Bidden (2011)

Terug kijkend op de voorbije maand mei mogen we vaststellen dat er in die maand meer zonuren waren dan ooit tevoren, maar ook dat, naar het schijnt, dat er meer bedevaartgangers naar allerlei Mariaoorden zijn geweest dan ooit tevoren. We hebben hier vlakbij in Oirschot de zogenaamde H.Eik, een Mariakapelletje waar het hele jaar door, maar vooral in de meimaand talloze Weesgegroetjes worden gebeden en misschien nog meer kaarsjes worden gebrand. Mensen komen er naartoe om even met God of Maria te praten, iets te vragen of gewoon even uit het alledaagse weg te zijn en in het bovendaagse rust te vinden. De kaarsjes zijn het meest stille gebed dat er denkbaar is, er komt geen woord aan te pas.

In het evangelie van vandaag legt de evangelist Jezus niet alleen veel maar ook heel diepzinnige woorden in de mond, een gebed vlak voor het verraad en de kruisdood. In dit gebed komt Hij tot zichzelf, overziet zijn leven en zijn bestemming. Daar valt alvast van te leren. Een heel bruikbare vorm van bidden.

Toch is bidden in onze cultuur tamelijk in onbruik geraakt. In een groot deel van de wereld onder zowel christenen als onder anders gelovigen is het heel gewoon om voor het eten tenminste om een ogenblik stilte te betrachten om eventueel zonder woorden te zeggen: Goddank dat we te eten hebben, maar laten we degenen die het niet of te weinig hebben niet vergeten. In sommige clubs, ook in ons land, bestaat die gewoonte nog al is de toegemeten tijd meestal te kort om er een half
Weesgegroetje in te passen. Bidden vraagt nu eenmaal tijd en rust en gevoelens van dankbaarheid haal je niet in de gauwigheid uit je zak om ze er onmiddellijk weer in weg te stoppen. Dankbaar zijn is in elk geval ook een vorm van bidden.

Deze zondag staat zo tussen Hemelvaart en Pinksteren in en de schriftlezingen zijn nu helemaal afgestemd op deze interim-periode. Dat was voor de eerste leerlingen zo, dat is ook voor ons zo. Zij kwamen in die tijd eensgezind bij elkaar biddend en vragend om de geest van moed en sterkte die hun was toegezegd opdat ze inderdaad de moed zouden vatten om in woord en daad te getuigen van de boodschap van Jezus Christus.

Wij zijn daar niet zo op uit, wij vragen om andere zaken: gezondheid, welzijn, het slagen voor een examen. Sommigen zeggen zeker te weten dat God zich daar niet mee bemoeit.

Hij zou nooit ingrijpen om een uitzondering te maken op de wetten die hij in de natuur heeft gelegd. Je kunt geloven of niet geloven, maar zeker weten hoe en wanneer God zich direct met onze wereld bemoeit, dat kan toch niemand. Jezus Christus heeft ons duidelijk gemaakt dat Hij ons mensen in elk geval nooit in de steek laat en nabij blijft en dan mogen we open staan voor wat dat alleen al uitwerkt.

Zonder iets af te dingen op welke vorm van bidden dan ook, worden we naar Pinksteren toe opgeroepen om vooral te bidden om de gaven van de Geest: wijsheid, moed, geduld en al die eigenschappen die in de woorden en daden van Jezus Christus zich openbaarden.
Over bidden valt veel te zeggen, maar echt te beschrijven is het niet. Het is iets wat je moet doen. Het helpt niet als je erover leest. Behalve het Onze Vader en het Weesgegroet zijn er weinig gebeden die geschikt zijn om zo maar over te nemen.

Dat wil niet zeggen dat het een puur individuele bezigheid bij uitstek is. De apostelen waren één in het breken van het brood en in hun gebeden. Samen open staan voor Gods nabijheid dat bleek bijzonder werkzaam en heeft geleid tot wat er met Pinksteren gebeurde: begeestering, vertrouwen, blijmoedigheid die kenmerkend zijn voor een christen.
Laat ik maar stoppen met spreken over bidden, we kunnen beter het gewoon samen doen. Amen