En toch

We bevinden ons vandaag tussen twee grote kerkelijke feesten: Hemelvaart en Pinksteren. Vraag maar eens aan mensen op straat wat dat voor hen betekent. De kans is groot dat je als antwoord krijgt: dat zijn twee verlengde weekends. En vaak is het dan mooi weer. Ideaal dus om er eens een paar dagen op uit te trekken en de batterijen op te laden.

 

Het is ooit anders geweest.

Vroeger waren Hemelvaart en Pinksteren twee echte hoogdagen. De kerken zaten zo mogelijk nog voller dan anders. Er waren processies en optochten. Mensen wensten elkaar een zalige hoogdag en voor sommige families waren het dagen om bij elkaar te komen.

Nu zijn het dus verlengde weekends. En de kerken zitten zo mogelijk nog leger dan anders.

Je kan het als gelovige, als christen, moeilijk uitleggen of verkocht krijgen dat we op die dagen belangrijke gebeurtenissen herdenken of te vieren hebben. De schandalen die vandaag in de kerk aan het licht komen – en waar de media nog eens gretig op inspelen – maken het ons niet gemakkelijker.

 

En toch … en toch … herdenken we volgende week hoe de heilige Geest de leerlingen en vrienden van Jezus kwam aansporen en begeesteren. En vieren we dan ook dat die Geest ook ons kan inspireren en bemoedigen. Ons geloof wordt wel eens op de proef gesteld, maar het zou erg zijn als we in die Geest helemaal niet meer zouden geloven.

Volgende week worden in onze parochie ook 20 kinderen gevormd. En ook dàt gebeuren was vroeger helemaal anders. Een kwart eeuw geleden hadden we nog vlot 40 tot 50 vormelingen. Velen hadden al een serieuze binding met de parochie, als kinderen van gemotiveerde ouders. Een hele ploeg catechisten en medewerkers – jong en minder jong - stond klaar om hen op te vangen. En die ploeg werd gedragen door een hele parochiegemeenschap.

 

Nu zijn het dus amper twintig kinderen. Voor velen van hen is het een wat vreemd gebeuren. Het engagement van de ouders is meestal beperkt. En de catechese werd dit jaar grotendeels gedragen door drie mensen, die het om uiteenlopende redenen vaak heel moeilijk hadden en op bitter weinig concrete steun konden rekenen.



En toch … en toch … volgende week zal de vormheer die kinderen zalven met de woorden: "Ontvang het zegel van de heilige Geest".

En ze zullen die dag ongetwijfeld eens terugdenken aan wat ze in de catechese en op hun afsluitdag hebben mogen ervaren. Op de een of andere manier komt de Geest bij hen. Het zou erg zijn als we dat helemaal niet meer zouden geloven.

 

Want eigenlijk bevinden wij ons in een situatie die we goed kunnen vergelijken met die van Jezus' leerlingen tussen Hemelvaart en Pinksteren. Na zijn dood en verrijzenis was Jezus nog een paar keer aan hen verschenen, maar met Hemelvaart was Hij voorgoed uit hun gezicht verdwenen.

En ze waren een beetje moedeloos.

Ze keerden terug naar Jeruzalem en ze trokken zich terug in de zaal waar ze werden herinnerd aan het mooiste moment: het laatste Avondmaal, de laatste maaltijd samen die zo bijzonder was. Ze zijn met niet velen, elf leerlingen, de vrouwen, de moeder van Jezus en zijn broeders. En ze doen wat Jezus hun heeft opgedragen: ze blijven samen en ze wachten de belofte van de Vader af: de komst van de Geest.

 

Zonder dat ze het beseffen zijn de leerlingen met een noveen bezig: negen dagen van bidden en bezinnen, van zoeken naar inzicht, van wachten en hopen. Negen dagen van angst en twijfel ook, van wankel geloof: heeft het allemaal nog wel zin, is alles niet verloren nu Jezus weg is? Waarschijnlijk kwamen zij ook wel eens in de verleiding het allemaal maar op te geven.

 

En toch … en toch …  bij hen kwam de Geest, negen dagen later. Want gaandeweg gingen zij beseffen dat ze niet passief en doelloos konden blijven wachten. Bij zijn Hemelvaart had Jezus hen gezegd: "Blijf niet naar de wolken kijken, maar kijk naar je medemensen. In hen zal je Mij herkennen. Je hebt een taak op deze wereld. Begin eraan!"

En ze begonnen eraan. Ze vullen de lege stoel die Judas had achtergelaten met een nieuwe apostel, zodat ze weer met twaalf zijn, net als in het begin. Ze zullen gaan getuigen over hun geloof en overtuiging,  ze gaan met mensen praten en hun aantal begint te groeien.

Natuurlijk zullen ze ook weer moeilijkheden en tegenstand ontmoeten. En ze komen echt nog wel eens in een crisis terecht. Het zijn geen supermensen. Af en toe zinkt ook hen de moed in de schoenen en steekt twijfel weer de kop op. En komen ze in de verleiding om het allemaal maar weer op te geven.

 

En toch … en toch …  zullen ze verder doen en staan zij aan het begin van de kerk.

De kerk die wij – twintig eeuwen later – in handen hebben. Die kerk die zich allicht opnieuw in een crisis bevindt. Een crisis die wij vaak heel sterk ervaren. Maar het is de kerk die wij hebben gekregen van die leerlingen. Zij zaten toen ook in een crisis, maar zij voelden zich geïnspireerd, bemoedigd, begeesterd. Zij hadden vertrouwen in die Geest.

Die Geest is niet tastbaar of zichtbaar. We kunnen er ons geen voorstelling van maken. En er zijn heel geleerde dingen geschreven om te verklaren wat die Geest precies is. Ik ga daar liever niet te geleerd over doen. Die Geest is de kracht, de inspiratie die ons bijstaat, vooral in moeilijke tijden.

 

En die ons steeds weer doet zeggen: en toch… en toch…