DE VOETEN, NIET DE OREN WASSEN (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

ZWART SCHAAP

Nooit ben ik dit telefoongesprek vergeten. Een vrouw was aan de lijn. Ik kende haar niet en het duurde maar heel even. Ze had gehoord dat er de afgelopen week een oudere vrouw begraven was. Of dat klopte? Toen ik even stil was - ik dacht erover na of ik zou vragen wie zij was -, voegde ze eraan toe: ‘ik ben een dochter. Ik heb haar al 18 jaar niet gezien... Mijn buren hadden in de krant gelezen dat ze overleden was.’
Welk enorm leed lag er in dat zinnetje. De zoons hadden met geen woord verteld over een verdwenen zus. Wat moet de moeder geleden hebben! Achttien jaar lang. Had ze onbekende kleinkinderen? Wat was er gebeurd? En de dochter dan! Naar hoeveel therapeuten zou ze gelopen zijn?

 

SCHEIDINGEN

Ik weet dat het in heel veel gezinnen voorkomt. Het lijden van een verloren dochter of zoon. De oorzaak is vaak moeilijk te achterhalen. Een onbegrepen kind, een nimmer ontdekte gedragsstoornis die steeds als kwade wil werd uitgelegd..., misbruik, geweld? Diepe conflicten tussen de ouders rond de geboorte? Verkeerde vrienden, drugs? Je komt er vaak niet achter. De oorzaak wordt meestal in veel te voor de hand liggende dingen gezocht: de erfenis of de schoonfamilie. Maar ik begrijp steeds beter de mensen die op hun sterfbed verzuchten: als het de kinderen maar goed gaat, en als ze in slechte tijden maar op elkaar kunnen rekenen!
Jezus zegt hetzelfde. In zijn afscheidsrede die Johannes in zijn evangelie vertelt, toont Jezus zijn zorg over hoe het verder moet gaan na zijn dood. Johannes maakt het al mee, dat de christenen in een vijandige wereld vervolgd worden. Jezus bidt dat zijn leerlingen het waarachtige leven zullen vasthouden. Voelde hij aan hoe bestaande rivaliteiten zouden kunnen uitgroeien tot ruzies en schisma’s? Wilde Jezus een onverdeelde kerk met macht en alle neuzen in dezelfde richting? Zag hij zijn kerk als een leger dat met marsmuziek achter een vaandel marcheert? Is de ‘waarheid’ die zijn leerlingen hebben erkend hetzelfde als een dogma dat de een de ander voorschrijft?

 

SCHISMATA

In de brieven van Paulus vinden we al grote conflicten in de jonge kerk. Sommige leiders leren de gelovigen dat ze zich netjes aan de wetten moeten houden, zich laten besnijden en geen varkensvlees eten. Anderen schaffen al die oude geboden af. De ruzies lopen hoog op. Er vallen doden. In de eerste eeuw treedt Montanus op. Hij verkondigt in Frigië een zeer spoedige terugkeer van Jezus. De gnostici zoeken God langs occulte en geestelijke weg. De Manicheeën volgen de Perzische priester Mani en beschrijven de wereld als een strijd tussen de god van het licht en die van de duisternis. De Pelagianen verwierpen de gedachte van de erfzonde. Dan zijn er afscheidingen rond de leer over Christus, zijn goddelijkheid, de drie-eenheid, zijn twee naturen. De Donatisten, de Arianen, de Monofysieten en de Maronieten. In Frankrijk leven de Katharen. Het woord ketter is afkomstig van hun bestrijding. De decadente en rijk geworden kerk roept allerlei verzet op, van de Waldenzen bijvoorbeeld en de Lollarden, de Calvinisten, de Lutheranen, de Mennonisten, de doopsgezinden, Methodisten, Baptisten, Quakers en Remonstranten..., om er maar een paar te noemen! Allemaal afsplitsingen, en niet zelden vielen er doden. Jezus bidt voor zijn leerlingen, dat zij het waarachtige leven zouden bezitten en God zouden kennen.

 

EENHEID

Deze greep uit de geschiedenis mag ons doen beseffen dat Jezus’ kerk een bont, rijk en vaak kibbelend gezelschap was. Dat kan ook niet anders. Mensen verschillen van elkaar en dat is hun rijkdom. Onze taal is divers, ons inzicht en onze ervaringen verschillen. Daar hoeft niemand om te treuren en dat deed Jezus ook niet. Hij ziet niet een strakke organisatie waar alle mensen gelijkgeschakeld worden. De kinderen in het gezin hoeven niet allemaal van tuinieren te houden en van Beethoven. Ieder mag anders zijn, graag zelfs. Maar zij moeten elkaar waarderen en eerbiedigen. Ze moeten niet de baas over elkaar willen spelen. Ze moeten elkaar de voeten wassen en niet de oren!

 

POSTSCRIPT

‘Kan ik nog iets voor je doen?’, vroeg ik aan de vrouw die me had opgebeld. ‘Wil je langskomen en je verhaal vertellen?’ Ze dacht erover na. Ja, eigenlijk wilde ze dolgraag haar verhaal vertellen. ‘En of ik moeder gekend had?’ ‘Ja, ik had er weleens gezien en ook wel eens gesproken, in de winkel bij de kassa, niet echt een gesprek.’ ‘Dan zal ze over mij wel nooit verteld hebben?’, vroeg ze zacht. Ik dacht na. Zou zo graag ‘ja’ hebben gezegd, ‘ja, je moeder was trots op je...’, maar dan zou ik liegen. ‘Nee’ dus. Jammer. De eeuwigheid kan ook ongenadig zijn!

 

EEN SLURF

Lieve kinderen. Toen ze terugkwamen van de dierentuin had Edwin duizend vragen. ‘Waarom hebben ze daar geen koeien?’ ‘Waarom hebben giraffen geen slurf?’ ‘Waarom leggen zebra’s geen eieren?’ Sanne schaterde: ‘Als giraffen een slurf hadden, dan was het eten al bedorven voor het in zijn maag kwam.’ ‘En  waarom hebben ijsberen dan geen bulten?’ ‘Je bedoelt, waarom al die dieren zo verschillend zijn?’ vroeg pappa. ‘Als je allemaal verschillend bent dan ben je sterker. De giraf eet de bovenste blaadjes en dan blijven er voor de schapen onderaan genoeg over. En de olifant kan bij de hoge en de lage met zijn slurf want hij kan niet zo goed springen en knielen. Samen sterk! Daarom zijn de mensen ook zo verschillend. Sanne kan goed dansen en feestvieren. Jij kunt goed voetvallen en mamma bakt prima appeltaart. Dat maakt het leven zo gezellig. Begrijp je?’ ‘En weet je wat jij goed kunt?’, vroeg Edwin met een slimme lach, ‘jij kunt goed op ijsjes tracteren.