Helper (2002)

Inleiding bij de opening

Verleden week liep het allemaal een beetje anders. In ‘s-Gravenzande kwam de organist niet opdagen, maar dat konden we met het koortje samen leuk opvangen. Hier liep het wat anders. Geen organist, geen cantor en een onbekende voorganger. Tegen hem was juist opgeschept dat hier zo'n goed koor is, met een mooi orgel, gewoon een goed verzorgde liturgie. We zullen hem nog een keer terugvragen op een keer dat alles weer gewoon loopt.

Verleden week ging het over het woord van Jezus als Hij zegt: wie in Mij gelooft, zal ook zelf de werken doen die Ik doe. Ja grotere dan die zal hij doen, omdat Ik naar de Vader ga. Die opmerking van Jezus, dat iemand grotere werken zal doen dan Hij, mag ons verbazen en ons uitdagen. Met Hem in de hemel wordt het onmogelijke mogelijk. Dat was verleden week. Eigenlijk zou dat Evangelie van verleden week beter passen bij deze zondag, de zondag van de arbeid. God die altijd aan het werk is, Jezus die werkt wat de Vader Hem te werken geeft en wij die grote werken mogen en kunnen doen in zijn naam.

Zondag van de arbeid, maar ook 5 mei, bevrijdingsdag. Gisteren hebben we hen herdacht die in de oorlog zijn gesneuveld. Vandaag gedenken we die dag waarop de bevrijdende boodschap klonk dat de bezetter was gecapituleerd. Over vrijheid, arbeid en liefde willen we in deze viering nadenken.

Homilie

Bevrijdingsdag, 5 mei 1945. Aan de tijd van onderdrukking en ellende kwam een einde. Het werd het begin van de wederopbouw, het begin van grote economische vooruitgang. De eerste auto's reden al voor de oorlog, na de oorlog kon met de toename van de welvaart langzaamaan iedereen aan een autootje gaan denken. De Televisie kwam op en weer later de computer. De salarissen gingen omhoog, werken loont, je houdt wat over en het leven wordt leuker.

Gisteravond bij de dodenherdenking hebben we stil gestaan bij de keerzijde. In Duitsland schiet een scholier zijn leerkrachten dood, gefrustreerd als hij is en gevoed in onze vrije markt door het gif wat overal te vinden is, we prijzen onze vrijheid en zwemmen in gif; in de videotheek, op het Internet, maar ook gewoon in de bibliotheek en bij de kiosk om de hoek. De welvaart is onze god geworden en die offers hebben we er voor over.

Eerst is in 1945 het Nazidom verslagen, in de laatste jaren van de vorige eeuw is ook het Communisme uiteengevallen, we hebben nu in feite alles wat we wilden. Economen zeggen: De vrije markt heeft het gewonnen. Politicologen zeggen: Democratie heeft gezegenvierd. Ideologen zeggen: Het kapitalisme is de sterkste. En inderdaad zo gaat het ook in de wet van de sterkste, zoals nu weer in de politiek in Frankrijk zichtbaar wordt. De wet van de sterkste maakt dat sterken sterker worden en overleven en dat armen armer worden en ten onder gaan. De wet van de sterkste heeft altijd weer oorlogen veroorzaakt, revoluties, die nieuwe revoluties opriepen, de klassenstrijd van Marx, de these en antithese van Hegel, de bevrijdingstheologie van de Zuid America.

Het is de keerzijde van onze vrijheid, want vrijheid roept verantwoordelijkheid op. Wat doe je met vrijheid. Een volk dat leeft in onderdrukking, zoekt zijn vrijheid te veroveren. Dat bidt en smeekt tot God om bevrijding. Maar als het dan die vrijheid verkrijgt, dan begint er een nieuwe periode, dan gaat het erom: kunnen wij die vrijheid aan? Een kind dat niet in vrijheid is opgegroeid, dat altijd onder moeders wakende, maar vooral controlerende blik leeft, weet zich geen raad als het daar ineens onder uit is. Zelf beslissingen nemen, zelf de verantwoordelijkheid dragen, zelf de keuzes maken. Jongeren springen uit de band, het zijn de zestiger en zeventiger jaren. Zij springen uit de band omdat de oudere generatie, de volwassenen zelf denken, nu gaat het anders, nu kan het anders, wat oud is heeft afgedaan, wat nieuw is heeft de toekomst. Het Vrije Westen leefde in een overwinningsroes die op allerlei terreinen doorwerkte.

Maar vrijheid roept verantwoordelijkheid op. Hoe sta je in je vrijheid en hoe blijf je staande? Vandaag daarover een woord van Jezus. ‘Als gij mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.' Wanneer we in onze tijd jongeren dingen zien doen waar iedereen een afkeer van heeft, dan is dat niet een gebrek aan tucht, aan regels, aan controle, zoals meer blauw op straat, het is een gebrek aan echte liefde. Uit liefde voor je ouders doe je of laat je dingen in je opvoeding. Uit liefde voor vrouw en kinderen doe je het een wel en het ander niet. Uit liefde voor de natuur let je op wat wel of niet kan en uit liefde voor God probeer je zijn adviezen, zijn geboden te volgen.

Iemand die van zijn bedrijf houdt, die houdt van het product dat ze maken, die werkt zonder tegenzin, die houdt ook van zijn arbeid. Dan kun je zeggen: ‘arbeid maakt vrij.' Dan is arbeid een stuk ontplooiing. Maar als iemand niet houdt van zijn bedrijf, van het product, van zijn medewerkers, die ontvlucht zijn werk en die omgeving.

Onze tijd heeft niet in de eerste plaats gebrek aan regels, het barst van de regels, niet zozeer gebrek aan hulpmiddelen, techniek, betere voorzieningen, we hebben alles wat we nodig hebben. Deze tijd heeft gebrek aan liefde.

Gisteren lazen we Jeremia 6, vers 14. Ze zeggen vrede, vrede, het gaat goed, het gaat goed. Maar het gaat helemaal niet goed. In ónze tijd roepen we: ‘liefde, liefde', luister naar de radio, kijk naar de TV, maar dat is helemaal geen liefde. Liefde in onze tijd betekent meestal dat de ander er is voor mij, een liefde die jou goed doet, waardoor jij er beter uitkomt, liefde als een warm bad, als bevrediging, liefde om van te genieten. Waarom hoor je steeds liederen waarbij gezongen wordt over die geweldige nacht, en dat heerlijke lichaam, is dat liefde? Liederen over: jij bent van me weggegaan, in plaats van, we worden samen oud, of hou jij van me, kun je me dan laten gaan? Is dat liefde? Waarom horen we nooit of uiterst zelden over de liefde van een moeder voor haar kind, over wat ze voor haar kind over heeft. De liefde van een vader voor zijn gezin en voor zijn werk, liefde voor de schepping en liefde voor God? Onze hersenen zijn gemasseerd en gewassen door het eindeloze bombardement van radio, TV, krant, film en reclame.

Onze tijd heeft gebrek aan liefde? We zijn als die kinderen die in de puberteit weigeren om naar de Kerk te gaan. We draaien om onszelf en hoe langer we om onszelf draaien, des te meer we als in een cocon in onszelf verward en opgesloten raken. Egocentrisme en egoïsme zijn voor- en achterkant van de zelfde munt, de ik-maatschappij.

Onze tijd heeft gebrek aan liefde. Wie vrouw en kinderen liefheeft, vraagt zich niet af of hij wel eens een slippertje mag maken. Die vraagt zich af hoe hij goed kan zijn voor hen. Wie man en kinderen liefheeft, zegt niet, ach hij gunt me wel dat ik mijn eigen leven leidt, en de kinderen worden zo ook wel zelfstandig. Die vraagt zich af hoe kan ik er voor hen zijn, zodat het hen goed gaat. Wie zijn naaste liefheeft, denkt niet, ach als ieder voor zichzelf zorgt dan gaat het goed. Die vraagt zich af, hoe kan ik een naaste zijn voor degene die op mijn pad komt.

Wie God liefheeft, zegt niet: ‘Ach God vindt dit niet erg, God ziet dit wel door de vingers, God is goed, God neemt me dit niet kwalijk. Wie God liefheeft vraagt zich af, wat zou God willen dat ik doe, dat zal ik voor Hem doen. Wie de Kerk liefheeft zegt niet: je hoeft niet naar de Kerk. Maar die vraagt zich af, wat kan ik voor onze Kerk betekenen. Ik wil die zondag niet overslaan want dan is er een lege plek bij.

Onze tijd heeft gebrek aan echte liefde. Hier in deze viering mogen we ons met die echte liefde laten voeden, in woord en sacrament. Zodat onze liefde steeds zuiverder wordt en wij ons afvragen, wat kan ik geven, zodat wij gaan denken en doen zoals Hij die de liefde zelf is. Dan zullen we weten wat vrijheid is en verantwoordelijkheid, omdat we zullen weten wat echte liefde is. Amen.