5e zondag in de paastijd (2002)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
In Jeruzalem staat de H. Grafkerk. Die zou op de plek staan waar Jezus toentertijd begraven is. In die kerk vinden verschillende christelijke groeperingen hun thuis, maar ze hebben wel allemaal hun eigen stukje van die kerk en er schijnt een hoop wrijving en onenigheid te zijn tussen Armeense en Koptische christenen en andere groepen. Ze kunnen niet door één deur, ook letterlijk niet, want ze hebben allemaal hun eigen ingang.
Hier moest ik aan denken bij het evangelie van vandaag: in het huis van mijn vader is ruimte voor velen. Deze tekst wordt vaak gelezen bij een uitvaart en verwijst dan naar Gods Vaderhuis in de hemel waar iedereen welkom is die zijn aardse levensweg voltooid heeft. Maar eigenlijk verwijst de tekst naar Gods vaderhuis op aarde, het rijk van God, de gemeenschap van gelovigen. Het kerkgebouw wordt ook vaak huis van God genoemd. Dat geldt nog veel meer voor de kerkgemeenschap.
In het huis van mijn vader is ruimte voor velen. Dat zei Jezus, maar in feite is dat nog niet de werkelijkheid. Er is beslist nog geen sprake van één grote ruimte waarin iedereen welkom is en iedereen zich thuis voelt. Het zijn veel verschillende ruimtes, veel verschillende groeperingen die ruimte voor zichzelf opeisen en meer nog: die zeggen: jou en jou willen we niet in onze ruimte, jullie zijn niet welkom. De H. Grafkerk in Jeruzalem is hier een treffend voorbeeld van, maar wel een voorbeeld hoe het niet zou moeten zijn, hoe Jezus het zeker niet bedoeld heeft.
Enerzijds is het een heel verdrietig en beschamend gegeven dat er in het huis van God zoveel apartje hokjes zijn, zoveel bordjes "verboden toegang voor onbevoegden" dat zoveel gelovige mensen niet door één deur naar binnen kunnen. Anderzijds moeten we ook aanvaarden dat de Kerk mensenwerk is, en waar mensen doende zijn, zijn er wel eens meningsverschillen, zijn er wel eens botsingen van visies en handelwijzen, dat is onvermijdelijk.
Vanaf het begin is het niet anders geweest. In de eerste lezing hoorden we al een voorbeeld hiervan. De Hellenisten begonnen te morren tegen de Hebreeën. De Hellenisten waren joodse christenen die van buiten Israël kwamen die wat vooruitstrevender en vrijer waren in hun ideeën en de Hebreeën waren joodse christenen uit Israël zelf en die waren wat behoudender in hun opvattingen. Dat botste toen al. Later krijg je het grote conflict tussen christenen uit het jodendom en de christenen uit de niet-joodse, de heidense wereld. En veel conflicten die in de loop der geschiedenis de kop opstaken resulteerden in een nieuwe kerk of kerkgenootschap. En zo is het christendom geworden tot een enorme lappendeken van talloze gemeenschappen rond Jezus van Nazaret.
Dat is op zich niet de schande van de Kerk, maar wel dat men elkaar zo dikwijls verkettert en elkaar letterlijk en figuurlijk de deur wijst. Dat er verscheidenheid is in de manier waarop de boodschap van Jezus gezien en beleefd wordt, daar is niets vreemds mee: mensen zijn wezenlijk verschillend en de een wordt meer door dit aspect van de boodschap aan gesproken en een ander meer door dat facet van het dezelfde gegeven. Maar het meest beschamende is misschien wel dat de kerken na al die eeuwen er nog niets van geleerd hebben, dat er nog steeds deuren worden dicht gegooid voor andersdenkenden, dat ook onze Kerkgemeenschap, de katholieke kerk, op veel punten nog zo onverdraagzaam is.
In de katholieke kerk wordt altijd heel veel nadruk gelegd op de eenheid, maar eenheid wil niet zeggen dat het een eenheidsworst moet zijn. Het gaat om eenheid, verbondenheid, in verscheidenheid. Ook hier geldt: het is gemakkelijk om kritiek te hebben op de officiële kerken, kerkorganisaties en kerkleiders. Ik denk dat we ons er allemaal wel eens aan bezondigen als wij als kerkbetrokken katholieken te gemakkelijk een veroordeling uitspreken over hen die wat verder weg staan, die in onze ogen niet zo kerks, niet zo gelovig zijn.
In het huis van mijn vader is ruimte voor velen. God heeft altijd ruimte voor ieder mens. Jezus had ruimte ook voor de zondaars en tollenaars. Maar hebben wij ook die ruimte? Geven wij ook die ruimte?