Omdat de wereld Hem niet schouwt (2008)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 121 niet laden
* In zijn afscheidsrede belooft Jezus zijn leerlingen zijn dynamische inwoning, en tevens de komst van de "andere Helper", op voorwaarde dat ze Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden. Het gaat in wezen om het dubbel gebod van de liefde. Geboden zijn geen dwangbuizen, die de vrijheid beperken tot zij in ademnood verkeren. Ze maken hun hart vrij voor de komst van Gods Geest.

* In het vooruitzicht van het aanstaande Pinksterfeest komt deze bijbeltekst net op zijn plaats. Maar het valt op hoe Jezus erin laat verstaan hoe moeilijk de wereld zich opent voor die komst:

 

1. " De Geest der waarheid waarvoor de wereld niet ontvankelijk is." (Joh 14,17)

 

- Voor Johannes is de wereld schepping van God, goed maar beperkt en voorlopig. God houdt van zijn schepping. Ze is zijn doelwit. Hij houdt ten zeerste van de mensen in die wereld: "Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij ons zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan... opdat de wereld door Hem zou worden gered" (Joh 3,16-17). De wereld, die Hij wil redden, is precies door het kwaad getekend en staat daardoor in contrast met wie Jezus is. Jezus erkent die afstand: "Ik ben niet van deze wereld" (Joh 8,23), en tot Pilatus: "Mijn koningschap is niet van deze wereld" (Joh 18,36). Tot degenen die Hem volgen herhaalt Hij dat ze wel leven in de wereld (Joh 13,1; 17,11.15; 1 Joh 4,17), maar niet tot de wereld behoren (Joh 15,19; 17,14.16). En dan zegt Hij zeer sterk: "Als de wereld u haat, bedenk dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan u... Daar gij niet van de wereld zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitgekozen, haat u de wereld" (Joh 15,18-19). Het gaat hier om een wereld die zich vastbijt in haar hardnekkig ongeloof. Het gaat om de wereld die zich insluit in zichzelf, net als een hard gesloten samengetrokken vuist, die de uitgestoken open hand van de minzame redder gewoon weigert.

- In onze postmoderne tijd weerstaat die eigengereidheid halsstarrig Gods Geest. Cultuurfilosofen zoals Herman De Dijn zien hoe deze weigering tevens een voortdurende onvoldaanheid schept:

(a) Men heeft eerst grenzeloos het maakbare geluk op aarde gezocht. Men geloofde in de welvaart dank zij de gewaande ‘almacht' en de ‘onfeilbaarheid' van de wetenschap, de techniek en de economische beloftes. Met de verabsolutering van de aardse waarden groeide ook de hoogmoed van de geest en de afwijzing van de nood aan een persoonlijke God van Liefde. Vandaag echter ziet men die droom eindigen en weet men zich gevangen in een onuitgesproken onbehagen.

(b) De jongere generaties zijn daarop gaan reageren. Ze gingen vluchten uit de leugen van de mislukking, op zoek naar geluk onder andere nieuwe nog niet geëxperimenteerde vormen: in het relativeren van alle voorgezegde waarheid en waarden, in het alternatief van de groene beweging, of in het schuilen bij sekten, in drugs en in de waaier van zoveel uitdagende vormen van genot. ‘Genieten' werd het ordewoord in alle reclames van handel en van reisbureaus. De overdreven hang naar genot is meestal een vlucht uit de realiteit, en wijst erop dat het geluk er nog niet is.

(c) Ten slotte barst nu georchestreerd, met de steun van de media, een haat los tegen alle ethiek en religie, die offer en zelfbeheersing veronderstelt. Men deinst er niet voor terug agressief begrippen als progressiviteit en discriminatie naar eigen smaak in te vullen. Dit niet zonder opgezette beschadiging van de Kerk, die juist de evangelische boodschap brengt van ware bevrijding en geluk. Ondanks het recht op vrije meningsuitdrukking wordt deze proclamatie zelfs haast strafbaar gesteld. Dat is de wereld die voor de Geest van waarheid niet ontvankelijk is.

 

2. En Jezus voegt er verklarend aan toe: " ...omdat zij Hem niet ziet en niet kent".

 

- Hiermede ontbloot Jezus het geheim van deze halsstarrigheid. Het gaat om een verblinding, een niet zien, een niet schouwen. Die geestelijke blindheid was er reeds bij Jezus' tijdgenoten. Jezus contrasteert nu de wereld met zijn leerlingen: De wereld ontvangt de Geest niet, ziet en kent Hem niet; de leerlingen kennen Hem wel. De wereld zal Jezus straks niet meer zien; de leerlingen zullen Hem wel zien. Het werkwoord dat Johannes hier gebruikt is niet zomaar "zien", zoals de leerlingen het lege graf zagen of de Verrezen Heer hebben gezien (Gr.: heôrakamen, Joh 20,25), maar wel "met aandacht kijken naar, inkijken, schouwen, contempleren" (Gr.: theôrei, theôreite, Joh 14,17.19). "Kijken" is meer dan zien. En "kennen" is meer dan verstandelijk weten. Kennen is de ervaring van de liefde-intimiteit. Een sprekende vertaling zou zijn: "... omdat de wereld Hem niet schouwt (!) en de liefde-eenheid met Hem niet smaakt (!)". De wereld kan de Geest niet ontvangen omdat ze innerlijk er niet toe in staat is. Hiermee nodigt Jezus elke leerling uit tot ‘beschouwing'.

- In een tijd waarin het geloof niet meer vanzelfsprekend is, is het antwoord op dit koude ongeloof de warmte van de contemplatie. Voor wie schouwend bidt en voor wie met zijn hart in het mysterie binnentreedt, gaat een nieuwe, de ware wereld open. Hij ontsnapt aan de engheid van het puur menselijk geredeneer. André Frossard, bekeerd bij de overweldiging van Christus' aanwezigheid in de Eucharistie, voorspelde reeds dat de verharding van het op zichzelf gesloten verstand nooit een antwoord zou geven aan de uitdagingen van de tijden, noch aan de dorst van het menselijk hart. En de theoloog Karl Rahner zei dat de christen van de 21e eeuw schouwer of niet meer ging zijn.