Toespreken (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 538 niet laden
Het is nogal eens gebeurd, dat mensen, die hun einde voelden naderen, hun kinderen of volgelingen samenriepen om hen voor het laatst toe te spreken. Toen mijn tante Carla vorige maand honderd werd, heeft ze ook zoiets gedaan, niet omdat de dood al hoorbaar aan haar deur klopte, maar je weet maar nooit op zo'n hoge leeftijd. Ze organiseerde een feest voor 170 genodigden, dat begon met een eucharistieviering. Omdat ze zelf praktisch niet meer zien kan, liet ze een van haar zonen de volgende tekst voorlezen:
'Ik zou het erg fijn vinden als we met zijn allen, groot en klein, getrouwd, verloofd, verliefd, katholiek of niet, allemaal samen, een ieder op zijn manier willen bidden voor de rest van ons leven voor de volgende intenties: "Heer onze God, wij bidden voor alle mensen. Hoewel verdeeld in naties en rassen zijn ze allen Uw kinderen. Laat haat en strijd verdwijnen, zodat blijvende vrede de aarde vervult, en dat de mensheid gezegend wordt met vrede. Laat mijn kinderen en allen hier aanwezig NOOIT onderling ruzie maken." Als er - onverhoopt - toch onenigheid zou zijn, los het dan meteen op. De kinderen drinken dan, na afloop, samen een borrel en dan is het ook echt vergeven en vergeten.'
Het evangelie van vandaag is een fragment uit ook zo'n afscheidstoespraak, ruim een halve eeuw na de dood van Jezus opgeschreven. Het is eigenlijk een min of meer toevallige verzameling van uitspraken, herinneringen en reflecties. Deze tekst brengt ons als het ware in de zaal van het laatste avondmaal. Daar is Jezus met zijn leerlingen samengekomen om elkaar voor het laatst te ontmoeten, te zien, te horen en te spreken. Alle aanwezigen voelden zich beklemd, want er dreigde gevaar: Jezus zou spoedig sterven, en de leerlingen zouden spoedig zonder hun inspirerende meester in hun midden verder moeten. Maar de christenen, voor wie Johannes zijn evangelie schreef, hadden Jezus nooit zelf gekend. Zij moesten het doen met verhalen over hem. In die zin lijken zij veel op ons. Wij moeten ook verder, terwijl we Jezus nooit in levenden lijve hebben ontmoet. Maar we kunnen ons herkennen in de leerlingen van het laatste avondmaal, en in de leerlingen van Johannes in de jaren tachtig van de eerste eeuw. Kunnen we verder zonder Jezus? Heeft ons geloof nog een kans in onze huidige maatschappij? Is het nog aantrekkelijk voor hen die na ons komen? Het zijn wezenlijke vragen die ons kunnen beklemmen, als we ons zouden blindstaren op de harde feiten.
Maar ik putte hoop uit een recent boek van de Engelse dominicaan Timothy Radcliffe, die schreef: 'Ons basisverhaal is een verhaal over het moment waarop er geen verhaal verteld kon worden, toen de toekomst verdween. We komen als gemeenschap bijeen rondom het altaar en gedenken de nacht dat de gemeenschap uiteenviel. Ons basisverhaal gaat over de ineenstorting van ieder verhaal, en onze gemeenschap kijkt terug op dat moment. We hoeven niet bang te zijn voor crises. De kerk is geboren toen de hoop in een crisis kwam. Crises zijn onze spécialité de la maison. Ze maken ons jonger.'
Vinden we zijn woorden naïef en al te optimistisch? Of hebben we er vertrouwen in, dat de geest van de waarheid die Jezus aan zijn leerlingen tóen beloofde, ook voor ons is weggelegd? We leven tussen Pasen en Hemelvaart in, de twee momenten die ons met de neus op de feiten drukken, dat Jezus lichamelijk verdwenen is. Maar als we durven voelen, hangt de Geest al in de lucht, als de geur van lentebloesembomen. 'Love is in the air', zingt een liedje. Liefde hangt in de lucht. Het is de Geest die onze pleitbezorger is, die erbij geroepen is om ons te verdedigen en te troosten. Het is de Geest die je niet meer uit je hoofd en hart kunt krijgen, zoals een virus in je computer. Het is de Geest die niet moe wordt om de woorden van Jezus zelf te herhalen: 'Jullie zijn in mij en ik in jullie'. We kunnen niet zonder elkaar. We willen niet zonder elkaar.
'God in mij en ik in God'. Dat was de realiteit waarover Reinalda van Eymeren niet moe werd te spreken en te schrijven. Zij was een mystiek begenadigde vrouw, die rond 1500 in Arnhem leefde. Het volgende gebed van haar kan ons troosten en op weg zetten: 'O eeuwige, onsterfelijke God, leef Gij nu voortaan in mij, o Gij, leven van mijn ziel. Laat uw godheid in en door mij schijnen. Wil in en door mij wandelen. Wil in en door mij spreken. Wil in en door mij werken, alles zoals U het het liefste heeft, opdat er in mij niets is wat Gij niet zijt. Mijn ogen moeten uw ogen zijn, opdat Gij erdoor zoudt zien. Mijn oren uw oren, opdat Gij ermee zoudt horen. Mijn tong moet de uwe zijn, opdat Gij ermee zoudt spreken. Al mijn ledematen moeten de uwe zijn, opdat Gij ermee kunt werken wat Gij wilt.'
Lieve mensen, dit is de blijde boodschap van vandaag. Er is dus werk aan de winkel.