6e zondag in depaastijd (2005)

Vorig jaar was er bij KRO-Kruispunt een serie over monniken. Misschien hebt u die gezien. Meestal leven monniken nogal teruggetrokken. Ze laten de drukke wereld achter zich en zoeken de stilte. Wat mij verraste was dat de meeste monniken, ook na jaren kloosterleven, bepaald geen wereldvreemde wezens waren geworden. Het waren mensen die de hele wereld in zich meedroegen. Ze kwamen naar voren als gelovige mensen die heel sterk betrokken zijn bij het wel en wee van de samenleving. Ze nemen geen afstand van de werkelijkheid, maar ze proberen er op een nieuwe manier mee om te gaan. Vaak zijn ze tot boeiende inzichten gekomen. Dat verklaart misschien ook het feit dat zoveel leken, en niet alleen katholieken, van tijd tot tijd de rust en de stilte van een klooster opzoeken. Ook zij hebben niet zozeer de behoefte om de wereld de rug toekeren, want daar staan ze middenin. Maar ze verlangen naar een nieuwe bezieling. Ze zijn in hun dagelijkse leven op zoek naar het geheim van Gods aanwezigheid. Ze willen Hem voelen, ervaren als een kracht om de wereld onder ogen te zien en om in die wereld zichzelf te kunnen geven. Zonder die goddelijke geestkracht draalt hun bestaan alleen maar rondom de leegte en dat is voor hen niet genoeg om te leven.

Dat zoeken is niet nieuw. In de eerste eeuw zocht Johannes samen met zijn parochie ook al naar de positie van christenen in de wereld. En als hij het over "de wereld" heeft, dan bedoelt hij de mensen die het schijnbaar alleen maar gaat om eigen belang; mensen die zich niet willen laten raken en die zich afsluiten van licht en leven. Hoe leef je als christen temidden van zulke mensen?
Johannes schrijft dat ze op zoek moeten gaan naar wat hij noemt: "De geest van de waarheid voor wie de wereld niet ontvankelijk is. Maar jullie kennen die geestkracht want Hij is in jullie", zegt hij. Het gaat hier niet om iets vreemds, alleen voor vrome mensen. Het gaat gewoon om een nieuwe hechte basis voor een waardevol leven.
Onze wereld verandert sterk. Ik weet niet hoe dat bij u is, maar veel gelovige mensen weten zich daarin eigenlijk geen houding meer te geven. Ze schamen zich voor hun geloof, ze klappen dicht, trekken zich terug, vaak in behoudzucht. Geloven wordt dan gevoeld als iets ouderwets. Daar kun je je als modern mens toch eigenlijk niet meer mee bezig houden? In het verslag van de Handelingen hebben we gelezen hoe ene Filippus daar mee om gaat. Hij waagt zich in de wereld van de andersdenkenden, verbindt zich er mee. En dan gebeurt er ook iets: bevrijding, genezing.
Johannes vraagt ons duidelijk om déze wereld met de geloofsvisie van Jezus te beleven. Dat is trouwens de bedoeling van de meeste Schriftverhalen: ze nodigen ons uit om de reis te maken naar ons binnenste; dat je als het ware weer thuiskomt in je eigen diepste wezen. Want daar, voorbij je bange ego, is een vonk van God te vinden, de geestkracht die zin en samenhang geeft aan hét mensenleven. Als je telkens weer die reis naar je diepste innerlijk maakt, kun je weer heel wat aan, ook aan leed en verdriet. Want je weet dat God er in deelt en dat Hij ook al dat verdriet zacht in zijn handen houdt. Dat bedoelen we toch ook als we zingen: "Die ons houdt in de holte van uw hand".

God moet je zoeken. Je moet Hem opgraven in je ziel, las ik deze week. En dat doe je door de stilte te zoeken, alleen of samen met anderen; door samen te komen rond zijn woord; door met erbarmen om te zien naar mensen en in hun ogen te lezen dat ook in hen iets van Gods geest te vinden is. Het is letterlijk een kwestie van levensbeschouwing: de manier waarop je tegen het leven aankijkt. Je kijkt als het ware naar het leven samen met God. Hij is "de Helper die altijd bij je blijft". Zo concreet mogen we die woorden over Gods Geest verstaan. "Kom tot ons als de morgen, zingen we; ga over ons op als het licht". Je bent niet meer alleen met je vragen en je angsten, je dromen en verlangens. Hij is er ook. "Gij kent Hem, staat er, want Hij blijft bij u en zal in u zijn". Hij is zelf die diepste ziel in jou, die niet ophoudt je uit te nodigen om de ander in liefde nabij te zijn. Zo heeft Jezus zelf God ervaren, als Geestkracht, als een roepkracht in zijn ziel. En dat wil Hij ook ons meegeven. Dat wij leven uit de Geestkracht die God ook in onze ziel wil zijn.

Johannes, een leerling van het eerste uur, heeft dat goed begrepen. Sinds Jezus dood draagt hij Hem alleen nog maar meer met zich mee diep in z*n hart. Al die vreemde verhalen over Pasen, opstanding, verrijzenis, willen ons geen informatie geven over een leven na de dood of zo. Nee, ze gaan over levensbeschouwing, hoe we hier en nu met de Geest van God in ons kunnen schouwen, kijken naar het leven en samen leven. Jezus doet niet anders dan zó leven, vanuit een diepe verbondenheid met God. En Hij wil niets liever dan met zijn Geest opstaan en doorleven in zoveel mogelijk mensen.
Voor de wereld is hij er geweest: zijn leven is over en uit. Men gaat over tot de orde van de dag. Maar hij zegt: Ik blijf bij jullie. Als je van mij houdt, als je geboeid bent door mijn levensvisie, dan zul je mijn geboden onderhouden, mijn weg gaan; en dan zul je ook zelf aan God een plaats geven in je ziel. Hij zal je open ademen en je zult Hem steeds meer gaan ervaren als Helper op je levensweg.

Er wordt van ons als gelovige mensen niet verwacht dat wij de realiteit achter ons laten en wereldvreemde dingen gaan doen. We kunnen gewoon midden in die wereld staan en daar doen wat ons hart ons ingeeft. Want als je iets van Gods aanwezigheid in je mee draagt, dan doe je de dingen goed. Ook wordt ons hier niet gevraagd te geloven in stellingen en artikelen, zelfs niet in een leven na de dood, al is daar misschien alles voor te zeggen. Nee, geloven betekent hier. Ik kies er voor te leven in de Geest van Jezus, dus: met God in m'n ziel. "Mensen bestaan U, zien en beleven U", zingen we.

Dat is ook het grote belang van de kerk. Ik bedoel dan niet zozeer het instituut waar we bij horen, met z'n leer en z'n voorschriften, geboden en verboden en heel dat menselijke gedoe. Ach, misschien moet dat er ook wel zijn. We zijn maar mensen.
Maar waar het om gaat bij Kerk en bij onze kleine parochie hier op t Zand is, dat er mensen zijn die met hart en handen Gods Geest blijven ronddragen, ook in de samenleving van onze dagen. En dat we dat doen samen met mensen van alle rassen en talen en culturen, want die Geest waait waar Zij wil. We doen dat in erbondenheid met alle mensen die God in zich meedragen als hun diepste ziel en die samen een enorme kracht ten goede vormen in de wereld; een beweging van liefde en mededogen, die onmisbaar is voor een samenleving van mensen.

Ik mag er niet aan denken dat die Kerk ophoudt te bestaan. Maar ondanks alles wat er gebeurt in al die verdeelde klein-menselijke kerkjes, is de kerk met een grote K door de eeuwen heen een beweging gebleven die krachtig is en vol beloften, ja, ook vandaag de dag. Er is nog steeds een wereld te winnen!

Aan het einde van de komende week gedenken we op 4 mei de mensen die hun leven hebben gegeven voor vrijheid en democratie. En daarna vieren we weer bevrijdingsdag. Juist dan mogen we ons ervan bewust zijn dat er dank zij die Goddelijke Geestkracht, altijd weer mensen zijn die zich verzetten tegen het kwaad en die opkomen voor een samenleving waar vrijheid is en waar gerechtigheid heerst. Ik voel mij thuis bij mensen die op deze manier God bestaan, hem zien en beleven.