Volhouden (2002)

Volhouden, dat is het thema dat we aan deze viering mee kunnen geven. Laatst hoorde ik over een dubbele triathlon. Ik ben daar niet zo in thuis, maar het is, geloof ik, een dubbele marathon, plus een dubbele afstand zwemmen en een dubbele afstand wielrennen. En dan gaat het om een paar honderd kilometer. Dus, volhouden geblazen. Ik hoorde laatst op het nieuws dat een kleinzoon van Charles Lindbergh, de legendarische vlucht van zijn opa heeft nagedaan. Dat is dus volhouden. Het is ongelooflijk wat mensen over hebben voor sport of een plaats in het Guines Book of Records; dagen paalzitten enzovoort. En bij spelletjes-programma's ontdek je hoe mensen alles afweten van voetbalwedstrijden, alles over een bepaalde filmster, alles over een serie boeken. Uren besteden ze eraan, al hun vrije tijd gaat erin zitten. Volhouden.

Ik kijk soms met een beetje ongeloof naar dit soort situaties. Het is waar, mensen hebben soms heel veel over voor dingen waarvan ik denk, is dat nu alles? Is een beroeps-carrière alles waard, is een eigen bedrijf alles waard, is een sport-carrière alles waard, is roem alles waard, is rijkdom alles waard? Je ziet mensen tot het uiterste toe volhouden om een ideaal te bereiken en dan als ze dat bereikt hebben, vraag ik me af: Is dat zoveel waard?

Vandaag gedenken we een heel bijzonder moment. Dan bedoel ik niet dat ooit op deze datum Bob Marley stierf, of dat nu de Ronde van Italië is begonnen, ik denk aan de leerlingen die samen waren met Maria, in die bovenzaal, in Jeruzalem. Hebt u wel eens zeven dagen gebeden? Vroeger had je het veertigurengebed, dat is al een hele tijd. Dat was een gebedstijd die je in afwisseling met elkaar invulde. Dat kom je ook nog in kloosters tegen. Altijddurende aanbidding. De ene zuster van vier tot vijf, de volgende van vijf tot zes en zo verder. Hoe zullen de leerlingen dat toen hebben gedaan? Acht dagen lang, van Hemelvaartdag tot Pinksteren in gebed. Nu kun je natuurlijk twijfelen aan de preciese tijd en hoe nauwkeurig dit verhaal de geschiedenis weergeeft, maar deze traditie is toch heel belangrijk. Ze bleven allen eensgezind volharden in gebed, samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broeders.

Wanneer hebt u voor het laatst langer dan een paar minuten gebeden? Misschien deze periode, in de meimaand, bij het rozenhoedje, twintig minuten, een klein half uur? Of in deze viering, dat is toch ook gebed, een uur ongeveer. Maar dan doorgaan, een aantal uur per dag, twee dagen, vijf dagen, een week. Ik denk dat als ik u zou vragen hoe u dit vindt, dat velen zouden zeggen: ‘dat vind ik knap overdreven, dat is niets voor mij. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.' En toch doen ze het, en ze doen het omdat Jezus hen ertoe heeft aangezet. Dus, waarom vind Jezus het bidden zo belangrijk en waarom vinden wij het vaak verloren tijd?

Ik denk dat heel veel mensen een tamelijk beperkte kijk op bidden hebben. Voor veel mensen is bidden zoiets als een kruisje maken, een Onze Vader of een Wees Gegroet opzeggen en dan snel verder met wat we deden. Maar wat is nu bidden? Nog nauwkeuriger, wat is bidden voor Jezus? Jezus bidt veel, heel veel. Hij zegt tegen zijn leerlingen dat zij altijd moeten bidden (Lc. 18,1). Wanneer Hij uit de groep leerlingen 12 apostelen gaat kiezen, brengt Hij de hele nacht door in gebed (lc. 6,12). Als Jezus bidt, dan is Hij met hart en hoofd heel dicht bij zijn hemelse Vader. We horen Jezus hardop bidden: ‘Ik prijs U, vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen hebt gehouden voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen (Lc. 10,21).' Een gebed in de vorm van een lofprijzing. Jezus prijst en dankt en smeekt, alles in gebed.

Jezus bidt veel? Waarom? Het antwoord is eenvoudig. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Dat geldt ten kwade, maar ook ten goede. Ga je met drugsgebruikers om, dan loop je het risico ooit aan drugs te beginnen. Ga je met mensen om die gemakkelijk vloeken, dan loop je het risico ook steeds meer grove woorden te gebruiken. Ga je met mensen om die het een sport vinden met bedrog en list de belasting te ontduiken, dan loop je een grote kans zelf ook wat gemakkelijker iets te verzwijgen of onechte rekeningen op te voeren. Waar je mee omgaat, daar word je mee besmet.

Maar dat geldt ook omgekeerd. Wie met stijlvolle mensen omgaat, gedraagt zich op de duur meestal ook wat stijlvoller. Wie met hartelijke mensen omgaat, wordt zelf ook wat hartelijker. Wie met geduldige mensen omgaat, leert gaandeweg geduld. Wie met gelovige mensen omgaat heeft meer kans ook zelf het geloof te ontdekken. En vooral, wie met God omgaat, die zal gaandeweg Gods eigen goedheid in het hart ervaren.

Bidden is met God omgaan, intens met God omgaan. Met Hem spreken, in in je werk met hem overleggen, in de nood je hart bij Hem uitstorten, in keuzes zijn raad vragen, in alles zijn wil zoeken. Bidden dat is je innerlijke bron open houden, dat is Gods liefde in je laten binnenkomen, zodat hij naar anderen toe blijft stromen. Gods liefde verandert mensen en die liefde wordt gevoed in het gebed. Gebed is de levensadem van je ziel.

Bidden. Bij veel mensen is bidden vooral vragen. En daarin worden ze nogaleens teleurgesteld. Een jong iemand ligt op sterven. Je hebt samen gebeden, een noveen, een misintentie, anderen hebben meegebeden, maar het gebed wordt niet verhoord. Op zulke momenten zie je twee verschillende dingen gebeuren. De een begint te twijfelen en raakt gaandeweg zijn geloof kwijt. Hij zegt: zie je wel, gebed is niets waard. Anderen, die het aan God overlaten, komen door deze teleurstelling heen juist tot overgave en aanvaarding, zoals Jezus bad in de Hof van Olijven, niet mijn wil maar uw wil geschiede (Lc, 22,42). Nog los van de vraag of het altijd Gods wil is dat iemand sterft. Soms is het gewoon het gevolg van een kwaad, iets slechts, en dan is het Gods wil evenmin.

Dat is dan ook maar één kant van het gebed, het vragen, maar het hoort er wel bij. Daarom geeft Jezus ons daarbij een tip. Vraag dat aan God, wat God je zeker wil geven. Zoiets had de wijze koning Salomon ook. Bij hem werd waar, wat Jezus zei: ‘Wie heeft zal gegeven worden (lc. 19, 26)'. Salomo vroeg aan God om wijsheid en niet om een lang, rijk en gelukkig leven. Hij vroeg wijsheid om Gods Volk ten dienste te zijn en kreeg beide. Eigenlijk vroeg hij om de heilige Geest, de Geest van wijzheid. Zo zegt Jezus: "Zoek eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid, en al het overige wordt je toegeworpen Lc. 12,31).' Jezus geeft ons een tip over dat wat we kunnen vragen. Vraag God om de heilige Geest. Dat is de Geest die we in Jezus zien, waaruit Jezus werkt, waardoor hij doet wat Hij moet doen. Vraag om de heilige Geest (Lc. 11,13), de Vader zal die des te meer geven. De Geest die ons doet volhouden, die twijfel overwint, die ons dienstbaar maakt en hartelijk, vrolijk en tevreden, de heilige Geest. Vraag om de heilige Geest. Dan wordt het echt Pinksteren, wanneer u zijn Geest in u voelt en weet dat God u volmaakt nabij is. Amen.