Zesde zondag van Pasen A (2008)

Inleiding

'Verkondig het evangelie tot aan het uiteinde van de aarde.' Gedurende de afgelopen periode hebben wij voortdurend gehoord, dat wat er in de Kerk gebeurt, verkondigd wordt tot aan het uiteinde van de aarde. Het strekt zich uit over alle grenzen. Dat maken we ook mee wanneer wij eucharistie vieren. We zijn hier niet aanwezig met alleen maar familie en bekenden, nee, wij zijn hier samen met bekenden én met vreemden, als een nieuwe broederschap. 'Bidt broeders en zusters' wordt er straks gezegd tegen u die helemaal geen broeders en zusters van elkaar bent in de natuurlijke zin. Ook schudden wij elkaar straks broederlijk en zusterlijk de hand. Dat is de inzet van ons heilig Doopsel. Dan worden wij als kinderen van onze ouders - opgesloten in de familie waarin wij zijn geboren, en in de begrenzingen van deze cultuur en van deze tijd - ook opgenomen in de 'Familia Dei', in het 'gezin van God'. Het gezin waarvan God de Vader is en waarvan wij, doordat wij kinderen zijn van die Vader, broeders en zusters zijn van elkaar. Dat aspect mogen wij aan het begin van deze eucharistie, in de viering van ons heilig Doopsel, nog eens opnieuw beleven.

Homilie

In dit evangelie geeft Jezus ons een laatste wilsbeschikking, een testament, voor als Hij heengaat. Het eerste wat Jezus ons toevertrouwt in zijn testament, is: "Als ge Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Als Ik er niet meer ben, zorg dan voor de onderhouding van mijn geboden. "Wie míjn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft." Met die geboden begint en eindigt dit evangelie.
De geboden horen bij wat Jezus ons bij zijn afscheid als geestelijke erfenis nalaat. Hij vraagt op een persoonlijke wijze aandacht voor wat Hij 'mijn' geboden noemt. Zijn laatste wilsbeschikking. Zoals vlak voor zijn overlijden de woorden van paus Johannes Paulus II als zíjn testament golden: 'Weest niet bang, maar opent uw harten voor Christus.' We hebben ze met een bijzondere aandacht, eerbied en liefde gehoord en gelezen, en hoe dikwijls zijn deze woorden niet herhaald.

In een andere situatie spreekt Jezus over zijn geboden als over mijn juk: "Mijn juk is zacht en mijn last is licht" (Mt 11,30). Hij neemt de lasten van ons leven niet af, maar Hij geeft ons een nieuwe manier om ze te dragen: met een zachtmoedig en nederig hart. Daar komen die geboden, die woorden, bij Jezus vandaan: uit zijn zachtmoedig en nederig Hart (vgl. Mt 11,29). Als je je dat voor de geest haalt, dan is het veel gemakkelijker om zijn geboden te bewaren.

Maar Jezus vraagt bij zijn afscheid niet alleen aandacht voor zijn geboden, Hij wil nog op een andere manier de continuïteit na zijn dood en hemelvaart waarborgen en wel door het leven van de Geest. "Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven, de Geest van de waarheid." ... "Hij blijft bij u en zal in u zijn." Hoe intens hebben de gelovigen van onze Kerk - en zij niet alleen, maar ook de mensen over de hele wereld - die Helper, die Aanwezigheid, die Geest, kunnen zien en ervaren tijdens de dagen vóór het sterven van paus Johannes Paulus II, en tijdens de rouw na zijn overlijden. En ook weer bij de keuze van de nieuwe paus, bij zijn inauguratie; wat een eenheid, wat een liefde, wat een innigheid, wat een bezieling! Paus Benedictus was zelf als het ware gegrepen door diezelfde heilige Geest waaruit de Kerk leeft. De Kerk is nog steeds jong!

Dat is echter nog niet alles. Misschien denkt u: kan Jezus bij zijn afscheid nog meer beloven? Toch is dit pas de helft van het evangelie. Het hoogtepunt ervan is een uitspraak van Jezus, die je niet zou verwachten bij Iemand die de dood in de ogen ziet: "Ik keer tot u terug. Nog een korte tijd en gij zult Mij zien." Hoort u dat iemand al zeggen vlak voor zijn dood, vlak voor zijn hemelvaart? Heiligen kunnen soms onverwachte uitspraken doen bij hun sterven. 'Ik kan meer voor jullie doen vanuit de hemel dan op aarde', zei er eentje. Of paus Johannes Paulus II vlak voor zijn dood: 'Nu ben ik verheugd en ik zou willen dat jullie het allemaal zijn.' Vreugde als zijn testament! Theresia van Lisieux beloofde rozen te laten regenen vanuit de hemel, rozen van genade en weldaden. Ze was van plan om haar hemel door te brengen met goed te doen op aarde. Maar Jezus gaat nog een stapje verder: "Ik keer tot u terug. Gij zult Mij zien, want Ik leef en ook gij zult leven." We zullen Hem levend en wel voor ons zien. En dan bedoelt Hij dat niet alleen bij zijn wederkomst in heerlijkheid op aarde, aan het eind van de geschiedenis, aan het eind van de tijd, maar dan bedoelt Hij ook dat Hij op de derde dag zal verrijzen en in levende lijve Zich zal tonen aan zijn leerlingen.

De eucharistie is een voorproef van zijn terugkeer in heerlijkheid, zoals Hij op het altaar in de hemel zal verschijnen, zo staat het in het Boek van de Apocalyps, als een Lam dat is geslacht (vgl. Apk 5,6). Dat staat er: als geslacht, in de toestand van zijn leven gevend, onschuldig tot uitboeting van onze zonden. Een uitzinnige liefde! Zo is Hij in de hemel en zo is Hij hier in ons midden. Wat een wilsbeschikking! Wat God wil is nu levend onder ons, in zijn woord, in zijn Geest, ja, in zijn levende, liefhebbende, persoonlijke aanwezigheid zelf.
Laten wij nu onze winst, onze rijkdom, uitzingen in de belijdenis van ons rijke geloof.