Diakenschap ( overweging 2008)

Overweging over het diakenschap (Hand.8.5-12/ Jo. 14.15-21)

De diaken Filippus predikte in Samaria de blijde boodschap. We hoorden het in de eerste lezing. Wat is dat eigenlijk, een diaken? Sinds ik in de regio werk kom ik ze vaker tegen. Op de pastorie van Cabauw woont een gepensioneerde diaken, Kees Tukker. In IJsselstein zijn er twee, een Nederlandse veertiger, Gerard Vaneker en een jonge Irakese vluchteling, Samir Patros. In Huize Mariënstein is een gepensioneerde diaken actief, de heer Achterberg. In Harmelen zijn er twee diakens, een gepensioneerd hoofd van de school, Harrie van Doorn die heel veel in de parochie daar heeft gedaan, en een jonge man, Frank van Rooijen die nog niet zo lang geleden gewijd is. In onze stad is de diaken een wat onbekende figuur. En daarom wil ik er iets over vertellen. Diakens hebben gemeen dat ze een gewone baan hebben, of hebben gehad. En ze zijn meestal gehuwd. Dat mag dus. Het zijn wel allemaal mannen. Onze kerk staat de diakenwijding voor vrouwen nog niet toe, maar dat kan veranderen. De protestantse kerk heeft vrouwelijke dominees en diakens, en een tijdlang was het ook een aparte functie voor vrouwen; denkt u maar aan het diaconessenziekenhuis.

In onze kerk zijn diakens dus vooralsnog alleen mannen. Voor hun broodwinning zijn de diakens van onze regio niet van de kerk afhankelijk. En toch hebben ze een wijding, de diakenwijding. Ze zijn door de bisschop gezalfd en ze kregen de handen opgelegd. En ze vervullen allerlei taken in de parochies, op het terrein van de liturgie, want ze mogen ambtshalve dopen en preken en officiële getuige zijn bij een huwelijk. Hun hart ligt echter vaak niet zozeer bij de liturgie maar bij de diaconie, bij de dienst van de kerk aan de samenleving. Het is door het Tweede Vaticaans Concilie, dat het diakenambt in ere hersteld is.

Bij het woord diaken, diaconie, denken we gauw aan hulp aan mensen in nood. Dat hoort inderdaad bij diaconie. In het Nieuwe Testament zien we al dat diakens erop toezien dat niemand in de gemeenschap een tekort aan voedsel heeft. Dat is ook een taak voor ons allen. Als we Christus willen navolgen, dan is solidariteit met de armen een vanzelfsprekende zaak. Maar diaconie is meer dan mensen in nood helpen. In de eerste lezing zien we dat ook. Filippus verkondigt het evangelie. Het woord diaken, diaconos, ontleent de jonge kerk aan zijn omgeving. Dat Griekse woord diaconos verwijst naar een belangrijke functie in de maatschappij van die tijd. Een diaken is een belangrijke vertegenwoordiger, een ambassadeur. Hij vertegenwoordigt een organisatie naar buiten toe, en brengt ook belangrijke informatie over wat er in de wereld gebeurt naar binnen. Hij is een soort intermediair. Zo was het ook met de diaken in de jonge kerk. Hij had zorg voor de gemeenschap, zag erop toe dat niemand tekort kwam en had oog voor de omgeving.

Afgelopen woensdag was er een parochieavond in de Emmauskerk. Het ging nu eens niet over allerlei organisatorische kwesties. We hadden het samen over iets inhoudelijks, over hoe je samen goed liturgie kunt vieren. Dat je als gelovigen echt betrokken bent op elkaar vonden we belangrijk. En ook dat de Bijbelse verhalen op een goede manier naar deze tijd worden vertaald. De nieuwe vicevoorzitter van het parochiebestuur, Armand Höppener, vond dat het belangrijk was dat we als geloofsgemeenschap dicht bij het leven staan, bij wat er in de samenleving gebeurt en wat mensen echt bezighoud. Hij zei: we hebben twee voedingsbronnen: het evangelie en het leven. Als we alleen met liturgie en catechese bezig zijn, dan verliezen we als kerk het contact met het dagelijks leven. Hij gebruikte het beeld van een bloedsomloop: het is belangrijk dat de kerk gevoed wordt vanuit de verhalen van wat mensen allemaal doormaken. Als de aders en de haarvaatjes vanuit het leven verstopt zijn, dan is er geen voeding voor de kerk. Dan heeft ze alleen maar het evangelie, en dat is als het ware ademen met maar één long.

Zo'n uitspraak past precies bij wat ook een diaken zegt en doet: de verhalen van mensen inbrengen in de kerk. Hun vreugde, hun zorgen, hun pijn en hun verlangen. Zelf heb ik binnen het pastoraal team de portefeuille diaconie. Ik probeer ook, samen met vrijwilligers, voeling te houden met wat er in Nieuwegein en in de wereld gebeurt. Ik ben dan weer te vinden op het gemeentehuis, en dan weer onder psychiatrische patiënten, en dan weer bij een bijeenkomst over armoedebestrijding, en dan weer gewoon op huisbezoek bij iemand die in de problemen zit. Ik merk dat het invloed heeft op hoe ik in de kerk sta. In het dagelijks leven merk ik dat de Geest van God, de Helper, in mensen werkzaam is. Dat Hij hun helpt om uit de problemen te komen, om de eigen waardigheid te herwinnen, om het beleid rechtvaardiger te maken. De Geest van God helpt mensen, en ook mij, om mensen te troosten en te bemoedigen. En als je ziet dat de Geest van God in de harten van mensen werkzaam is, dan heeft dat invloed op hoe je in de kerk werkt, hoe je verkondiging is. Als we samenkomen, zoals vanavond, dan is dat om te vieren dat God ons nabij is. We leggen ook aan God voor waar we moeite mee hebben, waar we verdriet over hebben, waar we bang voor zijn. We voelen ons soms door God in de steek gelaten en op onszelf teruggeworpen. Maar juist bij het breken en delen van het brood kan het gebeuren dat we opeens weer voelen: de Helper, Gods Geest is wel degelijk dichtbij ons. Want als kerk, als gemeenschap zijn wij het lichaam van de verrezen Christus. Ik hoop dat dat steeds weer gebeurt: dat we gesterkt naar huis gaan en met de hulp van de Geest van God ook kunnen doen wat we graag willen: namelijk mensen zijn die liefhebben.  Amen.