijn bedriegt.
Achter de hoge bevlogen woorden die het evangelie ons dit weekend aanbiedt, gaat een groot drama schuil.
Het was de laatste avond van Jezus' leven. Hij had het brood voor zijn leerlingen gebroken, Hij had de beker met hen gedeeld. Judas was er al niet meer bij. Hij was Jezus; een vriend, voor dertig zilverlingen aan het verkopen. Jezus vlucht niet, verschuilt zich niet, trekt zich niet terug.
Jezus bidt.

Wij, die de tekst gehoord hebben, zijn getuigen van de meest intieme bladzijde van heel de Schrift. Commentaar past niet, elke vorm van uitleg is per definitie pretentieus. Al wat we kunnen doen, is luisteren, en ons laten raken. Want Jezus' gebed, op dit cruciale uur, letterlijk, geldt ons, zijn leerlingen. Wij kijken toe, wij horen wat Hem ten diepste bezielt.
De liturgie plaatst deze woorden vandaag. Niet op Witte Donderdag, niet op Goede Vrijdag, maar in deze dagen naar Pinksteren toe; Pinksteren, het hoogfeest van de komst van de Geest. Wij horen dikwijls van de Geest. Waaraan denken we dan? Aan spoken die onze nachten, onze dagen dreigen te kwellen? Aan vreemde machten die het leven donker kleuren? Iets vaags? Of blijft ons denken leeg? Omdat deze tijd geestloos geworden lijkt? Zielloos en chaotisch? Liefdeloos...

Liefde,
Het woord is gevallen.
De Geest is de diepste intimiteit van de Vader en de Zoon.
De Geest is de liefde die hen bezielt.
Die Geest werd ons beloofd.
Die Geest wordt ons geschonken.
Die Geest geeft ons het leven, geeft ons de kracht om in het leven stappen te zetten die we niet voor mogelijk hielden. Die Geest toont ons de weg naar het geluk, ondanks de duisternis van veel van onze dagen.

Maar ook geluk is een moeilijk woord.
Zo dikwijls trappen wij in de val van het ongeluk. Misschien wel omdat we menen dat geluk rijmt op plezier, op overvloed, op zorgeloze dagen, op schoonheid, op gezondheid zelfs...

Zou het?
Is wie minder heeft dan per definitie ongelukkig?
Is wie zorgen heeft per definitie ongelukkig?
Is wie ziek is, per definitie ongelukkig?
En als we het omkeren:
Is wie genoeg heeft per definitie wel gelukkig?
Is wie mooi en gezond is, per definitie wel gelukkig?
Laat ons wel wezen en kijken naar onszelf.
Waarvan hangt mijn geluk of ongeluk af?

Mijn geluk of ongeluk hangt af met de manier waarop mensen kijken en oordelen. Mensen uit de meest nabije kring in de eerste plaats. Ook mensen verderaf. Mijn geluk of ongeluk hangt ook af van de manier waarop ik naar mezelf kijk. Zien wij onszelf graag of niet. Vinden wij onszelf de moeite waard of niet?

En als wij, op Pinksteren de Geest ontvangen, dan misschien wel om ons dat te leren: wie we ook zijn en wat we ook doen, we zijn de moeite waard. We mogen zijn wie we zijn. Met onze werklust en onze luiheid van nu en dan, met onze inzet en onze beperkingen, met onze hoop en ons geloof, met onze vragen en met onze twijfel. Met onze eetlust zelfs. We zijn wie we zijn en we zijn waardevol.

Jezus bidt.
Ook in zijn laatste uur, bidt Hij voor ons.
Geeft Hij ons uit handen.
God behoren wij toe, we zijn immers naar Zijn beeld en gelijkenis gemaakt.
Daarom alleen al de moeite waard.
Daarom alleen al zouden wij vooral gelukkig moeten zijn.

AMEN.