6e zondag in de paastijd A - 2008

Zusters en broeders,

In een vorig leven was ik leraar, en op ouderavonden had ik dikwijls dezelfde ervaring: in de vader die voor mij zat, herkende ik tot in de details de zoon die in de klas voor mij zat, en in de moeder herkende ik vaak tot in de details de dochter. Dezelfde stem, dezelfde gebaren, dezelfde intonatie, dezelfde mimiek en ga zo maar door. Vader en zoon, moeder en dochter leken soms als twee druppels water op elkaar. Ze waren uit elkaar gesneden, zoals we dat zo mooi kunnen zeggen.

Welnu, zo is Jezus uit de Vader gesneden. Vorige week zei Hij tegen zijn apostelen: ‘Wie Mij ziet, ziet de Vader’, en vandaag voegt Hij daaraan toe: ‘Ik ben in de Vader.’ Met andere woorden, wie Jezus kent, kent God. Zoals Jezus is, zo is ook onze God. En we weten hoe Jezus is: Hij houdt van het leven en Hij houdt van de mensen. Hij neemt het op voor zieken, armen, zondaars, mensen aan de rand. Hij redt de overspelige vrouw van de dood, geneest melaatsen, laat blinden zien en kreupelen lopen. En aan wanhopigen geeft Hij opnieuw uitzicht op leven. Schriftgeleerden en farizeeërs wijst Hij erop dat ze de mensen geen loodzware religieuze wetten mogen opleggen. Maar Hij veroordeelt niemand, Hij wijst niemand af. Hij gaat eten met zondaars en tollenaars net zo goed als met schriftgeleerden en farizeeërs. En voor ieder heeft Hij het goede woord, het genezende gebaar, de opbeurende schouderklop, de Blijde Boodschap. Hij gaat, om het met een oud woord te zeggen, al weldoende rond.

Het is die Jezus-Messias die Filippus in Samaria gaat verkondigen. Filippus is geen apostel, wel een diaken. Hij is een van de zeven van wie we vorige week hoorden dat ze door de apostelen werden uitgekozen om zich aan de zorgdienst te wijden, terwijl zijzelf voor de verkondiging zouden zorgen. Toch gaat Filippus verkondigen. Hij is de eerste die buiten Jeruzalem optreedt, en hij is ook de eerste missionaris, want hij trekt meteen naar Samaria, en dat is volgens de rechtgelovigen uit Judea heidens gebied. Filippus’ woorden maken indruk. Stel je de verbazing van de Samaritanen voor: een van die dikke nekken uit Jeruzalem, die al eeuwen met minachting op hen neerkijken, brengt hun nu een Blijde Boodschap. Ze horen van een Messias die gekomen is voor alle mensen, zonder uitzondering. Ze horen van een God die helemaal niet minachtend op hen neerkijkt, maar die een goede Vader is. Een Vader die ze Abba mogen noemen, dus Pappie, zo nabij is Hij zijn mensen en zo nabij is Hij ook hen. Ze horen van een God die liefde is, en van Jezus die het beeld is van die God die liefde is. Die niet oordeelt en zeker niet veroordeelt, maar die alle mensen tegen zich aandrukt en tegen elk van hen zegt: ‘Menslief, Ik hou van jou!’ Dat is de God die Filippus hun leert kennen, en ze worden als nieuw. Van zo’n God kunnen ze houden, van een God die zo nabij is.

Wanneer de apostelen horen van Filippus’ missie, wijzen ze hem niet terecht. Ze zeggen niet dat hij zich alleen met de zorgdienst mocht bezighouden, integendeel, ze steunen hem zonder voorbehoud. Ze vaardigen Petrus en Johannes af die deze nieuwe christenen de handen zullen opleggen, opdat ze Gods Geest zouden ontvangen. En natuurlijk ontvangen ze Gods Geest, ze staan er immers voor open, ze willen geloven in die God die liefde is en vrede en gerechtigheid. Ze omarmen die Blijde Boodschap die ze met vreugde tot de hunne maken. Ze zijn gelukkig omdat ze God zien, en omdat ze weten dat God in hen is zoals zij in God zijn.

Zusters en broeders, die God van liefde, van vrede en gerechtigheid is onze God. Geen verre God die we moeten vrezen en van wie we elk moment een nekslag mogen verwachten, maar een nabije God. Een God die we niet alleen Vader mogen noemen, maar ook Pappie, zoals Jezus dat deed. ‘Abba’ noemde Hij Hem, dus Pappie. Zo nabij is Hij ons. Zo bekommerd om ons, en ons zo eigen. Niet veraf, maar ons nabij in Jezus, in wie Hij mens geworden is. Mens onder de mensen. Wie Jezus ziet, ziet de Vader, en wie leeft als Hij, leeft zoals de Vader het zich heeft gedroomd: vol goedheid, vol barmhartigheid, vol vrede. Er niet op uit zijn medemens te beliegen en te bedriegen, niet op zoek naar middelen om anderen te kwetsen, te vernederen, uit te buiten. Nee, alleen maar op zoek naar liefde, vrede en gerechtigheid. Voor iedereen. Vanuit het geloof in Jezus die is als zijn Vader. De Vader, de Pappie die tegen ieder van ons zegt: ‘Menslief, ik hou van jou! Hou jij ook van Mij en van je medemens.’

Zusters en broeders, meer moet dat toch niet zijn? Amen.