Hoopvol wachen A (2014)

Dit is zo een van die evangelieteksten waarbij er op de preekploeg een eerbiedige stilte valt. Meestal staan we niet te springen om hierover te preken, en we horen elkaar denken: "Heer, laat deze kelk aan mij voorbijgaan..."

Maar misschien is de tekst niet zo overkomelijk, en maken wij het te moeilijk. Het evangelie is als een geweldige mooi gerecht, alles even voedzaam. Maar alles tegelijk binnenspelen, dat is de bedoeling niet.

Er is duidelijk aan deze tekst door Johannes hard gewerkt, hij is rijk en diep. Wie hierop studeert, zal er deugd aan hebben. Maar het evangelie is niet alleen voor geleerden geschreven en voor mensen die er op willen studeren. Het is ook voor de gewone mensen, zoals Jezus predikte voor ongeletterde vissers en vrouwen aan de haard. En dan, denk ik, volstaat het om uit dat prachtige gerecht een paar lekkere stukjes te kiezen om rustig tot ons te nemen. Zonder een indigestie te krijgen. En de volgende keer kunnen we een ander stukje nemen, want het evangelie, dat bederft niet.

Uit het evangelie zou ik één stukje willen nemen, de kers op de taart, als u wil. Er staat dat de Vader ons aan Jezus gegeven heeft. Het staat er zelfs vier keer. Eigenlijk zijn wij het niet die Jezus gekozen hebben. Zoals veel in het leven hebben wij hem gekregen. Zoals kinderen ons geschonken worden, zoals we iemand tegenkomen met wie we dan een heel leven samen blijven, zoals heel het leven ons gegeven is.

En als Jezus ons dat vandaag vier keer laat horen, is het om ons dubbel gerust te stellen. De Vader vertrouwt ons toe aan Jezus. En een goede vader heeft het beste voor met zijn kinderen. En Jezus zal dat vertrouwen van zijn vader niet beschamen. Zijn bidden is een uiting van zijn bekommernis om ons. En hij heeft ons het eeuwig leven geschonken, want daartoe heeft de Vader Jezus naar ons gezonden.

Het eeuwig leven.... ik denk dat we eigenlijk niet kunnen vatten wat die woorden juist betekenen. Wij blijven nog in deze wereld, wij kunnen niet weten of kennen waarheen Jezus ons is voorgegaan. Het enige dat we als gelovige kunnen begrijpen, is dat we gerust mogen zijn in de toekomst. Wij behoren God toe. Die troostende boodschap wil Johannes doen horen vandaag.

Want ondanks alle beloftes van een veilige toekomst is troost, ook voor wie Jezus is tegengekomen, soms heel hard nodig. Dat was zeker zo voor die leerlingen, vrouwen en mannen die zich aan zijn woord bleven vasthouden, ook als hij uit hun gezicht verdwenen was. Het kan soms heel donker worden, ook als we weten dat er ergens nog zon schijnt. Maar gaan we dat licht ook nog terugzien?

Het was voor die kleine groep angstige gelovigen heel donker, als ze gingen schuilen in de bovenzaal, het zaaltje waar Jezus van hen afscheid had genomen. Misschien gingen ze daar schuilen, om de echo van zijn troostende woorden nog te horen. Misschien gingen ze daar schuilen, om elkaars hand vast te houden. Als het heel donker wordt in het leven, is het enige dat we soms nog kunnen, elkaars hand vast te houden.

Om te laten voelen, want woorden schieten te kort: je bent niet alleen. En soms is het de enige manier om het evangelie in praktijk te brengen: elkaar niet loslaten, tegen beter weten in, omdat het de enige manier is die ons nog rest om de naastenliefde tastbaar te maken.

En als we elkaar handen aanraken, krijgen we misschien genoeg hoop, om ze tot een gebed te vouwen. Zoals dat groepje in dat zaaltje. Bidden is sterker dan we durven denken, in deze moderne tijden. De paus heeft gebeden aan de Palestijnse muur. Oost-Duitse christenen hebben gebeden in de weken voor de val van de Duitse muur.

Een linkse Duitse krant schrijft vandaag daarover: "Bidden helpt, want het betekent dat er altijd hoop is.".

Als we elkaar niet loslaten in het donker, als we kunnen bidden tegen beter weten in, is er hoop. Die hoop kan ons staande houden, ook in deze tussentijd, tussen het heengaan van Jezus en de bevrijdende komst van zijn Geest, die alles anders zal maken. Bidden in het donker is belijden: er komen andere tijden.