6e zondag in de paastijd A

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Het is zondag voor Hemelvaart. We horen Jezus zeggen: ‘Als Ik er niet meer ben, zal de Vader in de hemel u een andere helper geven: de Geest.'

In ons gewone taalgebruik komt het woord ‘geest' in menige uitdrukking voor. Zo spreken we bijvoorbeeld over geestdodend werk. Het is altijd hetzelfde moeten doen, het gaat bijna automatisch, alle creativiteit is eruit. Je doet van alles met je handen, maar je hoofd is er nauwelijks en je hart al helemaal niet bij. Inderdaad: geestdodend is het. Even iets anders gaan doen is dan ook ‘geestverruimend'. Soms spreken we over ‘geestelijk voedsel of geestelijk leven'. Dat is wat meer dan gewoon eten en drinken, gewoon leven. En als we ‘de tegenwoordigheid van geest' hebben, weten we in moeilijke situaties meteen wat we moeten doen.

Met die uitdrukking zitten we dicht in de buurt van wat het evangelie van deze zondag bedoelt. Christenen uit de tijd van Johannes hadden het heel moeilijk. Johannes stelt hen gerust en zegt: In jullie leeft een kracht die bij al wat je overkomt helpen zal. Geloof in de tegenwoordigheid van de Geest. De Geest dat is het beste in je, delf het op en ga ermee aan het werk.

We weten allemaal hoe belangrijk beweging is voor ons lichaam. Overal kom je mensen tegen in een joggingpak: Beekse torenloop, marathon, wandelvierdaagse, een wekelijkse avond sport enzovoort. Na een operatie moeten zieken weer zo snel mogelijk naast hun bed. Beweging is nodig voor herstel. En zelfs bejaarden zitten soms op een hometrainer als fietsen buiten te gevaarlijk wordt. Het lichaam krijgt alle en soms wel eens overdreven aandacht.

Wat doen we echter om onze geest soepel te houden. We vinden rust en zekerheid belangrijke levenswaarden. En we hebben gelijk, maar er is ook valse rust en er zijn ook schijnzekerheden. Valse rust is niet goed; onze geest raakt erdoor verroest. Blijven bij wat je gewend bent, is dikwijls heel verleidelijk, maar niet altijd goed voor ons. We zeggen nogal eens: ‘Je weet wel wat je hebt, maar niet wat je krijgt'.

Maar als we in ons denken niet ‘bewegen' gaat de ‘rek eruit', we verstarren en de geest raakt uitgedoofd.

We doen er alles aan om ons lijf via beweging soepel te houden. Maar we besteden bij lange na niet zoveel tijd en aandacht aan de geest in dat lijf.

‘Tachtig kilometer gefietst vandaag, om acht uur liep ik al door de bossen in Esbeek en zo via Poppel naar Goirle en terug naar Hilvarenbeek...'. Ons lichaam krijgt alle aandacht, maar hoeveel tijd hebben we vrijgemaakt voor de adem van God, de Geest in ons lijf, hoeveel meter gelopen om God te vinden, kracht op te doen bij het evangelie, de kerkgemeenschap?

Als het lichaam, dat de kerk is, verstard is in regels en wetten komt dat omdat de ledematen te weinig ruimte geven aan de Geest, omdat we te weinig bewegen. Tijd en ruimte geven aan de Geest is tijd vrijmaken voor een geloofsgesprek, luisteren naar elkaar, stil worden voor gebed, samen vieren, samen zingen.

We maken vanavond meer indruk bij vrienden als we kunnen zeggen dat we drie uur op de tennisbaan stonden en alles hebben gewonnen. Als we kunnen zeggen dat we de hele Kempen zijn doorgefietst dan dat we vertellen dat we een uur naar de kerk zijn geweest.

Maar als het lijf niet meer wil, komt het aan op de geest die in je woont. En we hebben - denk ik - allemaal wel eens bij het bed van een zieke gestaan en gedacht: Wat een geestkracht, wat een gelovige moed om stil van te worden. De prestatie van een marathon lijkt er niks bij.