7e zondag in de paastijd A (1999)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Tussen Hemelvaart en Pinksteren: een stukje niemandsland voor Jezus' leerlingen. Hun heer en meester, hun leider, is weg, ze moeten alleen verder, maar ze weten niet hoe. Ze zien het allemaal ook niet zo zitten. Ze hebben de moed niet om in beweging te komen en misschien nog meer: ze begrijpen het allemaal niet zo. De Geest, die hen alles leren zal, is er ook nog niet. Maar, zo vertelt de eerste lezing: zij bleven eensgezind volharden in het gebed. In die voor hen onzekere dagen bleven ze bij elkaar en zochten zij hun steun in hun gezamenlijk gebed.
Als je naar onze tijd kijkt, ook dan is dat voor velen een hele onzekere tijd. Vele gelovige mensen lopen er wat verloren bij, velen zien het allemaal niet meer zitten, anderen geloven wel maar hebben niet de moed om in beweging te komen. De God waar zij van kindsbeen af mee opgegroeid zijn, de Lieve Heer, die hun vertrouwd was, die lijkt weg te zijn. Veel van de toen vertrouwde rituelen en gebruiken eromheen, ze zijn weg, afgeschaft, of gewoon in onbruik geraakt. Het oude is dood, en het nieuwe daar weten velen geen raad mee. Er is zoveel grondig veranderd dat velen dat niet konden bijbenen en in een soort niemandsland terechtgekomen zijn. Waar is die Geest van Pinksteren, die duidelijkheid verschaft? Voor velen is die onvindbaar, voor velen wil het maar geen Pinksteren worden. Het probleem is, heel dikwijls, dat zij de moed niet hebben om zich echt te verdiepen in geloofszaken.
Je hoort mensen wel eens zeggen: daar moet je maar niet teveel over na denken, want dan snap je er nog minder van. Ze hebben wel een beetje gelijk want als het over geloven gaat dat is er veel niet te snappen. Maar voor de rest is het een valse redenering.
Als we nu een teruggang zien in het gelovige leven van velen dan ligt de reden minstens voor een deel in het feit dat ze in het verleden niet of in elke geval te weinig hebben nagedacht over wat gelovig zijn betekent en wat het van ons vraagt. Vaak is hun geloven blijven steken in een stel tradities en bijkomstigheden. Daardoor had hun gelovig zijn toch te weinig wortel. Daarom is het ook niet zo vreemd dat zij bij al die vernieuwingen in verwarring geraakt zijn. Of dat ze afhaken als ze een of andere onprettige ervaring hebben gehad met de kerk of met kerkmensen.
Pas zei iemand: het katholieke geloof spreekt me wel aan, daar wil ik ook trouw aan blijven, maar de katholieke kerk die zegt me niets. Die persoon had heel vervelende ervaringen met een pastoor gehad, en dat maakte haar opvattingen best begrijpelijk. Maar er zijn er ook velen die na een botsing met een pastoor zeggen: ik geloof nergens meer in, ik wil er niets meer mee te maken hebben. Maar echt geloof zou ook dat soort botsingen moeten kunnen overleven.
Er zijn veel mensen die weg zeggen te geloven, die hun kinderen ook laten dopen, maar die er niets maar dan ook helemaal niets van afweten. En ze durven er niet over te praten, want dan zijn ze meteen in de war.
Jezus' leerlingen waren ook behoorlijk in de war, want zij begrepen er ook maar weinig van, maar: ze bleven eensgezind volharden in het gebed. En daar ligt denk ik ook het probleem voor veel van Jezus' volgelingen in deze tijd: velen van hen hebben juist niet volhard in het gezamenlijk bidden. Naar de kerk gaan in het weekend, om daar biddend samen te zijn, dat is vaak een van de eerste dingen die zij laten vallen, maar daarmee zijn ze ook een stuk steun en houvast kwijt en daarom krijgt de Geest ook geen kans om hen te inspireren, daarom kan het voor hen ook geen Pinksteren worden.
Nu hebben wij, hier tezamen in deze viering, waarschijnlijk het aangename gevoel dat wij daar niet aan toegegeven hebben en nog trouw naar de kerk komen. Wij blijven toch eensgezind volharden in het gebed. Maar ondanks dat moeten we ons toch de vraag stellen: geven wij de Geest wel de kans om ons in beweging te zetten en te houden? Ook wij hebben natuurlijk nog best onze vragen en twijfels, wie die helemaal niet heeft, die heeft waarschijnlijk ook nooit echt nagedacht over zijn gelovig zijn en al zijn konsekwenties.
En de geest geeft niet zomaar een antwoord op, maar hij helpt ons te dingen te doen die Jezus ons heeft voorgedaan. Eensgezind samen zijn in gebed, zoals we konkreet doen in zo'n weekendviering, moet ook zijn uitwerking hebben in een stuk eensgezindheid en verbondenheid op maandag en de andere dagen van de week.