Bidden, niet vroom kletsen!

Beste vrienden,

Het evangelie van vandaag is gewoon het vervolg van het verhaal over de hemelvaart van Jezus. Plots helemaal op zichzelf gesteld keren de vrienden en vriendinnen van Jezus terug naar Jeruzalem. Maar wie gedacht had dat ze nu in zak en as zouden zitten, die moet zijn gedachten herzien.

Het beeld wordt niet door neerslachtigheid, en ook niet door het smeden van grote plannen voor de toekomst beheerst:   

Neen, er wordt ons meegedeeld dat de apostelen, samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus en met zijn broers, zich eensgezind wijdden aan gebed. Is dat, onder deze omstandigheden, geen merkwaardige houding? Zo ongewoon dat de ene of de andere onder ons misschien denkt: „Hadden die dan niets beters te doen? Jezus had hen tenslotte toch een duidelijke opdracht meegegeven: „Op weg te gaan, alle volkeren tot zijn leerlingen te maken en hen te dopen.” En nu? Nu gaan ze, samen met de vrouwen, bijeen zitten en bidden. Misschien maken wij ons daar alleen maar problemen over omdat we zelf zo veel moeite hebben met bidden.

Eerlijk?  Wie van ons bidt of mediteert nog regelmatig? Wie van ons heeft zich nog nooit afgevraagd of al dat bidden wel enige zin heeft?  En wanneer we dan nog eens bidden, wat is dan de inhoud van ons gebed?   

Bij gesprekken kom je vlug te weten dat onze gebeden meestal smeek- en in sommige gevallen ook nog dankgebeden zijn. Maar daar houdt het dan meestal ook mee op. En juist daarin ligt volgens mij ons probleem met bidden. Want wat gebeurt er wanneer God, ondanks mijn gebed, niet ingrijpt? Wanneer de mens, voor wiens genezing ik zo vurig gebeden heb, toch niet geneest? Wanneer, ondanks gebed, een huwelijk op de klippen loopt? Wanneer, ondanks vurig bidden voor vrede, toch een oorlog uitbreekt? Wanneer in onze tijd, ondanks gebed, nog altijd grote delen van de wereld in ongerechtigheid moeten leven en vele streken getroffen worden door overstromingen, droogte hongersnood en rassenhaat?  

Allemaal vragen die zich aan ons opdringen, maar die aan de eigenlijke kern van het bidden voorbijgaan. Want wanneer wij enkel bidden naar het principe: “hoe meer ik investeer, hoe meer het voor mij uiteindelijk moet opbrengen, dan plaatsen we het nut van het gebed op de voorgrond en niet zijn inhoud. Wanneer we zo redeneren proberen we God voor te schrijven wat Hij moet doen of laten. Op die manier herleiden we God tot een automaat, die blijkbaar alleen dan het gewenste product levert, wanneer de hoeveelheid en het gewicht van de gebedsmunt kloppen. Meestal merken we zelfs niet dat we onszelf, wanneer we zo redeneren, tot Goden verheffen. Tot goden die de levende God degraderen tot een ontvanger van bevelen. Dat is niet de bedoeling van Bidden!!   

Misschien kunnen we dat bidden beter begrijpen wanneer we niet eerst naar het nut, maar wel naar de zin van het gebed vragen. Maar die zin bestaat er eigenlijk alleen maar in dat we ons hele leven, met alle hoogten en diepten, met alle mooie en droevige momenten in God zelf vastmaken. Hij is het toch die ons in de schriften en in dagdagelijkse ontmoetingen en gebeurtenissen aanspreekt – wij moeten daar gewoon op antwoorden. Gebed is niets anders dan antwoord en gesprek, communicatie en een zich tot God richten. Wat wij mensen denken, voelen, beleven en ervaren, dat spreken we toch voortdurend uit en delen het met elkaar. Op dezelfde manier kunnen we ook met God in gesprek komen en Hem meedelen wat we beleven en wat we daarbij ervaren. Dat kan dan gebeuren als dank, vreugde en lof, droefheid of ergernis, , smeking en of hoop.  

Of in beeldspraak: een gebed kan een dankbare glimlach van een kind zijn; een vraag van iemand die onzeker is; de ongerustheid van iemand die zich over het hoofd gezien voelt; de kwaadheid van iemand die ontgoocheld is, maar ook de goedkeuring van iemand die ervaren is. De inhoud van een gebed kan zo verscheiden zijn. Het enige wat telt is dat we ons in alle levensomstandigheden vol vertrouwen tot God kunnen wenden. 

Zo gezien is bidden helemaal niet levensvreemd, niets wat niet in ons dagelijks leven zou passen. Het gaat er niet om dat we  Hem alles vertellen. Hij weet het immers reeds. God wil ons eerder iets meedelen – iets wat ik nog niet weet; of wat ik misschien wel vermoed mar nog moet uitklaren. Zij het over mezelf, over anderen, of over bepaalde situaties in mijn leven. Bidden geneest ook: Ik laat me aanspreken. Voor ik spreek, luister ik.

Wanneer Joden bidden beginnen ze steeds met de zelfde zin: “Luister, Israël!” De zo dikwijls geciteerde koning Salomon bad tot God om een “Luisterend hart” en Jezus zelf vraagt aan zijn leerlingen: “Wie oren heeft om te horen, luister!”

De Deense schrijver Sören Kierkegaard heeft heel zij leven met God om een geloofwaardig mens- en christen zijn geworsteld. Hij zegt: „Toen mijn gebed steeds oplettender en meer innerlijk werd, had ik  minder en minder te zeggen. Op het laatst werd ik helemaal stil. In het begin dacht ik dat bidden vooral praten was. Maar ik heb geleerd dat bidden vooral bestaat uit ‘luisteren’. Bidden wil niet zeggen dat je jezelf hoort praten, maar vooral: stil worden, stil zijn en wachten tot je God hoort.“   

Het antwoord daarop kan zeer verscheiden zijn: ik wordt dankbaar, zeg ja, ga met iemand een stukje van zijn weg. Of ik zwijg, klaag, schreeuw. Misschien word ik ook meer bescheiden, eenvoudiger, vrolijker en liefdevoller. Zelfs als ik onder het bidden alleen maar kan wenen, waarom zou dat dan ook geen gebed zijn? Misschien leer ik zo nog het best hoe ik me terug kan oprichten en glimlachen.”   

Voelt u aan hoe arm onze eigen mogelijkheden tot gebed in deze tijd geworden zijn? Daarom worden we ook zo getroffen door de zin: “Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed.”  De Apostelen en de aanwezige vrouwen leven in de traditie van het oude testament. Mensen die bidden niet als vroom kletsen, maar wel als essentieel deel van hun leven ondervinden. Elke situatie in hun leven, elke stemming in hun gemoed vindt in dat gebed een plaats. Van jammerklachten tot lofzangen, van vloekpsalmen tot erotische liefdesliederen, van twistgesprekken met God tot dankliederen. Geen enkele situatie van het leven wordt weggelaten, want het gebed moet een weergave zijn van het momentele leven.

Door deze manier van bidden vinden de apostelen en de vrouwen de kracht om hun angst te overwinnen en uit de bovenzaal terug naar beneden te komen om aan alle mensen Jezus’ boodschap te verkondigen. Ik ben er ook van overtuigd dat veel mensen die zich, zowel in de eerste als de tweede wereldoorlog, onder groot gevaar voor lijf en leden, actief voor de vrede en tegen het oorlogsgeweld  hebben ingezet, hun kracht hebben geput uit een dergelijke manier van bidden.    

Ik wens voor ons allen dat dat “vurige en eensgezinde gebed” geen vrome wens van de eerste lezing blijft, maar dat wij ons er terug door aangezet zouden voelen om het gebed op zich terug in al zijn volheid te ontdekken en terug te leren. Misschien kunnen we dan ook de volgende woorden, die ik heb gevonden in een boek van een bekende Duitse politicus, beter begrijpen: „Wanneer ik een dag niet bid, word ik dat gewaar. Wanneer ik drie dagen niet heb gebeden, dan wordt mijn ganse omgeving het gewaar.”  Amen.