Gedachten over de Geest (1999)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden
Iemand is blind. Wil wel graag eens een keertje op reis, familie of vriendenbezoek. Of een bijeenkomst. Hij/zij kan zich anders heel goed behelpen ... maar nu ... alleen, dat is te riskant. Waar vind ik een reisgenoot? Maar als die gevonden is ....

Wat doet een leerling, een scholier ... alle lesstof oppakken in een lokaal vol andere leerlingen. En als de meester, de juf iets vraagt? Dan is hij/zij zenuwachtig ... de andere kinderen beginnen al een beetje te lachen ... hij krijgt er geen woord uit. Maar af en toe/regelmatig krijgt hij/zij alleen les en dan gaat het wel. De meester of de juf stellen hem op zijn gemak, bemoedigen hem, zeggen herhaaldelijk: zie je wel datje het kan ... vertrouwen hem. Zijn zelfvertrouwen groeit. In de klas wordt hij minder bang....

Bij de dood van een broeder onderwijzer schreven oud-leerlingen brieven. Ze vertellen hoe ze op school kwamen, onzeker, hakkelend, deden het letterlijk in hun broek van angst. Maar die broeder voor de klas, die lachte naar ie. Hij lachte je niet uit, o nee, maar hij maakte jou aan het lachen en bij leder lettertje dat je goed schreef of goed zei .... klapte hij in zijn handen en zei almaar: zie je wel, dat kun je ... stapje voor stapje gaan we samen de hoge berg op...

Wat verwacht je van een fysiotherapeut die jou na een ongeluk, na een ziekte weer op de been moet helpen? Hulp, positieve hulp ... een man of een vrouw die door ervaring tegen je zegt: honderd procent kan ik je niet beloven, maar negentig toch zeker. U komt weer aan het lopen. U komt weer aan het werk. En nu gaan we lopen. Niet bang zijn dat u valt want ik ben er om u op te vangen.

En als dat nou niet kan, als ik altijd in die stoel moet blijven zitten. Als ik altijd afhankelijk blijf Als mijn geest niet meer zo goed werkt, als ik alles vergeet... krijg ik dan toch een reisgenoot (want daarover hadden we het, dat had u allang begrepen, iemand die meegaat op je weg ... op een school, een bedrijf, in een ziekte) ... o ja, deskundigen maar vooral die oude vriend die af en toe om de hoek komt kijken ... die verzorgster die niet ongeduldig wordt als je voor de zoveelste keer verschoond moet worden ... en vooral die mensen die niet zielig doen, niet kleinerend.

Een aardig preekje, denken sommige mensen, maar het gaat helemaal niet voor mij op. Ik ben geen scholier meer, ik ben niet gehandicapt... Hoezo reisgenoot? Ja, zegt u dat wel; hoezo reisgenoot? U zegt wel zo flink: ik ben geen scholier meer, ik ben niet gehandicapt. 0 nee, hoe durft u. Ik zou niet durven zeggen: ik ben geen scholier meer, ik ben niet gehandicapt.
U bedoelt dat we heel ons leven leerling blijven dat we altijd op een of andere manier gehandicapt zijn! Neem nou onze omgang met andere mensen. Vooral op onverwachte ogenblikken, bijvoorbeeld in de file, bij de kassa van de supermarkt, iemand botst tegen je op, iemand is het met jouw zienswijze (terwijl je altijd zo fijn van iedereen gelijk krijgt), helemaal niet eens, iemand stoort je terwijl je net zo lekker rustig zit verzint u zelf ook eens wat voorbeelden (uit het volle leven a.u.b.),
wie staat er dan achter..., je wie is je reisgenoot?
Wat zegt u? Ik zou het niet weten. Laten we zeggen dat ik mijn fatsoen houd. Maar van wie hebt u dat fatsoen... hoe en van wie hebt u dat geleerd? Gaat het alleen om fatsoen... of verder naar liefde, naastenliefde en... en... en hoe blijft die liefde brandend?
Als u nog een schoolkind was zoudt u uw vinger in de lucht priemen om te laten zien dat u het weet, of uw armen over elkaar, uw lippen stijf op elkaar om het alsjeblieft te mogen zeggen hoe die liefde brandend blijft: door de heilige Geest.

'Die Geest zal u alles in herinnering brengen."
Maar hoe speel ik dat klaar. Ik bid wel vaak "kom H. Geest" maar toch... Kijk, u hebt in de loop der jaren heel wat geleerd over het evangelie, over Jezus Christus, over God, maar soms hebt u het niet paraat. Of eigenlijk vind ik dat niet zo goed gezegd, "paraat". Liever zeg ik: soms smeult het vuur, of je ziet alleen maar rook, terwijl het vuur je zou moeten begeleiden. De Heilige Geest jouw reisgenoot.
Maar ik heb al zo vaak om die Geest gebeden.
Je kunt wel bidden om die Geest, maar je moet wel de deur opendoen!
Plaats maken voor die Geest. Dus soms moeten uw en mijn geest verdwijnen. Mijn eigen wijsheid, mijn harteloosheid, mijn geest van 'bekijk het maar', mijn geest van 'ik kan de hele wereld toch niet op mijn nek nemen' en daarmee iedereen in de kou laten zitten.
En bidden kan ik ook al niet! Klopt, u praat God de oren van het hoofd. Luisteren! Je eigen geest herkennen en het verschil durven zien tussen jouw geest en de Geest van Jezus! Zo op weg gaan naar het Pinksterfeest. Af en toe denken aan: reisgenoot... aan het verschil tussen mijn geest en de Heilige Geest... aan vuur, aan open deur en luisteren.