Hoe zal dat verder gaan?

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 233 niet laden
Wij maken ons dikwijls zorgen over de toekomst van de Kerk. Hoe zal dat verder gaan? vragen wij ons af als we zien dat het aantal priesters minder wordt, dat de jongeren niet meer naar de kerk gaan. Een zekere moedeloosheid dreigt ons te verlammen, alles schijnt dan donker en hopeloos.

Zo'n sfeer scheen ook te heersen bij het Laatste Avondmaal. Jezus had de laatste tijd zo overduidelijk gesproken over zijn lijden en sterven: ‘De Mensenzoon zal worden overgeleverd in de handen van de mensen en ze zullen Hem doden'. ‘Een van u zal Mij verraden'. Ze vroegen zich angstig af: Wat zal er gaan gebeuren? Zou het dan toch waar zijn wat de Heer zegt? Zou nu alles gedaan zijn? Dan vertelt Johannes hoe Jezus op de bange, angstige vragen van de leerlingen antwoordde. Hij troost hen niet met mooie woorden, Hij dekt de wonden niet toe. Alles brengt Hij open op tafel. ‘Ik zeg u de waarheid, het is goed dat Ik heenga. Als de wereld u haat, bedenk dan dat ze Mij eerder heeft gehaat dan u. Gij zult wenen en weeklagen, terwijl de wereld zich zal verheugen. Zie, er komt een uur, ja het is er al, dat gij naar alle kanten verstrooid wordt en Mij alleen laat'. Dat is duidelijke taal, Daar hoeft niets aan toegevoegd te worden. Niemand kan zich nog iets wijsmaken. Naar menselijke maatstaven kan het niet verdergaan, is Hij mislukt, valt schijnbaar alles uiteen.

Tegen deze achtergrond kun je ten volle de betekenis begrijpen van de beloften die Jezus in dit evangelie uitspreekt. Hij toont aan de jonge Kerk een toekomst die helemaal op het geloof gebaseerd is. Waar zij aan het einde van hun Latijn zijn, daar zal het vertrouwen in Gods nabijheid en almacht hen verder dragen. Dit geloof in de toekomst wil Jezus bij zijn leerlingen opwekken. Het is misschien wel eens goed zijn troostwoorden op een rijtje te zetten, om de kracht ervan op ons te laten inwerken: Laat je hart niet verontrust worden.
- Jullie geloven in God, geloof ook in Mij.
- Als jullie iets vragen in mijn naam, dan zal de Vader het jullie geven.
- De Vader zal jullie de Geest schenken als bijstand.
- Ik laat jullie niet als wezen achter.
- Ik leef en ook jullie zullen leven.
- Jullie zijn in Mij en Ik in jullie.
- De Vader bemint jullie.
- De heilige Geest zal jullie alles in herinnering brengen, wat Ik tot jullie gezegd heb.
- Ik geef jullie mijn vrede!

Dat zijn krachtige troostwoorden, omdat Jezus zelf daarin tegenwoordig is, met heel zijn gezag, met zijn zending, met zijn goddelijke kracht. De leerlingen ervaren bij Hem standvastigheid en vertrouwen. Na de verrijzenis worden deze troostwoorden een bron van kracht. De leerlingen ervaren overal die nabijheid en liefde van Christus, zij voelen zich niet verweesd, zelfs niet in de vervolgingen. Zij weten dat de Geest van Christus hen draagt en samenbindt. Zij ervaren de Geest van Jezus als een levende kracht, die hen aandrijft om het evangelie te gaan verkondigen tot aan de grenzen der aarde.

Hoe zal het verder gaan? Eigenlijk had ook Jezus die vraag kunnen stellen. Hij moet wel een geweldig vertrouwen gehad hebben in de kracht van de Blijde Boodschap, dat Hij die zo rustig in de handen van de kleinmoedige apostelen durfde leggen.

Hoe zal dat verder gaan? Als wij een beetje geloof zouden hebben in de kracht van Gods Woord, als wij een beetje zouden willen leren van de geschiedenis van de Kerk, dan zouden wij ons echt niet zo bang laten maken. Gods Kerk is in goede handen. De eerste christenen hebben mogen ervaren dat het goed kwam, omdat zij op Gods Geest durfden vertrouwen. Deze geloofservaring is voor alle tijden richtingwijzend en maatgevend geweest. Als de Kerk in onze gewesten de bakens moet uitzetten voor een nieuwe inculturatie, dan mag ook zij zich gesterkt voelen door deze troostwoorden van de Heer.

Paus Johannes zei met recht en reden: ‘Ik houd niet van die onge¬luksprofeten die in alles ondergang en verderf zien. Zij hebben nog niets begrepen van de kracht van Gods Geest en niets geleerd uit de geschiedenis van de Kerk. Angst voor de toekomst van de Kerk is een uiting van ongeloof'. Een angstige Kerk heeft altijd de neiging om zich in te kapselen, om zich uit de wereld terug te trekken als in een burcht, om zich daarbinnen te verdedigen met wetten en voorschriften. Maar dat is niet de weg, waarlangs Jezus zijn Kerk leiden wil. Het zou eens goed zijn om zich in de vergaderingen van het kerkbestuur of de parochieraad te bezinnen over deze troostwoorden van Jezus. Of schrijf deze woorden maar eens in het enkelvoud voor u op: laat uw hart niet bang worden. Gij zijt in mij, Ik ben in u. De Vader houdt van u. Ik komt tot u. Zo spreekt de Heer tot ieder van ons. Als wij in deze woorden kunnen geloven, dan weten wij dat alles goed zal komen.