7de Paaszondag A (2008)

Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden. Denkend aan Pinksteren en aan de komst van de heilige Geest over de bange apostelen, denk ik ook aan deze tekst en aan onze tijd. Pinksteren is immers het feest waarop de apostelen hun angst overwonnen om vrijuit Jezus te verkondigen aan alle volkeren. Tevoren waren ze bang voor de reacties van Joden en andere omstanders, bang om te worden uitgelachen of zelfs te worden vervolgd. Daarna... ging er van hen een onweerstaanbaar vuur uit.
Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden. Wie durft dat in onze tijd nog te zeggen? Jezus in het evangelie vandaag. Ja, Hij wel. Maar wij? Wie zou anno 2008 durven zeggen dat "dit het eeuwige leven is: dat de mensen U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden...?" De enige ware God?
In onze tijd is veel meer de discussie, in hoeverre we in onze aanspraken op waarheid niet andere mensen en godsdiensten voor het hoofd stoten. Sommige mensen zijn zo overtuigd dat God overal is, dat ze niet meer kunnen aanvaarden dat iemand gezaghebbend spreekt in naam van God. Jezus niet, Mohammed niet, niemand. Nog los van het respect dat we voor elke mens moeten hebben en met de Kerk vechten voor authentieke godsdienstvrijheid, ben ik er echter wel van overtuigd dat wij als gelovigen pal moeten gaan staan voor ons eigen geloof. Voor ons ligt toch de waarheid in Jezus Christus. En van daaruit zijn wij in gesprek met elkaar. Er zijn spóren van waarheid aanwezig in andere godsdiensten. Maar we moeten tot de vólle waarheid komen. En zoals het Tweede Vaticaans Concilie duidelijk formuleert: die waarheid is ten volle te vinden in de rooms-katholieke Kerk. Ofschoon we allemaal bezig zijn om ons Kerk-zijn elke dag nog verder te realiseren.
Dat is juist. Wij willen terecht niemand kwetsen door een arrogante houding die anderen verplettert in hun oprechte geloof. Bovendien zijn we er zelf nog niet. Ook wij moeten dagelijks groeien in geloof en liefde - zonder dat zijn we ook niet echt geloofwaardig. En toch... Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige ware God en Hem die Gij hebt gezonden, zegt Jezus. Met alle respect en dialoog, neemt het niet weg dat wij werkelijk geloven dat de Vader van Jezus Christus onze ware en enige God is. In de kracht van de heilige Geest durven wij daar ook voor uit te komen. Wij zingen het wekelijks uit in het Credo: "Credo in unum Deum, Patrem Omnipotentem: Ik geloof in één God, de almachtige Vader..."
Voorzichtigheid en tact mogen nooit worden uitgespeeld tegen vrijmoedigheid en durf. We zouden mogen proberen over ons geloof altijd 100% overtuigd te spreken en toch altijd met liefde, anderen respecteren. Onze identiteit niet onder stoelen of banken steken - de lamp mag immers niet onder de korenmaat worden gezet - maar ook niet als wapen te gebruiken: de lamp is er niet om anderen te verblinden. Het licht wordt aan mensen die er niet aan gewend zijn niet overgebracht door een flits op volle sterkte, maar door geleidelijk aan het te laten schijnen.
Als wij willen laten zien dat het eeuwige leven is, dat allen de Vader kennen, de enige ware God en Hem die Hij heeft gezonden, is de verkondiging van de liefde waarschijnlijk nog de beste. Wij christenen worden herkend aan onze daden, en pas daarna volgen de woorden. Mensen komen tot geloof door het Woord met een hoofdletter, maar ook door kleine handen van gewone mensen.
De eerste evangelisatie is die van de concrete menselijke liefde, en de volgende stap is de bron daarvan te openbaren. Niemand zingt het credo als er niet die gemeenschap is die dit samen beleeft. Sterker nog: mensen kunnen zich soms afkeren van het credo als ze zich niet opgenomen weten in de eenheid van de Kerk - of anderzijds de moeilijke begrippen van de drievuldigheid meezingen zonder te weten wat precies, maar wetend dat ze thuis zijn in de liefde van het samenzijn.
De echte vrijmoedigheid van Pinksteren is misschien dan ook wel deze: dat wij gaan beminnen die in eerste instantie ver weg zijn. Wat de laatste pausen voortdurend doen: eljaar ontmoeten, oprecht, en ook hen beminnen die van hele verre en vreemde godsdiensten zijn. Mensen die we niet automatisch onze broeders en zusters nodmen, maar die het worden als wij hen belinnen. Misschien en wel zeker zal onze Paus dezd mensen verkondigen dat het eeuwige leven is, dat zij U!kennen, de enige ware God en Vader en de Zoon dhe Hij hdeft gezonden. Maar dat komt niet aan als hij het niet laat beginnen met de dialoog van de liefde, de warmte van broederlijkheid, de vrede die aan de waarheid voorafgaat.
Wil de wereld eeuwig leven vinden, wil de wereld Jezus Christus kennen en de Vader die Hem heeft gezonden, dan zal ze eerst van ons de liefde moeten ervaren. Evangelisatie begint met het hart. Wat daarop volgt, is Pinksteren. Het werk van de heilige Geest. Waar wij open en geduldig om moeten bidden, samen met Maria en de apostelen. Eensgezind en in liefde. Dat is onze eerste opdracht, en zo zal de waarheid en onze Kerk zich dag in dag uit realiseren in het leven van ons allemaal. Amen.