De toekomst van de Kerk

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 306 niet laden

INLEIDING

Reeds vanaf de vierde eeuw wordt de evangelist Johannes vereerd met de titel van 'theoloog'. Terecht, want zijn evangelie is ongetwijfeld het rijkste en het diepste. Van het begin tot het einde staat de verkondiging van Jezus als de Christus centraal. In de slotverzen van zijn evangelie schrijft Johannes dat alles wat hij heeft opgetekend bedoeld is "opdat jullie zullen geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God en dat jullie door te geloven leven zullen bezitten in zijn naam" (Joh. 20,31). Johannes wil zijn lezers tot geloof brengen, tot het geloof dat Jezus de Christus is, de verrezen Heer, de Zoon van God. Want door dit geloof zullen christenen komen tot het nieuwe, volwaardige leven.

Het evangelie volgens Johannes is complex en doordacht geschreven, het veronderstelt zoveel ... Persoonlijk gebruik ik het graag als uitgangspunt voor colleges en referaten, voor retraites, ... maar voor liturgievieringen ligt het m.i. veel moeilijker. In een homilie van een tiental minuten een tekst van Johannes volledig tot zijn recht laten komen is haast onmogelijk. Daarom dat ik voor mijn proeve van homilie voor deze zondag ook gekozen heb voor een gerichte en fragmentaire benadering van de evangelieperikoop. In heb ervoor geopteerd enkele elementen uit deze perikoop te laten oplichten en te leggen op ons leven als christenen in deze tijd. Andere keuzes zijn zeker mogelijk.

PROEVE VAN EEN PREEK

Een sombere toekomst ?
Vaak stellen we ons vragen bij de toekomst van de Kerk. Steeds minder mensen in de zondagsliturgie, minder priesters en religieuzen, de jongeren die massaal afhaken, de ethische en financiële schandalen waarin leden van de Kerk betrokken zijn, ... Alles lijkt zo donker en hopeloos ...
Dit was ook de sfeer die tijdens het laatste avondmaal heerste bij de leerlingen. Jezus had hun immers zo uitdrukkelijk gesproken over het lijden en de dood die Hem te wachten stond. De leerlingen zaten met angstige en beklemmende vragen: zou alles nu voorbij zijn, hadden zij alles tevergeefs achtergelaten, ...

Johannes verhaalt ons hoe Jezus op de angstige vragen van de leerlingen antwoordde. Hij troost hen niet met mooie woorden, maar hij spreekt duidelijke taal : naar menselijke maatstaven is Jezus mislukt, is de weg teneinde, valt schijnbaar alles uiteen. Tegen deze achtergrond kunnen we ten volle de betekenis begrijpen van de beloften die Jezus in de evangelieperikoop van vandaag uitspreekt. Hij toont zijn volgelingen een toekomst die volledig op het geloof gebaseerd is. Waar menselijk gesproken alles voorbij is en alle mogelijkheden zijn uitgeput, daar zal het rotsvaste geloof in God hen verder dragen.

Deze krachtige troostwoorden van Jezus worden na de verrijzenis een bron van kracht voor de leerlingen. Overal ervaren zij de aanwezigheid en de liefde van de verrezen Heer. Zij voelen zich niet verweesd, maar zij ervaren dat de Geest van de verrezen Christus hen draagt en samenbindt. Zij ervaren de Geest van Christus als een levende kracht die hen voortstuwt om de Blijde Boodschap te gaan verkondigen tot aan de uiteinden der wereld.

Als wij een beetje geloof zouden hebben in de kracht van Gods woord en als wij een beetje zouden willen leren uit de geschiedenis van het christendom, dan zouden we ons ook nu niet laten bang maken. De Kerk is in goede handen. De eerste christenen hebben ervaren dat door hun vertrouwen op Gods geest uiteindelijk alles goed kwam. Deze geloofservaring is voor alle tijden richtinggevend geweest. Paus Johannes XXIII zei :"Ik houd niet van die ongeluksprofeten die in alles ondergang en verderf zien. Zij hebben nog niets begrepen van de kracht van Gods geest en niets geleerd uit de geschiedenis van de Kerk. Angst voor de toekomst van de kerk is een uiting van ongeloof". Een angstige Kerk heeft altijd de neiging zich uit de wereld terug te trekken en zich tegen de buitenwereld te verdedigen met wetten en voorschriften. Maar dat is niet de weg die Jezus ons is voorgegaan ...

Wie liefheeft, onderhoudt de geboden
De weg die Jezus is voorgegaan is de weg van de liefde. Waar liefde is, valt de verplichting en het gebod weg. De liefde neemt de last van het gebod weg en helpt alle geboden als vanzelf te vervullen. Als je mensen en God liefhebt, dan ga je niet stelen, dan spreek je geen kwaad van anderen, dan respecteer je wat van anderen is, dan ga je ouderen en zwakkeren niet afschrijven, je gaat niemand kwetsen. Als je God liefhebt, ga je vanzelf bidden en wil je je geloof in gemeenschap vieren. Wanneer je het gebod begint te voelen, is het een teken dat de liefde verminderd is.

Jezus en 'de liefde'
Er bestaat geen woord dat zoveel en met zoveel gemak gebruikt wordt als 'liefde'. Wat is dat : 'liefde', 'liefhebben' ? Bestaat er zoiets als 'liefde in bijbelse zin' ? De liefde waarvan Jezus spreekt, is dat een speciale liefde ?

Ik kan mezelf niet van de indruk ontdoen dat het woordje 'liefde' in onze maatschappij veel van zijn spankracht verloren heeft, dat de betekenis ervan erg verarmd is. Wanneer je in de literatuur, op radio en t.v. iets leest, hoort of ziet over liefde, dan gaat het bijna altijd over seksualiteit, erotiek, datgene wat in de slaapkamer gebeurt. Natuurlijk is een positieve en zinvolle seksualiteitsbeleving van essentieel belang voor een goede relatie. Maar is het dat wat Jezus bedoelt te zeggen, wanneer hij vlak voor zijn lijden en dood zijn leerlingen zo uitdrukkelijk oproept tot liefde ?

Wanneer Jezus spreekt over de liefde dan staat er steeds een vorm van het Griekse (((((((. Wat betekent dat (((((((, liefhebben-in-bijbelse-zin ? Het betekent : waarderen en hoogachten; iemand voor lief nemen, niet met de negatieve klank van onverschilligheid, maar juist met de kleur van aanvaarding : je bent goed zoals je bent, zó vind ik je lief, beminnelijk. Zowel ouderliefde, vriendschap, naastenliefde, als seksueel gerichte liefde tussen partners zijn in het woord besloten. Er wordt in beklemtoond de wederkerigheid, de trouw, de daadkracht. Het gaat om gemotiveerde liefde, niet zomaar een stemming of een sentimentele hang naar iemand. Liefhebben in bijbelse betekenis is niet zoetsappig, het is niet iemand op een voetstuk plaatsen en er in bewondering onder staan. Aandacht hebben voor iemand, iemand tot zijn/haar recht laten komen, het beeld van God in de ander tot gestalte laten komen, dát is liefde in de bijbelse zin van het woord. Zó liefhebben, dat vraagt Jezus van zijn leerlingen en volgelingen.

Maar wat is dan het nieuwe van Jezus' gebod ? De Joden kenden toch het gebod tot ware liefde. Sterker nog : het gebod van de naastenliefde "Bemin uw naaste als uzelf" - zoals we het vinden in Lev. 19,18b - werd en wordt nog steeds door de Joden beschouwd als de kern van hun geloof. En Jezus durft beweren dat Hij een nieuw gebod geeft ! In de eerste plaats vult Jezus het woord liefde terug in met zijn volledige, rijke bijbelse betekenis. Het gaat Jezus om de diepste betekenis van de liefde : niet iets nalaten te doen omdat je het zelf niet wil meemaken, maar wel je inzetten met al je mogelijkheden om alle medemensen die je in je leven ontmoet te laten openbloeien tot waardevolle en beminnelijke mensen. Een tweede opmerkelijk verschilpunt met het Oude Testament is Jezus' fundering van het gebod tot liefde : Jezus' volgelingen moeten elkaar liefhebben "zoals Jezus hun heeft liefgehad" ! Analoog aan de wijze waarop Jezus zijn leven gegeven heeft voor de mensen van wie Hij hield, zo moeten ook wij ons leven veil hebben voor onze geliefden. Voorwaar een zware en veeleisende opdracht !

Eén van de meest sprekende voorbeelden vind ik nog steeds monseigneur Romero, voormalig aartsbisschop van San Salvador. Toen hij op 2 februari 1980 aan de K.U. van Leuven een ere-doctoraat kreeg, sprak hij ons over de situatie van de Kerk in zijn land. Bisschoppen, priesters en religieuzen, theologen en geëngageerde leken werden lastig gevallen, vervolgd, opgepakt, gemarteld en gedood, omdat zij resoluut de kant van de armen gekozen hebben. Na de officiële toespraken was er een receptie voorzien. Terwijl ik rustig naar die andere zaal wandelde, zag ik plots de deur van een klein kamertje half openstaan : mgr. Romero was er aan het wachten om geïnterviewd te worden voor de Vlaamse T.V. Bedeesd stapte ik binnen, maar mgr. Romero begroette mij hartelijk. Op mijn vraag of hij het wel veilig achtte om naar San Salvador terug te keren antwoordde mgr. Romero : "Ik heb schrik om terug te gaan. Ik weet dat men mij naar het leven staat. En toch ... ik ga terug. Mijn plaats is dáár : bij mijn mensen." Zes weken later - op 24 maart - werd mgr. Romero brutaal vermoord. Hij beminde zijn mensen, zijn armen, ten volle, in bijbelse betekenis, zoals Jezus ons heeft liefgehad.

Zo zijn leven geven is wellicht niet weggelegd voor de meesten onder ons. Maar dit ontslaat ons niet van de opdracht om de mensen rondom ons te beminnen zoals Jezus ons bemind heeft. Een opdracht die begint in het gewone, dagdagelijkse leven : iedereen waarderen, tot zijn recht laten komen, hem of haar beminnen zoals hij of zij is. Respect en eerbied hebben voor de eigenheid van onze partner. Openstaan voor de eigen gaven en talenten van onze kinderen, ook wanneer die afwijken van wat wij gewenst hadden. Onze ouders nemen zoals ze zijn, ook met hun soms overdreven zorgzaamheid en hun beperktheden. Niet zagen of zeuren over buren, collega's, vrienden en kennissen, niet kwaadspreken of roddelen, maar iedereen aanvaarden met zijn of haar talenten.

Deelachtig aan de goddelijke liefde
Wanneer wij vanuit die liefde in het voetspoor van Jezus gaan en zijn geboden onderhouden, dan zal de Vader ons een andere helper geven : de Geest. Ook al is Jezus verdwenen als tastbare persoon, zijn Geest zal ons stuwen op de weg naar de realisering van Gods rijk op deze wereld. Vader, Zoon en Geest zijn één in de liefde. En wanneer wij leven in Jezus' geest, zullen ook wij door die God bemind worden, zullen wij mogen deel hebben aan de goddelijke liefde.

Getuigen van de hoop die in ons leeft
Vanuit ons geloof en vertrouwen in de liefdevolle drie-ene God, kunnen we dan ook steeds bereid zijn om de verantwoording af te leggen die Paulus van ons vraagt : de verantwoording van de hoop die in ons leeft. Een christen die leeft vanuit de Geest van de verrezen Christus mag zich gelukkig prijzen en hoopvol leven in de verwachting van de uiteindelijke toekomst : Gods rijk waar het goed is om leven voor alle mensen en waar God alles in allen zal zijn.

De hoop die in ons leeft mogen we in geen geval voor onszelf houden. We moeten ervan getuigenis afleggen. Vanuit de Geest die ons drijft kunnen we heel wat andere mensen in woord en daad de verrezen Christus verkondigen, zodat ook zij deelachtig kunnen worden aan ons geloof en onze hoop. Zoals de eerste christenen worden wij nu nog steeds opgeroepen om te getuigen van de verrezen Heer en mensen voor te bereiden op de komst van de Geest van Jezus in hun leven. De verwijzing naar de apostelen in de lezing uit de Handelingen van vandaag heeft niets te maken met een hiërarchisch kerkbeeld, maar met het belang van de verbondenheid van alle gelovige getuigen met elkaar en met de Kerk. Het gaat in ons christen-zijn om de boodschap van de verrezen Christus, niet om onze eigen interpretatie of invulling ervan. We moeten de Blijde Boodschap van Jezus in haar volle omvang laten klinken en ons hoeden voor tekstinlegging. Hoe moeilijk dit soms ook kan zijn. Maar het geeft in ieder geval toekomst aan de Kerk.